Hitchcock/Truffaut: een guilty pleasure werd salonfähig

Coen van Zwol is filmredacteur.

Toen namen ze er de tijd voor. In 1962 interviewde de 30-jarige François Truffaut, voorman van de Franse nouvelle vague, de 63-jarige Britse ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock acht dagen lang in diens bungalow bij filmstudio Universal. 

Hitchcock was zeer gevleid door de Franse adoratie; dat men hem daar als artiest waardeerde, als ‘filmauteur’. Dus niet als vagelijk louche circusklant, zoals snobistische Angelsaksische critici die filmkunst eigenlijk onverenigbaar achtten met surprise of suspense, de concepten die Hitchcock zo scherp analyseert. 

Vier jaar later, in 1966, leverde dit gesprek een prachtboek op, Hitchcock/Truffaut. Een must voor elke filmliefhebber, die het voorrecht heeft om aan te zitten bij een intelligent en geestig, erudiet en praktisch discours over tijd, compositie, logica, beeldtaal en acteren in films, en en passant over Hitchcocks (seksuele) obsessies. Het beste van de Franse en Britse tradities komt hier samen: de Franse honger naar diepe verbanden, het Britse talent de zaak lucide te houden. Des te opmerkelijker, omdat de heren elkaar niet verstonden zonder tolk.

Daaraan herinnert ons documentaire Hitchcock/Truffaut van Kent Jones, die een halve eeuw na de eerste editie de inhoud van het boek elegant en gedegen in tachtig minuten samenvat. Met filmcitaten, geluidsfragmenten en snedig commentaar van ‘usual suspects’ als Martin Scorsese en David Fincher.

Voor Hitchcock waren de acht dagen welbesteed: Truffauts boek waardeerde hem op van ‘guilty pleasure’ tot salonfähig. In de jaren zestig, toen zijn krachten als filmmaker slonken, groeide zijn statuur: Hitchcock werd afgod van de opkomende ‘filmwetenschap’. Critici kozen Vertigo onlangs tot beste film ooit, in 2012 was ‘Hitch’ onderwerp van twee biopics over zijn troebele relatie met vrouwen – echtgenote Alma en actrice Tippi Hedren, die hij na het fameuze gesprek terroriseerde op de set van The Birds. Want dat fascineert in Hitchcock: hoe zijn in lagen vet en ironie geperste frustraties een uitweg vonden in zijn werk. Hitchcock, de maestro die alles zo onder controle had, liet zich tegelijk zo heerlijk betrappen.

Zelf hield Hitchcock aan het gesprek een knagend gevoel van spijt over. Had hij als filmmaker niet meer moeten experimenteren, risico moeten nemen? De documentaire sluit af met een telegram aan Truffaut waarin ‘Hitch’ die gedachte van zich afschudt. „Dat zou zijn als de schilder Mondriaan die een Cézanne schildert. Misschien kan hij het, maar wie loopt er warm voor?” Aan zelfkennis ontbrak het hem niet.