Dromen in de bioscoopzaal

over droom en mythologie in ‘Cemetery of Splendour’.

Het hospitaal met comateuze soldaten in Cemetery of Splendour: neonbuizen bezorgen ze fijne dromen.

Is het door toeval of biologie dat een gewone speelfilm anderhalf tot twee uur duurt? Want dat is ook de lengte van een slaapcyclus – licht, diep, REM – waaruit wij elke nacht vier of vijf keer ontwaken, meestal zonder ons ervan bewust te zijn. „Toen ik dat las, dacht ik: wow. Dromen zijn cinema”, zegt Weerasethakul Apichatpong. „Een ontsnapping uit de realiteit.”

Escapisme dus. In Rotterdam draait droomfilm Cemetery of Splendour, die in Cannes zijn wereldpremière beleefde. Daar spreken we Apichatpong in een strandtent. De 45-jarige regisseur won in 2010 de Gouden Palm met Uncle Boonmee who can recall his past lives. Zijn laatste film is opgenomen in het stadje Khon Kaen, waar hij als dokterszoon opgroeide rond het hospitaal, net zo betoverd door pantoffeldiertjes onder een microscoop en een hartslag door de stethoscoop als door de lokale mythologie of die oude King Kong-film van het Amerikaanse Instituut.

Cemetery of Splendour is een ongrijpbare, magische film waarin de grens tussen droom, wetenschap en spiritisme, het banale en het esoterische, volstrekt vloeibaar is. De logica ontglipt je zo snel je erop focust. Zoals de logica van de droom, hoopt Apichatpong. „Ik hou nu zelf een droomdagboek bij. Zo ontdek je dat dromen een sterke narratieve structuur hebben, sterker dan mijn vroegere films eigenlijk. Maar droomverhalen missen begin, eind of moraal. Het is geen Hollywood, de logica klopt niet helemaal.”

In Cemetery of Splendour ondergaan comateuze Thaise soldaten – ze lijden aan een mysterieuze slaapziekte – in een ziekenhuis een soort lichttherapie met neon. Dat moet ze aangename dromen bezorgen. Vrijwilliger Jenjira adopteert soldaat Itt, die haar als moeder accepteert als hij tijdelijk ontwaakt. Medium Peng praat met de soldaten in hun dromen en laat de slapende Itt bezit van haar lichaam nemen. Dode prinsessen komen nogal terloops tot leven en vertellen dat de soldaten de veldslagen van dode koningen strijden: die liggen begraven onder het hospitaal.

Vraag Apichatpong niet om betekenis, dat doet zijn film tekort. Die kan je beter ervaren, met name die verbluffende droommontage waar een Thaise horrorfilm, gehypnotiseerde kijkers, neontherapie en de realiteit met elkaar versmelten.

Cemetery of Splendour begon met een krantenbericht over veertig soldaten met een slaapziekte die in quarantaine moesten. Apichatpong verwerkte er ook de geschiedenis van zijn geboortestreek in: Isan in Noordoost-Thailand. „Droog en moeilijk om in te leven”, zegt hij. „We waren ooit deel van Laotiaanse en Cambodjaanse imperia en zijn beïnvloed door hindoeïsme, en het animisme van de Khmer. In mijn film lopen die lagen van geschiedenis, mythologie, betekenis en herinnering door elkaar heen.”

Hij beklemtoont dat de comateuze militairen geen politieke symboliek in zich dragen nu het leger in Thailand aan de macht is. Apichatpong: „Bij ons speelt het leger altijd een prominente rol. Thailand is zo groot als Texas en heeft meer generaals dan de Verenigde Staten. Maar eigenlijk ben ik meer geïnteresseerd in militairen als seksueel objecten. Het uniform, de macht die dat uitstraalt: dat windt me zeer op.” Zoals de dames in zijn film, die geamuseerd de groeiende erectie van een slapende soldaat observeren.

En de lichttherapie? Die is misschien niet zo onschuldig: Apichatpongs inspiratie is het baanbrekende onderzoek van Steve Ramirez en Xu Liu van het MIT, die met gekleurde lasers – licht – valse herinneringen in breincellen van muizen wisten te planten: de droomfilm Inception is niet lang meer sciencefiction. „Binnenkort kun je ons geheugen echt hacken”, denkt Apichatpong.

Cemetery of Splendour is met zijn droogkomische momenten relatief toegankelijk. Als cameraman werd de Mexicaan Diego Garcia ingehuurd, die natuurlicht en neon betoverend combineert. „Een verademing voor mijn crew”, aldus Apichatpong. „Mijn vaste cameraman is namelijk een monster.” Zijn Gouden Palm heeft wereldwijd deuren geopend, zelfs Hollywood klopte aan. „Ze vroegen: waar hou je van? Horror. Wat voor horror? (Spookfilm) The Others. Oké, dan sturen we u dat soort scripts. Maar het zijn er zoveel, ik ben er maar niet aan begonnen.”

Eerder tref je Apichatpongs videoprojecten in musea. Iets heel anders dan cinema, niet per se vrijer. „In het museum heb je twee minuten om je publiek te boeien, daarna lopen ze door. In de bioscoop betalen ze om zich anderhalf uur lang door jou te laten hypnotiseren.”