Geen vervolging voor lekken uit commissie-stiekem

Onderzoekscommissie Kamer vindt geen grond voor vervolging fractievoorzitters, harde kritiek op Openbaar Ministerie.

Voorzitter Carola Schouten van de onderzoekscommissie overhandigt het verslag aan de Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib. Foto ANP / Jerry Lampen

Geen van de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer wordt vervolgd vanwege lekken uit de ‘commissie-stiekem’. De onderzoekscommissie van de Tweede Kamer die onderzoek deed naar het lekken uit die commissie heeft geen gronden voor vervolging gevonden. Dat maakte ze woensdagochtend bekend.

Er is gelekt uit die commissie-stiekem, waarin de fractievoorzitters vertrouwelijk spreken over het werk van de inlichtingendiensten, maar de onderzoekers hebben „geen feiten of omstandigheden aangetroffen die leiden tot een redelijk vermoeden van schuld” van één van de fractievoorzitters.

Onderwerp van onderzoek was het lekken naar NRC uit twee vergaderingen van de commissie-stiekem. Onderwerp van gesprek lag destijds politiek heel gevoelig: de vraag was of minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) de Tweede Kamer wel of niet had geïnformeerd over zijn onjuiste uitspraken over het verzamelen van 1,8 miljoen telefoondata.

Commissie sprak alle fractievoorzitters

De onderzoekscommissie, onder voorzitterschap van Tweede Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie), heeft met alle politici die destijds in de commissie-stiekem zaten gesproken. „Zonder uitzondering” hebben alle fractievoorzitters verklaard nooit mededeling te hebben gedaan aan journalisten over de inhoud van wat in de commissie is gewisseld.

Alle fractievoorzitters hadden destijds veel contact met journalisten, zowel met NRC als met andere media, constateert de commissie. Bij de gesprekken met de fractievoorzitters „speelde het de commissie parten” dat hun vragen over contacten gingen die zich twee jaar geleden afspeelden.

Veel kritiek op onderzoek OM

Het onderzoeksgroepje van zeven Tweede Kamerleden is in het rapport daarom zeer kritisch op het Openbaar Ministerie. Hun onderzoek naar de aangifte van het schenden van de geheimhoudingsplicht, op 13 maart 2014 gedaan door VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, heeft vanaf november 2014 „de facto stil” gelegen.

Het OM heeft „erg lang” gedaan over de vraag of het Openbaar Ministerie wel bevoegd was om de zaak te behandelen. Pas in november 2015, ruim anderhalf jaar na de aangifte, besloot het OM om de zaak aan de Tweede Kamer over te dragen omdat het mogelijk om een ambtsmisdrijf ging.

Maar het onderzoek van het OM was „geenszins een panklaar dossier” dat eenvoudig aan de Hoge Raad kon worden doorgegeven. De verwachtingen die in de media bestonden over het dossier, dat het om een afgerond onderzoek zou gaan, „blijkt niet overeenkomstig de feiten”.

‘Geen cultuur van lekken’ binnen commissie

Er bestaat, concludeert de onderzoekscommissie verder, „geen cultuur van lekken” binnen de commissie-stiekem. De vertrouwelijkheid en het belang van strikte geheimhouding wordt juist „herkend, erkend en gerespecteerd door alle betrokkenen”.

Hun eigen opdracht was een „mission impossible”, constateert de commissie verder. Van de onderzoeksopdracht die ze van het presidium kregen, het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, was de „reikwijdte niet zonder meer helder”. Zo heeft de commissie zelf besloten zich alleen op de fractievoorzitters te richten en niet op hun politiek medewerkers en ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken of Defensie, die de vergaderingen van de commissie ook bijwonen.

De wetten die richting geven aan de vervolging van Tweede Kamerleden of bewindspersonen zijn ook „niet helder en sluitend” en tegenstrijdig. Dat is geen nieuwe conclusie, stellen Schouten en haar collega’s ook vast: in 2010 kwam er al eens een onderzoeksrapport uit dat precies hetzelfde vaststelde. Sindsdien veranderde er niets aan de wet.

Geen verdachten: De commissie-Schouten had een verzegelde doos in een kluis liggen met daarin het hele, ongecensureerde onderzoeksdossier van het Openbaar Ministerie. Dat, terwijl het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer het liefst zag dat de commissie onderzoek deed zónder te weten welke fractievoorzitters het OM in beeld had als mogelijk lek uit de commissie-stiekem. De onderzoekscommissie verzocht het OM toch om twee versies van het rapport: eentje gelakt, eentje ongelakt. De ongelakte versie kreeg de commissie „pas na enig aandringen” van het OM. In de loop van het onderzoek werd besloten dat volledige rapport te raadplegen. De commissie weet dus welke fractievoorzitters het OM „in beeld” had – er waren géén verdachten, benadrukte Schouten. De kosten voor het onderzoek bedragen volgens de commissie „naar verwachting niet meer dan 10.000 euro”.