‘We zijn er ook voor bankklevers’

Nicole Ex wil samen met 17 musea van ‘See All This’ het grootste Nederlandse kunstblad maken. „No guts no glory.”

De grote Nederlandse musea zijn tot het besef gekomen dat ze samen sterker staan. Dat zegt Nicole Ex (1965), de kunsthistoricus en tijdschriftenmaker die dinsdag het kunstplatform See All This lanceert, dat zeventien grote musea met elkaar verbindt. Het platform bestaat online en op papier. De site seeallthis.com is een overkoepelend podium voor de betrokken musea. Bezoekers kunnen zich informeren over het expositieaanbod, en ook reacties achterlaten. Later zijn via de site ook tickets en producten te koop.

Als kunsttijdschrift verschijnt See All This vier keer per jaar. Het is met een oplage van 20.000 exemplaren, waarvan 5.000 in het Engels meteen het grootste kunstmagazine van Nederland. Nicole Ex, voorheen redacteur van het cultuurtijdschrift Hollands Diep, is de oprichter. Volgens de zeven ondernemers die geld in het project staken, heeft ze goud in handen. Nicole Ex legt uit waarom ze dat zeggen: „Delen is het nieuwe hebben. Door netwerken te koppelen kan je zoveel teweegbrengen.”

Hoe kwam u op dit idee?

Nicole Ex: „Toen Hollands Diep en Oog [een door het Rijksmuseum geïnitieerd kunsttijdschrift, red.] vijf jaar geleden omvielen, heb ik geprobeerd een tijdschrift voor het Concertgebouw en de drie musea op het Museumplein op te richten. Tot Chris Stolwijk [directeur van het RKD – Nederlands instituut voor Kunstgeschiedenis, red.] me voorhield, dat ik beter voor een groot aantal musea in Nederland een platform kon maken. Hoe moet ik die overtuigen van het nut van gemeenschapszin, dacht ik eerst. Maar wat denk je? Chris en ik verstuurden vijftien brieven en binnen twee weken hadden we met veertien directeuren een afspraak. Het idee om gezamenlijk de schatkamer van de Collectie Nederland onder de aandacht te brengen, sprak enorm aan.”

Het Rijksmuseum wilde niet?

„Ik weet niet waarom Wim Pijbes geen belangstelling had. Maar als hij alsnog wil meedoen, is hij welkom.”

Wie is de eigenaar van See All This?

„Inhoudelijk mag ik me de eigenaar voelen, het platform is natuurlijk van de investeerders. Van het VSB Fonds en het Mondriaan Fonds kregen we mooie subsidies. De zeventien deelnemende musea betalen contributie. En ze bieden hun netwerk aan, stellen hun kennis en kunde ter beschikking, en zorgen deels ook voor de distributie van het tijdschrift.”

Hoe blijft u als redactie onafhankelijk met zoveel deelnemende musea?

„Dat is ingewikkeld. Maar de musea realiseren zich gelukkig dat ze niet altijd in het blad zullen staan en dat het gezamenlijke doel vooropstaat.”

Hoe onderscheidt uw tijdschrift zich van de bestaande kunstbladen?

„Kunsttijdschriften hebben vaak iets hermetisch. See All This wil zich minder op het kunsthistorische richten en meer op wat kunst teweegbrengt. Ook zullen we natuur, de literatuur en mode vaak bij de kunst betrekken; we gaan over grenzen heen.”

Wie is uw doelgroep?

„Met het tijdschrift mikken we op de kunstliefhebbers. De vaste vrienden van de musea kunnen het blad met korting krijgen. Online richten we op een grotere doelgroep. We zijn er ook voor de thuisblijvers en bankklevers. Van de tijd dat ik jonge kinderen had, weet ik dat er fasen in je leven zijn dat museumbezoek lastig is. Het draagvlak voor kunst is veel groter dan het soms lijkt.”

Met uw hoge oplage en een Engelse editie zet u hoog in.

No guts no glory. Denk groot, hield een van de investeerders me voor. Zijn advies was om bij de opzet eerst op de hele wereld te mikken. Daarna pas moest ik de plannen op Nederland betrekken.”