Column

Verdwijnt de laatste veilige belegging?

De ‘couponknippers’ knarsetanden. De wie? Beleggers bewaarden vroeger hun effecten thuis en als een bedrijf rente of dividend betaalde, knipten zij een stukje van het papieren effect af (‘couponnetje’), leverden dat bij hun bank in en incasseerden de opbrengst.

Dé couponknippers waren de beleggers in Koninklijke Olie, nu Royal Dutch Shell. Dat was de klassieke belegging voor mensen die eigenlijk niet wilden beleggen, maar vanwege het ijzersterke dividend en de stabiele beurskoers toch Shell kozen. Vandaar de koosnaam: weduwen- en wezenfonds. En de beurswijsheid: never sell Shell.

Shell is nog altijd een fonds met een trouwe aanhang onder Nederlandse particuliere beleggers, maar de feiten van de afgelopen weken wijzen op een crisissfeer. De koers is dit jaar 15 procent gedaald en het dividend van Shell – uitgedrukt als percentage van de koers (dividendrendement) – staat boven 9 procent. Op een spaarrekening krijg je nu 0,5 à 1 procent rente. Het verschil tussen die rente en het dividendrendement van Shell heet risico: het risico van de oliemarkt, waar de prijs maar daalt, het risico dat de koers van Shell ook verder daalt en het risico dat het dividend wordt verlaagd.

Nederlandse particuliere beleggers blijven in overgrote meerderheid in Shell geloven. De beleggersvereniging VEB peilde eind vorig jaar 1.123 aandeelhouders en 69 procent verwachtte toen dat Shell zijn dividendbeleid de komende jaren kan handhaven. Voor 26 procent van de ondervraagden was het zelfs een reden om extra aandelen te kopen, zeiden ze. Zij werden vorige week op hun wenken bediend door Shell-directievoorzitter Ben van Beurden, die in een interview met deze krant onder meer zei: wij garanderen het huidige dividend, of meer, tot het einde van het jaar. Als beleggers en speculanten op de financiële markten rationaal zouden handelen, zou men nu massaal aandelen Shell kopen om deze dividendbonanza te pakken te krijgen. Maar nee.

Is er meer aan de hand? De koersval van Shell en aanverwante oliebedrijven is het equivalent van de kredietcrisis voor de financiële wereld in de herfst van 2008. Alle zekerheden zijn het raam uit, de koersontwikkeling riekt naar paniek. Van Beurden in eerder genoemd interview: er is sprake van een fundamentele verschuiving, de oliemarkt verandert van een markt waar het Opec-kartel voor evenwicht zorgde, maar een „rommeliger model met alle daarbij behorende fluctuaties”. Die pieken en dalen dienen zich aan op het moment dat Shell met het bod ter waarde van ongeveer 50 miljard euro op het Britse olie- en gasbedrijf BG de grootste overname uit zijn historie doet. Een historie die juist voorzichtigheid uitstraalde. Dus komen er bovenop de rommelige markt nog extra risico’s over de uitvoering en het succes van een grote fusie.

Daarbij heeft Shell één groot voordeel: het zou me niks verbazen als alle grotere Shell-beleggers, zoals pensioenfondsen en beleggingsmaatschappijen, ook beleggers in BG zijn. De Shell-beleggers zullen op een vergadering volgende week woensdag het bod op BG steunen, zodat zij de overnamepremie op hun BG-aandelen incasseren. Daarná wordt het spannend als de olieprijs zo laag blijft.

De pieken en dalen die Van Beurden in het vooruitzicht stelt, zijn ook slecht nieuws voor de ‘couponknippers’.

Nóg een zekerheid minder.