Leve de lokale, directe Amerikaanse democratie

In de hele wereld wil de mondige burger direct in gesprek treden met politici. In Amerika gebeurt dat, signaleert Willem Post.

De Amerikaanse presidentiële verkiezingscampagnes ontaarden ook dit jaar weer in een waar spektakel. De populistische stokebrand Donald Trump trekt als politieke marketingman volle stadions met schreeuwerige sound bites die nauwelijks worden toegelicht. Het zijn hapklare brokken bestemd voor het toegestroomde ‘leger der ontevredenen’ maar zeker ook voor de alom aanwezige traditionele en sociale media.

Hoe meer extreme uitspraken, hoe meer vrije publiciteit. Dat is een vast gegeven in ons soort maatschappijen waar entertainment in alle vormen dominant is geworden. Onze grote historicus Johan Huizinga typeerde in 1918 het wonderlijke fenomeen van de Amerikaanse verkiezingscampagnes al als ‘georganiseerde emotie’. De ‘naïeve sentimentaliteit’ van de Amerikanen deed hem denken aan de ‘primitieve middeleeuwse volksgeest’.

Politiek als info- en zelfs entertainment is een trend die almaar verder doorzet. In plaats van het in staatsstukken vastgelegde principe van ‘gelijke mogelijkheden voor iedereen’ regeert steeds meer het grote geld.

Teneinde de eigen eenvoudige boodschap te verkopen aan de burger worden uiteindelijk voor miljarden dollars aan uiteraard korte tv-spots uitgezonden.

In de klasseloze Amerikaanse maatschappij hebben zich nooit op grote schaal Europese ideologieën als het socialisme ontwikkeld. Onder grote groepen burgers is vanaf het begin van de Amerikaanse Republiek een brede ideologische consensus ontstaan over het democratisch-kapitalistisch karakter van de maatschappij. Uitvoerige en vooral ideologisch bepaalde partijprogramma’s zoals bij ons in Europa heeft Amerika nooit gekend.

De personality van een kandidaat staat centraal. Hij maakt dankbaar gebruik van de 24 uur doordenderende massamedia die om de haverklap breaking news verkondigen. De vaak tot in detail vooraf geregisseerde mediaoptredens staan steeds meer een fundamentele, inhoudelijke discussie over maatschappelijke vraagstukken in de weg. Oppervlakkigheid en instant-info overheersen.

Wat een zegen is het dan dat de Verenigde Staten nog steeds wel een langdurige fase van voorverkiezingen kennen, al zijn de meeste van die voorverkiezingen in 2016 geconcentreerd in de maanden februari en maart. Met name in de eerste staten die aan de beurt zijn, Iowa en New Hampshire, wordt verwacht dat een kandidaat op campagnepad tot in de huiskamer langdurig discussieert met buurtbewoners. Natuurlijk wordt ook in deze staten een politiek reclamebombardement georganiseerd. Maar dat laat onverlet dat al maandenlang kandidaten een ‘tocht in nederigheid’ moeten ondernemen naar de kleinste dorpjes. Kandidaten vieren in die eerste staten vakanties of huren langdurig een appartement om maar één met de plaatselijke bevolking te kunnen zijn.

In New Hampshire zijn nu al meer dan duizend campagne-events georganiseerd. De vele zogenaamde town hall meetings in scholen en restaurants zijn een lust voor iedere ware democraat. Iedereen, zelfs de Europese bezoeker, kan daar gedurende gemiddeld maar liefst anderhalf uur echt inhoudelijke vragen stellen over de meest uiteenlopende onderwerpen. De kandidaat wordt onder een maatschappelijk vergrootglas gelegd en moet zijn zaakjes kennen. In wezen is hij een electorale schietschijf.

Mijn ervaring is dat de burgers van deze staten hun burgerplicht zeer serieus nemen. Dat betekent ook dat de wat meer onbekende kandidaten kunnen ‘scoren’. Denk maar aan Jimmy Carter en Bill Clinton die vanuit New Hampshire de wind in de zeilen kregen. Een landelijk onbekende kandidaat die het daar goed doet, kan zo 10 tot 15 procent in de landelijke peilingen omhoog schieten.

Het is waar dat Iowa en New Hampshire slechts het noordoosten en middenwesten vertegenwoordigen. Maar daarna trekt de verkiezingskaravaan naar het zuiden en westen van de Verenigde Staten. South Carolina en Nevada zijn dan aan de beurt en zo zijn met de vier eerste voorverkiezingen de vier windsteken keurig vertegenwoordigd.

Altijd maar weer zijn de VS een land van contrasten. Zo is er concentratie van macht in Washington, maar in de staten blijft gelukkig de eigen organisatie van de campagnes nog grotendeels gehandhaafd.

Het land is uiteindelijk, en in den beginne, van onderaf opgebouwd. Ik hoop dat de politieke folklore van het van deur tot deur gaan in met name New Hampshire en Iowa nooit zal verdwijnen.

In de hele westerse wereld wil de mondige burger direct in gesprek treden met politici. De lokale, directe democratie is een onmisbaar bestanddeel van de Amerikaanse democratie – en uiteindelijk ook van de onze.