Een boek is even leuk als een serie

Jongeren willen best lezen, schrijft Philip Huff. Als je er maar een gedeelde, gelijktijdige beleving van maakt.

Illustratie Jiho

Christiaan Weijts schreef vorige week in deze krant een aanklacht tegen de leeslijst op de middelbare scholen. Deze lijst, met Lodewijk van Deyssel, Multatuli en Du Perron, zou elke leerling in Nederland zijn leeszin ontnemen. Sterker nog: zou een reden voor de ontlezing zijn.

Weijts raadde docenten daarom moderne boeken aan voor op de leeslijst. Zijn column, met zeven mannelijke auteurs en zeven ‘mannelijke’ boeken als suggestie (van Tirza tot Kartonnen dozen), werd op het internet vrijwel meteen genuanceerd: havo-leerlingen hoeven geen boeken van voor 1880 meer te lezen, vwo -leerlingen ‘maar’ drie (van de twaalf!) en de digitale leeslijst ‘Lezen voor de lijst’ heeft veel recente titels.

Of die recente boeken ook worden gelezen, is daarmee nog steeds niet gezegd, natuurlijk. Over ontlezing heb ik in mijn laatste boek, Het verdriet van anderen, wat cijfers op een rij gezet. De boekenverkoop liep achteruit en jeugdleden van de bibliotheken leenden in 1999 nog 29 boeken per jaar, in 2010 waren dat nog maar 20 boeken.

Kortom: van enige ontlezing is wel sprake, meende ik.

Ook die stellingname werd op het internet genuanceerd: „Dat de verkoop van boeken achteruit gaat en de bibliotheekuitleningen teruglopen kan een teken aan de wand zijn, maar het hoeft niet per se te betekenen dat er minder gelezen wordt. Mijn moeder, die de afgelopen jaren haar boekenbezit verhonderdvoudigd zag – illegaal, dat wel, kan dat beamen. Het feit dat er minder muziek verkocht wordt, betekent niet dat er minder muziek geluisterd wordt”, schreef iemand.

Het aantal uren per week dat Nederlanders lezen, wordt al jaren geturfd, en daar lijkt het aantal boekenuren per week de afgelopen tien jaar min of meer gelijk te zijn: anderhalf uur per week. Maar Weijts’ punt klopt wel met mijn ervaringen op middelbare scholen. De afgelopen jaren heb ik zeker vijftig tot zestig middelbare schoolklassen bezocht en: literatuur lezen is een beetje uit. Series kijken is in.

Zeggen dat dit ‘de schuld’ van de leeslijst is, is hetzelfde als zeggen dat het de schuld van het eerste van Ajax of Feyenoord is als het team verliest en hooligans elkaar, de trein of de binnenstad slopen. Dat wil zeggen: er is wel een verband, maar andere, belangrijkere oorzaken liggen elders. Zoals hooligans gefrustreerd zijn, voelen veel middelbare-schoollezers geen verbinding met literatuur. Een verbinding die ze bij series als Suits, Gossip Girl en zelfs Game of Thrones met de jonge protagonisten wel vinden. De belevingswereld van boeken sluit niet aan bij hun wereld. En dit mag je van de hoge heren van de letteren misschien niet zeggen, maar scholieren lezen ook voor herkenbaarheid, om het boek op hun eigen leven te kunnen betrekken. Anders haken ze dus af. De vraag is: is dit erg? Behalve voor de mensen die boeken schrijven, of van het recenseren leven.

Ja, wordt vaak gezegd, want lezen maakt je een beter mens.

Maar je wordt geen beter mens van lezen. Bert Keizer, de schrijver en arts, zei het eens treffend (ik parafraseer, hij had een treffend punt): ik zie om mij heen veel verpleegsters met een grenzeloze empathie die nooit een boek lezen, terwijl het niet zo is dat literatuurwetenschappers overlopen van empathie. (En wie wel eens een recensie leest, weet dat veel recensenten ook niet zo heel empathisch zijn.)

We willen heel graag dat literatuur werkt, en interpreteren de gegevens ook zo. Ja (ik haal hier mezelf even aan), sommige onderzoeken tonen aan dat volwassenen die vaak fictie lezen andere mensen beter lijken te begrijpen, dat wil zeggen: dat zij zich beter kunnen voorstellen hoe anderen zich voelen en dat ze beter kunnen begrijpen hoe zij de wereld zien (zelfs nadat er rekening is gehouden met de mogelijkheid dat mensen die van zichzelf empathischer zijn graag romans lezen). En ja, een studie bij kinderen uit 2010 had eenzelfde resultaat: hoe vaker kinderen verhalen kregen voorgelezen, hoe genuanceerder hun idee was van de beweegredenen van andere mensen. Dergelijk begrip voor de gedachten en gevoelens van anderen is een cruciale vaardigheid die complexe sociale relaties mogelijk maakt.

Maar: dit kan ook door series te kijken. Of films. Of een teamsport te beoefenen. Als we de wereld zien als een plek waar we onderling begrepen willen worden, is lezen een manier om dat te bewerkstelligen, maar niet de enige. En wie mensen ‘betere’ mensen wil laten zijn, kan beter aan gedragstherapie doen, en goed gedrag belonen en de perverse prikkels van het kapitalisme uitschakelen.

Wat je wellicht wel meekrijgt van literatuur, is een wat breder begrip van de wereld. Diepere kennis van de mensen om je heen. Omdat je door een boek kunt komen op plekken waar je anders niet zo snel komt, en omdat je door de intimiteit dichtbij iemand kunt komen. Lezen is bij uitstek een sociale onderneming: wie zijn de anderen en hoe verhoud ik me tot hen?

Series winnen het van boeken omdat mensen in series wél zo’n gemeenschappelijk verhaal vinden waartot ze zich kunnen verhouden. In een beeld gevangen: series, niet boeken, zijn het nieuwe kampvuurverhaal. Wie wat wil leren van series, en de ontlezing wil tegenaan, kan beter kijken wat series onderscheidt van boeken: ze zijn niet spannender, niet herkenbaarder, niet origineler (Game of Thrones is zelfs op een boekenreeks gebaseerd). Wat wel zo is: leerlingen vinden beeldschermen toffer (of: ze hebben meer toegang tot beeldschermen) en het is leuker iets te kijken (of te lezen) wat veel mensen kijken (of lezen). En: series kun je samen kijken. Ieder in zijn eigen huis, en contact via de WhatsApp, of op vrijdagavond op dezelfde bank. Een gedeelde, gelijktijdige beleving.

Dus: lees met de klas het zelfde boek (maar niet klassikaal!), biedt het daartoe op papier en beeldscherm aan, en praat er tegelijkertijd over, zoals leerlingen over Suits praten.

Het belangrijkste? Zorg dat de belevingswereld van de boeken aansluit bij die van de leerlingen. En zet dan telkens een stapje verder, de wijde wereld in.

Verhalen zijn mogelijkheden om de wereld te verkennen. Je kunt in een roman, naast de ander leren kennen, ook wat over jezelf leren. En je komt er achter wat je hebt geleerd, niet door de motieven uit een werk te halen, maar door voor jezelf te kunnen zeggen wat je van het boek vond!

Het is voor iedereen, dus ook voor de middelbare scholier, een uitdaging te worden wie je werkelijk wil worden of kunt zijn. Literatuur is geen ontsnapping van de wereld, het is een confrontatie met je wereld en hoe die er uit ziet. Om dat te kunnen ervaren, daarin heeft Weijts gelijk, moet er wel iets van je wereld in die boeken terug te vinden zijn.