Euthanasie zelden toegepast bij gevorderde dementie

Tussen 2012 en 2015 is in 26 dossiers geen enkel levensbeëindigingsverzoek gehonoreerd.

Inschrijfformulier van de Levenseindekliniek in Den Haag. Foto Lex van Lieshout/ANP

Euthanasie wordt zelden toegepast bij mensen met gevorderde dementie, ondanks de aanwezigheid van een schriftelijke wilsverklaring. Dat blijkt uit een onderzoek dat deze week wordt gepubliceerd in het blad Medisch Contact.

Een groep onderzoekers onder leiding van Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, emeritus hoogleraar interne geneeskunde aan de Universiteit Maastricht, onderzocht de dossiers van 26 patiënten die door vergevorderde dementie niet meer wilsbekwaam waren. Ze hadden allen een schriftelijke verklaring waarin stond dat euthanasie mocht worden toegepast. Tussen maart 2012 en mei 2015 dienden al deze patiënten een verzoek tot hulp bij levensbeëindiging in bij de Stichting Levenseindekliniek (SLK), maar geen enkele aanvraag werd gehonoreerd.

Volgens de SLK was met 25 patiënten nog communicatie mogelijk, maar kon of wilde geen enkele patiënt de schriftelijke euthanasiewens bevestigen. De laatste patiënt vond de tijd er nog niet rijp voor. De SLK oordeelde dat 25 patiënten niet ondraaglijk leden.

Op basis van het onderzoek concluderen de wetenschappers dat het voor artsen niet vast te stellen is wanneer een uitzichtloze en ondraaglijke toestand is bereikt als de patiënt zijn eigen situatie zelf niet kan toelichten. Ook vergeten of ontkennen patiënten hun eigen schriftelijke verklaring, wat het inwilligen daarvan moeilijk maakt. De onderzoekers concluderen daarom dat een arts een euthanasieverzoek niet hoeft in te willigen als hij niet overtuigd is van ondraaglijk lijden of als de patiënt levensbeëindiging afwijst ondanks een eerdere schriftelijke verklaring.