Van Keulen dient een spetterend NJO

Isabelle van Keulen Foto George Thum

De jaarlijkse NJO Wintertournee is er voor orkestmusici in spe: de beste conservatoriumstudenten van de Lage Landen krijgen de kans in de grote zalen te spelen – in veel gevallen hun toekomstige werkveld. Het programma begon in overdrive, met de vette achtervolgingssoundtrack Chase (2013) van Joey Roukens. Het ritmische en dynamische reliëf van dit stuk vergt een hecht collectief en de uitvoering was indrukwekkend.

Isabelle van Keulen trad op als solist in Berlioz’ altvioolsymfonie Harold en Italie, oorspronkelijk gecomponeerd voor Paganini (die vond dat er veel te veel rusten in zijn partij stonden, hoewel hij daar later van terugkwam). Van Keulen verstaat de kamermuzikale kunst moeiteloos te schakelen tussen solistisch en dienend spelen, en vormt zo de bindfactor die het werk vereist. Enkele houtensembles klonken wat rommelig, maar de althobosolo in het derde deel was heel mooi, evenals het draailierachtige herdersliedje.

Ronduit spetterend was Ravels beroemde orkestratie van Moessorgski’s Schilderijententoonstelling. De sfeer werd in deze aaneenschakeling van tableaus telkens goed getroffen: de koperfanfare aan het begin blonk als een zeepromenade in de zon, even later dansten de kuikens olijk in hun eierschalen.

Het orkest bleek bovendien over uitstekende solisten te beschikken, met als blikvangers de saxofoniste en de geweldige eerste trompettist, die tetterde als een routinier. De slagwerksectie greep lekker in elkaar en de strijkersklank bezat ontegenzeggelijk glans. Dat alles komt zeker ook op het conto van dirigent Etienne Siebens, die als inspirator en aanjager puik werk leverde.