Zieltjes winnen voor de islam in het asielzoekerscentrum

Moslims van de stichting Al-Ighaatha zoeken islamitische vluchtelingen op in asielzoekerscentra. Maar tegelijkertijd sympathiseren zij met jihadisten en het martelaarschap.

Foto Ahlus-Soennah Publicaties/Stichting Al-Ighaatha, bron: Facebookpagina Stichting Al-Ighaatha

„Beste broeders en zusters, zoals velen van jullie weten gaan wij vandaag naar een vluchtelingenkamp in Brussel.” Het is september 2015 als een man met een lange zwarte baard de eerste actie van Al-Ighaatha aankondigt in een video op Facebook. „We gaan daar vandaag verschillende dingen uitdelen aan de behoeftigen, zoals verzorgingsproducten, kleding voor vrouwen, dekens, snoep voor kinderen en ook geld.”

Al-Ighaatha betekent ‘De Redding’ en is de naam van een nieuwe islamitische hulporganisatie. Die werd een half jaar geleden vanuit het Utrechtse dorp De Bilt opgezet door drie vrienden: Najibullah M. (25), Warez A. (24) en Zabiullah Y. (24). Ze hebben alle drie een Afghaanse achtergrond en zien het als hun islamitische plicht om vluchtelingen te helpen.

Hun vrijwilligerswerk beschrijven zij op Facebook als „een druppel op een gloeiende plaat”. Want het werkelijke probleem zit volgens hen in de moslimgemeenschap zelf: alleen wanneer moslims de ware islam weer gaan praktiseren, krijgt de gemeenschap haar „eer, glorie en macht” terug en zal Allah de „vijanden” van de islam „vernietigen”. Daar probeert Al-Ighaatha een begin mee te maken door de islam te verkondigen en moslims te helpen waar het kan. De stichting bezocht al asielzoekers in Brussel, eind september in Haarlem, en in oktober in Zutphen.

Martelaarschap

Al-Ighaatha geeft niet alleen kleren en dekens, maar ook morele steun. Zo verspreiden zij een oproep om een 16-jarige vluchteling te bezoeken die hier geen familie heeft. Hun werk oogst veel lof in de moslimgemeenschap. Vrijwilligers uit het hele land sluiten zich aan. De stichting heeft meer dan 3.000 likes op Facebook.

Maar Al-Ighaatha is meer dan zomaar een liefdadigheidsstichting. Want behalve het bijstaan van vluchtelingen, heeft de stichting nog een ander doel. Zo verspreidt het online een video waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt. In de video wordt gezongen over „paradijselijke vrouwen” die met een „martelaar” willen trouwen en niet met een „thuisblijver”. Verderop luidt de tekst dat martelaren met vreugde uitkijken naar hun dood. „Als ik word neergehaald, hier is dan mijn bloed. [..] Diens geur is aromatisch, de kleur is die van een roos.” In een reactie zegt de stichting dat de boodschap van de video is dat moslims zich moeten inzetten voor de gemeenschap.

De ‘martelaarsvideo’ komt niet uit de lucht vallen: bij Al-Ighaatha zijn jihadsympathisanten betrokken. Jordi de J. zet zich bijvoorbeeld actief in voor de stichting. Deze teruggekeerde Syriëganger werd onlangs veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van een half jaar. Ook van Arnhemse jihadsympathisanten is er steun. Op Facebookpagina ‘Streven naar het Paradijs’, die door de Arnhemmers wordt beheerd, staan behalve video’s van de terroristische strijdgroep Jabhat al-Nusra ook oproepen aan moslims om zich aan te sluiten bij Al-Ighaatha.

Mohammed B.

Waar gaat het geld heen dat Al-Ighaatha inzamelt? De stichting gebruikt twee bankrekeningnummers. Er is een ABN Amro-rekening op naam van voorzitter Zabiullah. Die bankrekening geeft Al-Ighaatha op voor haar vluchtelingenacties. Daarnaast is er een Rabobank-rekening op naam van de stichting. Het geld dat daarop binnenkomt, is deels bestemd voor terrorismegevangenen. „Om hen meer bestedingsruimte te bieden”, verklaart de stichting zelf op Facebook. Ook voor families van gevangenen wordt gecollecteerd. Een bericht op forum Marokko.nl vermeldt aan welke gevangenen de stichting steun verleent. Op de lijst prijken namen als Azzedine C., een Haagse jihadist die onlangs werd veroordeeld tot zes jaar cel, en Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.

Tegenover deze krant ontkent de stichting dat dit bericht van haar is – hoewel het bericht het juiste mailadres en rekeningnummer van de stichting vermeldt. Wel erkent Al-Ighaatha dat het collecteert voor moslimgevangenen. Het overmaken van geld aan een veroordeelde terrorist kan in sommige gevallen worden gezien als het financieren van terrorisme. Daar staat maximaal acht jaar celstraf op.

Over de reden waarom Al-Ighaatha geld voor gevangenen inzamelt, schrijft de stichting op Facebook dat het gaat om „dierbare” broeders die „zonder enige vorm van duidelijk bewijs” zijn opgepakt door „de vijanden van Allaah”.

Buitenlandse jihadisten

Naast financiële steun verleent Al-Ighaatha gevangenen morele steun. Dit kan door brieven te schrijven – ook aan buitenlandse jihadisten, zoals de Amerikaanse prediker Ali al-Tamini. Hij riep volgelingen op de gewelddadige jihad te voeren in Afghanistan en zit een levenslange gevangenisstraf uit in de Verenigde Staten. Maar volgens Al-Ighaatha is de prediker „een van de eersten die in het Engels de ware Boodschap van de Islaam verspreidde”. „Moge Allah hem bevrijden”, aldus de hulporganisatie.

De brieven kunnen een grote steun zijn voor de gevangenen. Zo ontving Al-Ighaatha op 12 december een handgeschreven brief terug van een Nederlandse jihadverdachte die zich Abou Jaffar noemt. Hij laat weten zeer verheugd te zijn met de vele brieven. „Slechts 1 brief afkomstig van jullie is de meest geliefde verrassing die ik kan krijgen.”

Op straat probeert Al-Ighaatha de islam uit te dragen door moslims „te herinneren aan de geboden en verboden van Allaah”. ‘Straat Dawah’ heet dit project, waarvoor de stichting samenwerkt met Ahlus-Sunnah Publicaties. Dit is een groep moslims die op haar website de gewelddadige jihad aanprijst. De afgelopen maanden trokken de organisaties gezamenlijk door Utrecht, Den Haag en Hilversum om voorbijgangers op te roepen naar de moskee te gaan en niet mee te doen aan feestdagen van ongelovigen.

Een groep jihadsympathisanten uit Den Haag organiseerde tot vorig jaar soortgelijke activiteiten. Ook zij waren gegroepeerd rondom een stichting waarmee zij voorbijgangers probeerden te bekeren tot de islam („straat dawah”) en opkwamen voor moslimgevangenen. De kopstukken uit deze groep werden vorig jaar veroordeeld in de zogenoemde ‘Contextzaak’, omdat zij jongeren ronselden voor de strijd in Syrië.

Hun achterban vormde hierna Project Aseer (‘Project Gevangene’). Deze Haagse jihadsympathisanten steunden de gevangenen door brieven te schrijven en geld in te zamelen. Vorige maand sloot Project Aseer zich aan bij Al-Ighaatha, naar eigen zeggen omdat de hulpstichting „een groter bereik” heeft. Voor het eerst sinds de Haagse Contextzaak vinden nu dus weer openlijke acties plaats door jihadsympathisanten, dit keer rond Utrecht.

Het verplaatst naar Utrecht

Een zorgelijke ontwikkeling, zegt hoogleraar terrorisme Edwin Bakker van het Haagse Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme. „Het geeft aan dat de extremistische scene zich niet heeft laten ontmoedigen door het proces tegen de Haagse jihadisten. Ik hoopte dat die zaak een afschrikwekkende werking zou hebben, maar kennelijk weten dit soort groepen zich nog steeds te mobiliseren.”

Dat dergelijke initiatieven nu in Utrecht plaatsvinden, is volgens Bakker geen toeval. „De scene uit Den Haag is voor een deel weggevloeid: ze zitten in de gevangenis, in Syrië, zijn dood of worden in de gaten gehouden. Dan is het logisch dat zoiets oppopt in een andere omgeving.”  Zo lijkt de jihadistische scene zich te verplaatsen van Den Haag naar de regio Utrecht. Volgens Bakker zou Utrecht zich enige zorgen moeten maken omdat dergelijke groepen kunnen vervallen in strafbare activiteiten.

De gemeente De Bilt, waar Al-Ighaatha is gevestigd, houdt de stichting sinds eind december in de gaten. „In het kader van onze radicaliseringsaanpak”, zegt een woordvoerder. Vorige week is de politie langs geweest bij voorzitter Zabiullah Y. om te vragen naar de doelstellingen van de stichting. Tegenover NRC geeft Al-Ighaatha aan dat „het helpen en steunen van de behoeftige medemens” haar doelstelling is. De stichting zegt niets te maken te hebben met extremisme. Na vragen van deze krant heeft de stichting haar uitingen die wijzen op sympathie voor jihadisten gauw verwijderd van haar Facebook- en YouTube-accounts.

De politie maakt zich ernstige zorgen over de stichting en overweegt een strafrechtelijk onderzoek te starten, stellen bronnen van NRC. Wat de situatie urgent maakt, is dat Al-Ighaatha zich bezighoudt met vluchtelingenhulp. Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) wees eerder op het risico dat asielzoekers worden geronseld in opvangcentra. Asielzoekers zijn vaak gefrustreerd over hun lange verblijf in opvangcentra en dit maakt hen vatbaar voor radicalisering.

Zieltjes winnen mag

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zegt geen signalen te hebben ontvangen over Al-Ighaatha. Hoever hulpverleners mogen gaan in het uitdragen van hun gedachtegoed aan asielzoekers, blijft onduidelijk. „Zieltjes winnen mag”, aldus de woordvoerder, „maar alleen zolang de vluchtelingen dit niet als ongewenst ervaren.” Ook mogen in opvangcentra geen activiteiten plaatsvinden „waarvan de schijn bestaat dat die tot doel hebben bewoners te laten radicaliseren.”