Amnesty: optreden Koerden ‘misdadig’

Koerdische strijdkrachten in Irak maken zich volgens Amnesty International mogelijk op grote schaal schuldig aan oorlogsmisdaden. In gebieden die ze heroverd hebben op Islamitische Staat (IS) vernielen ze dorpen door de huizen in brand te steken en daarna plat te bulldozeren. Daardoor kunnen de oorspronkelijke Arabisch sprekende bewoners niet terug en zitten tienduizenden onder slechte omstandigheden in kampen.

Volgens Amnesty-onderzoeker Donatella Rovera duidt alles op een gecoördineerde campagne. „Het gedwongen verdrijven van burgers en de doelbewuste vernietiging van huizen en bezittingen zonder militaire noodzaak komt mogelijk neer op het plegen van oorlogsmisdaden”, zegt ze.

Het doel lijkt tweeledig: de Koerdische peshmerga willen mensen die met IS zouden hebben samengewerkt daarvoor straffen. Daarnaast willen ze terrein veroveren en zo de autonome Koerdische regio in Irak vergroten. Het gaat voornamelijk om dorpen in gebieden waar zowel Koerden als Arabieren in Irak een claim op hebben.

De peshmerga trekken volgens Amnesty op met milities van yezidi-mannen die wraak willen nemen. In augustus 2014 nam IS de regio Sinjar in waar zowel yezidi als Arabische moslims wonen. Daarbij werden honderdduizenden yezidi verdreven en massaslachtingen aangericht.

Volgens Amnesty moeten landen die peshmerga bewapenen en trainen, zoals de VS en Nederland, druk uitoefenen om oorlogsmisdrijven te stoppen. De regering van de Koerdische regio in Irak ontkende eerder zulke beschuldigingen.

Ook de Koerdische YPG strijders in Syrië, waar de Nederlandse oud-militair Jitse Akse zich bij aansloot, doden soms IS’ers en schenden mogelijk op die manier het oorlogsrecht. Akse werd afgelopen week aangehouden.