Eis tegen Gerard T.: 16 jaar voor serie verkrachtingen

Gerard T. moet de maximumstraf krijgen voor vier brute verkrachtingen, vindt het OM. Spreek hem vrij, zeggen zijn advocaten.

Hoe pijnlijk, de slachtoffers die de gevolgen van hun verkrachtingen aan het publiek toevertrouwen. En hoe pijnlijk dan de proceshouding van Gerard T., die zich stoïcijns, uiterlijk zelfverzekerd, beroept op zijn zwijgrecht.

Met die woorden begint officier van justitie Michaël van Leent dinsdag in de Utrechtse rechtbank zijn requisitoir. Het is de tweede zittingsdag in de zaak tegen Gerard T., de vermeende Utrechtse serieverkrachter.

T. staat terecht voor vier verkrachtingen, gepleegd in 1995 en 2001. Voor het Openbaar Ministerie (OM) staat vast dat T. de dader is. `Sporen van zijn sperma zijn gevonden op de slachtoffers, hun kleding en ondergoed. De verkrachtingen lijken zoveel op elkaar dat er geen twijfel mogelijk is dat het om dezelfde dader gaat.

Het OM kan niet anders dan de maximale straf van 16 jaar eisen, zegt de officier. Van verzachtende omstandigheden was geen sprake. Van het omgekeerde des te meer: de jonge leeftijd van de slachtoffers, het buitensporige geweld, de vernederende setting en het meermaals verkrachten. „Met volstrekte minachting voor de integriteit van de slachtoffers”, aldus Van Leent. „Hij liet een meisje van 16 achter aan een boom. Afgedankt. Als een voorwerp dat geen enkele waarde voor de verdachte had.”

De advocaten van T. vinden dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moet worden en eisen vrijspraak. De lokfiets waarmee T. gepakt is, is bewust bij hem voor de deur gezet omdat hij nog steeds verdachte was in het onderzoek naar de serieverkrachter, zegt advocaat Maarten Krikke. En pogingen de rechtmatigheid van het DNA-bewijs te onderzoeken „zijn door het OM bewust tegengewerkt”.

Krikke heeft ook twijfels bij de sporen. Als het daarin gevonden DNA van T. is, is het er dan ook door het delict terechtgekomen? „Sporen kunnen vervuild raken. Bovendien komt DNA van het ene delict soms in aanraking met DNA uit een ander delict.”

Verklaringen van de slachtoffers over signalement en werkwijze van de dader noemt Krikke een „ratjetoe”. „De een heeft het over een Utrechts accent, de ander over accentloos Nederlands.” En geen van de slachtoffers noemt het ontbrekende topje van T.’s rechterwijsvinger, terwijl dat volgens Krikke toch wel opvalt.

Het OM is niet onder de indruk: „Was u dat vingertopje wel opgevallen? Ons niet.” En het is wel heel onwaarschijnlijk dat de sporen in alle vier zaken „toevallig” vervuild zijn met het DNA van Gerard T.

Aan het slot van de zitting probeert de rechter het nog een keer: „U heeft als verdachte recht op het laatste woord”, zegt hij tegen T. „Ik beroep me op mijn zwijgrecht”, antwoordt die.

Uitspraak op 12 februari.