Dit zijn de vijf verstrekkende gevolgen van het Oekraïne-referendum

Doet het ertoe wat het vereiste minimum van 4 miljoen Nederlanders stemt in het Oekraïnereferendum? Ja, en niet alleen in Nederland

Foto ANP

Nog geen 4 miljoen Nederlanders zijn op 6 april genoeg om een steen in een vijver te gooien die 700 miljoen burgers in Europa en de oude Sovjet-Unie nat kan spatten.

Als het vereiste minimum van 4 miljoen kiezers (30 procent van de ruim 12,5 miljoen kiesgerechtigden) op de dag van het referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne opkomt en in meerderheid tegen stemmen, hebben zij niet alleen effect in Nederland. De uitslag krijgt ook invloed op de machtsverhoudingen in Europa, Oekraïne, Georgië, Moldavië en Rusland.

Vandaag vergadert het Europees Parlement over de voortgang van de politieke handelsakkoorden met Oekraïne, Moldavië en Georgië. Het handelsakkoord met Oekraïne wordt over 2,5 maand aan een volksraadpleging onderworpen.

Vijf redenen waarom dit referendum belangrijk is.

1. Politiek in Nederland: strijd tussen ‘elite’ en ‘het volk’

Formeel is aan de orde of Nederland zijn handtekening onder het verdrag met Oekraïne moet terugtrekken.

Premier Rutte (VVD) staat achter het akkoord omdat het handel bevordert. Minister Koenders van Buitenlandse Zaken (PvdA) ondersteunt het verdrag, „hoe het referendum ook afloopt”, omdat hij hoopt dat Oekraïne via associatie met de EU de „strijd tegen corruptie en voor zelfbeschikking” kan winnen.

SP-parlementariër Van Bommel is tegen omdat het 11 miljard euro zou kosten en omdat „de corruptie dan ook Nederland binnenkomt”.

Politiek gaat het referendum echter om meer dan die handtekening. Het draait: om de verhouding tussen regering en burgers. De initiatiefnemers hebben Oekraïne uitgekozen omdat ze het „ondemocratische karakter” van de EU-expansie aan de kaak willen stellen. Door de Russische annexatie van de Krim en de afscheidingsoorlog in de Donbas is Oekraïne daarvoor geschikter dan de ex-Sovjetrepublieken Georgië en Moldavië, die ook politieke handelsakkoorden met de EU hebben gesloten, maar niet (meer) op voet van oorlog met Rusland leven.

„We worden collectief belazerd”, aldus Van Bommel bij het Forum voor Democratie dat heeft geijverd voor het referendum. Criticus Ewald Engelen, financieel geograaf aan de UvA, verwoordde zijn motief om ‘nee’ te stemmen zo in De Groene Amsterdammer: „Het briljante van #geenpeil is dat het geen enkele consequentie heeft; dat verdrag komt er toch wel. Het is een loepzuivere populariteitspoll. Voor of tegen de kaste – dat is de vraag."

Het referendum is daarom een testcase voor de vraag of de meerderheid in de Tweede Kamer, ook wel ‘elite’ genoemd, kan blijven claimen dat ze de burgerij vertegenwoordigt of dat het ‘volk’, dat op 6 april opkomt, de stemming beter vertolkt.

In dat laatste geval moet Rutte beslissen of hij een ‘nee’ negeert en dreigt een conflict in het parlement. De PvdA-fractie heeft aangekondigd dat ze de uitslag zal respecteren, dit tot ergernis van Koenders. De VVD legt niet toevallig de nadruk op de handel, omdat ze over de politieke component verdeeld is.

2. De positie van Nederland in de EU.

Bij een ‘ja’ verandert er weinig aan de positie van Nederland in Europa. Een ‘nee’ kan bij de andere 27 lidstaten de vraag oproepen wat de handtekeningen van regering en parlement in Den Haag nog waard zijn, als ratificatie van een verdrag achteraf ongedaan kan worden gemaakt. De stem van Nederland zal dan in Brussel minder worden gehoord.

Althans, als de andere EU-landen vasthouden aan hun Oekraïne-beleid, wat niet zeker is. Meer landen kampen met een vertrouwensbreuk tussen basis en bovenbouw. Die kloof is volgens het EU-bureau voor statistiek Eurostat vooral verdiept in de landen die het zwaarst zijn getroffen door de eurocrisis: Griekenland, Spanje, Cyprus en Italië. Maar een ‘nee’ kan ook als een dominosteen doorrollen naar traditioneel eurosceptische landen als Groot-Brittannië en Tsjechië.

3. De verhouding tussen Nederland en Oekraïne/Rusland.

Zowel afwijzing als aanvaarding van het verdrag zal invloed hebben op de Nederlandse betrekkingen met de twee grootste republieken uit de voormalige Sovjet-Unie.

Rusland is een belangrijke handelspartner voor Nederland. Omgekeerd geldt hetzelfde. Nederland was in het eerste sanctiejaar 2014 met een totale in- en export van 25 miljard euro (bijna 10 procent van het totale Nederlandse handelsvolume) de tweede handelspartner voor Rusland. Aardgas en olie spelen daarin de hoofdrol.

In 2014 stond Nederland niet in de top-10 van de Oekraïense handelspartnerlijst, die toen nog werd aangevoerd door Rusland. Door de crisis in Oekraïne is het volume verder afgenomen. Maar het tij is aan het keren. Sinds de kredietcrisis van 2008-2009 is de handel met Nederland gestaag gegroeid.

Een ‘ja’ voor het associatieverdrag betekent dat Nederland zijn betrekkingen met Rusland tegen het licht moet houden. De banden zijn na het mislukte ‘vriendschapsjaar 2013’ toch al danig bekoeld, zozeer dat Koenders heeft besloten om een van zijn allerzwaarste diplomaten als ambassadeur naar Moskou te sturen: departementaal secretaris-generaal, ex-gezant in Washington en Ruslandkundige Renée Jones-Bos. Ze moet redden wat er nog te reden valt.

De betrekkingen met Oekraïne zijn intussen nog geen alternatief. In Kiev is Nederland sowieso niet het eerste land waar de regering aan denkt als het gaat om solidariteit met Oekraïne. Duitsland staat in beter aanzien.

Met een ‘nee’ isoleert Nederland zich van Oekraïne. Maar of de band met Moskou dan weer gaat floreren? Sinds 2011 vlakt de handel al af. De lage olieprijzen en de structurele economische crisis in Rusland verduisteren het perspectief nu nog meer.

4. De relatie tussen de EU en Oekraïne/Rusland.

Binnen de EU wordt de consensus over het beleid jegens Oekraïne en Rusland met hangen en wurgen bewaard. Het Europese sanctiebeleid tegen Rusland is niet door alle lidstaten con amore omarmd. Toen de EU in december het besluit nam over verlenging lag Italië dwars. Eerder lieten andere staten (Griekenland, Cyprus, Bulgarije, Oostenrijk) blijken dat ze de sancties niet tot sint-juttemis willen voortzetten. In meerdere landen is het sanctiebeleid onderwerp van binnenlandse strijd. In Frankrijk heeft potentieel presidentskandidaat Sarkozy zich ertegen uitgesproken.

Er is evenmin overeenstemming over de intensiteit van de toenadering tot Oekraïne. Voor Zweden, Polen, Estland, Letland en Litouwen heeft het akkoord met Kiev een existentiële geopolitieke betekenis. De laatste vier willen één ding: zoveel mogelijk buffers tussen Rusland en hen. Duitsland heeft zich politiek aan het verdrag gecommitteerd, net als het Verenigd Koninkrijk, maar hecht er minder strategisch belang aan, omdat Rusland belangrijker is. Elders in Europa geldt: hoe verder van Kiev, des te minder een issue.

De uitslag van het referendum kan deze spanningen tussen en binnen de andere EU-lidstaten katalyseren en de Europese eensgezindheid tegen de Russische interventies in Oekraïne verder ondermijnen.

5. De verhouding tussen Europa en Amerika.

Tegenstanders van de associatie betogen niet alleen dat Europa zich zo vervreemdt van Rusland, maar ook dat het akkoord past in de kraam van de VS, die hun in 2008 gesneefde wens dat Oekraïne lid wordt van de NAVO niet hebben opgegeven. Ja of nee, de VS blijven actief. Als een ‘nee’ in de EU een domino-effect heeft, dan is de kans dat groot dat Amerika nog nadrukkelijker instapt om de Europese rol over te nemen. In Oekraïne is het enthousiasme over de EU toch al wat tanende. Maar dat wil niet zeggen dat teleurgestelde Oekraïners weer kijken naar Rusland. Integendeel, ze wenden de blik naar Amerika.

Najaar 2015 peilde het Kiev Internationaal Instituut voor Sociologisch Onderzoek (KMIS) hoe Oekraïners zouden stemmen bij een plebisciet over toetreding tot de EU dan wel tot de Euro-Aziatische Economische Unie (EAEU), de tegenhanger onder auspiciën van Moskou. Volgens het KMIS zou 61 procent voor de EU stemmen. Dit betekent niet dat tweevijfde zich weer zou wil voegen in de Russische invloedssfeer. Slechts 24 procent zou voor toetreding tot de EAEU stemmen: een halvering ten opzichte van een jaar eerder.

Gevraagd naar de buitenlanden in wie ze het meeste vertrouwen hebben, zegt ruim tweederde dat Amerika die positieve waardering verdient. Alleen Duitsland is populairder. Onderaan staat Rusland, dat bij driekwart tot viervijfde in een ongunstig daglicht staat.

Die groeiende oriëntatie op de VS leidt nog niet tot meer liefde voor de NAVO. Als het om dit Westerse bondgenootschap, dé steen des aanstoots voor Rusland, gaat, is Oekraïne gespleten. Het KMIS peilde mei vorig jaar dat 51 procent voor een NAVO-lidmaatschap is en 49 procent tegen.

Vier miljoen Nederlanders doen er dus toe. Dat is een ongekende machtspositie voor amper 0,5 procent van het continent. Menig hedgefund of investeringsfonds droomt van zo’n hefboom.