Den Haag krijgt ‘stiekemlek’ niet boven: geen vervolging fractieleiders

Commissie-Schouten: geen bewijs voor lekken door fractievoorzitters uit geheim overleg.

De commissie die het lekken onderzocht stond onder leiding van Carola Schouten (Christenunie, in het midden). Ze presenteerde woensdagmorgen het onderzoek. Foto David van Dam

Laten we alsjeblieft een punt achter dit verhaal zetten. Zo kun je de conclusie van het onderzoek samenvatten dat de Tweede Kamer deed naar lekken uit de ‘commissie-stiekem’. Een groep van zeven Tweede Kamerleden deed onderzoek naar het lekken uit die commissie-stiekem. Ze hebben geen gronden voor vervolging gevonden, maakte voorzitter Carola Schouten (ChristenUnie) vanochtend bekend. Zij hebben „geen feiten of omstandigheden aangetroffen die leiden tot een redelijk vermoeden van schuld” van één of meer van de fractievoorzitters. Schouten zei dat te betreuren.

Onderwerp van onderzoek was het lekken naar NRC uit twee vergaderingen van de commissie-stiekem, die van 12 december 2013 en 5 februari 2014. In die vertrouwelijke commissie bespreken de fractievoorzitters het werk van de inlichtingendiensten. Het onderwerp van gesprek op die vergaderingen lag destijds politiek heel gevoelig: de vraag was of minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) de Tweede Kamer wel of niet had geïnformeerd over zijn onjuiste uitspraken over het verzamelen van 1,8 miljoen telefoondata.

De onderzoekscommissie, onder voorzitterschap van Tweede Kamerlid Carola Schouten (ChristenUnie), heeft met alle politici gesproken die destijds in de commissie-stiekem zaten. „Zonder uitzondering” hebben alle fractievoorzitters verklaard „nooit mededeling te hebben gedaan” aan journalisten over wat in de commissie-stiekem is gewisseld.

Alle fractievoorzitters hadden in die tijd, februari 2014, veel contact met journalisten. Zowel met NRC als met andere media, constateert de commissie. Bij de gesprekken met de fractievoorzitters „speelde het de commissie parten” dat hun vragen over contacten gingen die zich twee jaar geleden afspeelden. NRC zegt niets over de totstandkoming van het artikel omdat de krant grote waarde hecht aan bronbescherming.

Schouten en co zijn kritisch op het Openbaar Ministerie. Hun onderzoek naar de aangifte van het schenden van de geheimhoudingsplicht, op 13 maart 2014 gedaan door VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, heeft vanaf november 2014 „de facto stil” gelegen. En het OM deed „erg lang” over de vraag of het zelf bevoegd was om de zaak te behandelen.

Pas in november 2015, ruim anderhalf jaar na de aangifte, besloot het OM de zaak aan de Tweede Kamer over te dragen omdat het mogelijk om een ambtsmisdrijf ging. Het onderzoek van het OM was „geenszins een panklaar dossier” dat zo aan de Hoge Raad kon worden doorgegeven, zei Schouten vanochtend.

Hun eigen opdracht was een „mission impossible”, constateert de commissie verder. De wetten over vervolging van Tweede Kamerleden en bewindspersonen zijn „niet helder en sluitend” en tegenstrijdig. Dat is geen nieuwe conclusie, stellen Schouten en haar collega’s ook vast: in 2010 kwam er al eens een onderzoeksrapport uit dat precies hetzelfde constateerde. Sindsdien veranderden parlement en kabinet niets aan de wet.

Er komt nog een debat over het rapport – maar de verwachting is dat de Tweede Kamer deze conclusies overneemt. In de onderzoekscommissie zaten de zeven grootste fracties.