Besteldebat niet vrijblijvend

De Eerste Kamer is eruit. Een staatscommissie moet onderzoeken of het Nederlandse parlementair stelsel toekomstbestendig is en aanbevelingen doen voor verbetering. Als de lange aanloop naar dit besluit maatgevend is, kan de rapportage nog geruime tijd op zich laten wachten. Half oktober 2014 bracht toenmalig fractievoorzitter van de VVD, Loek Hermans, dit idee op in de Eerste Kamer. Premier Rutte reageerde positief, maar daarna werd het stil.

Dinsdag, dus vijftien maanden later, heeft de Eerste Kamer een volgende stap gezet. Een grote meerderheid werd het in een tamelijk uniek onderling debat eens over een motie waarin wordt uitgesproken dat het „wenselijk” is „in overleg met de Tweede Kamer” een verzoek aan de regering te doen om de staatscommissie in te stellen.

Wat begon als een vooral in VVD-kring geventileerd ongenoegen over de grote (politieke) rol die de Eerste Kamer in het parlementaire systeem ging spelen, is uitgegroeid tot het verzoek om een algehele doorlichting van de Nederlandse parlementaire democratie. Hierbij gaat het allang niet meer alleen om de positie van de Eerste Kamer in het parlementaire stelsel , maar zullen ook zaken als de betrokkenheid van de burger, de rol van de Europese Unie, de gevolgen van de decentralisatie, de sterk wisselende kiezersvoorkeuren en de effecten van digitalisering en sociale media op de representatieve democratie worden onderzocht.

Scepsis is op zijn plaats. De naoorlogse geschiedenis van Nederland kent talloze studies al dan niet in de vorm van zware staatscommissies die het parlementaire en staatkundige systeem hebben onderzocht. Even talloos waren de voorstellen voor verandering. Even constant was de uitkomst: er gebeurde niets. De noodzakelijke politieke meerderheid voor substantiële veranderingen van het systeem was gewoonweg afwezig.

Of het nu heel anders zal aflopen, valt dan ook te betwijfelen. Toch mogen de ervaringen uit het verleden geen beletsel zijn om wederom een poging te wagen. Een parlementaire democratie moet zichzelf constant tegen het licht houden. Natuurlijk gebeurt dat periodiek bij verkiezingen door de kiezer, maar het systeem als zodanig vergt tevens een kritische blik van binnenuit. Dat hiervoor voldoende reden is, blijkt uit de hedendaagse politieke werkelijkheid.

Een staatscommissie kan een impuls geven tot verandering. Maar alleen als deze zich verzekerd weet van politieke rugdekking. Op initiatief van D66 en de SP zal de staatscommissie vergezeld worden door een uit politici bestaande begeleidingsgroep. Dat maakt de werkzaamheden niet eenvoudiger, maar wel realistischer.