‘Stoppen bitch. Zie je dit? Ik heb een mes’

Twintig jaar na een reeks verkrachtingen staat Gerard T. voor de rechter. Hij beroept zich op zijn zwijgrecht.

Gerard T. uit Nieuwegein, de man die ervan verdacht wordt de ‘Utrechtse serieverkrachter’ te zijn, trekt veel belangstellenden naar de Utrechtse rechtszaal. Zo’n twintig jaar na de verkrachtingen staat hij terecht. Maandag was de eerste zittingsdag. Daarbij werden de gepleegde feiten besproken en kwamen slachtoffers en dna-deskundingen aan het woord.

T. (52) worden vier verkrachtingen ten laste gelegd. Drie daarvan zijn gepleegd in september 1995 en de laatste in oktober 2001. De slachtoffers waren vrouwen van respectievelijk 27, 16, 28 en 16 jaar oud. Er zijn veel meer zaken gelinkt aan de Utrechtse serieverkrachter, maar volgens het Openbaar Ministerie is alleen in deze vier zaken genoeg bewijs tegen hem.

De voorzitter van de rechtbank waarschuwt de aanwezigen vooraf: de aard van de feiten zal voor sommigen in het publiek wellicht moeilijk aan te horen zijn. De verklaringen over de verkrachtingen die hij vervolgens voorleest zijn pijnlijk gedetailleerd.

Vastgebonden aan een boom

De slachtoffers fietsten allemaal alleen door het donker en werden van achteren gegrepen door een man. Hij pakte ze bij hun haar of arm en dwong ze met hem mee te gaan de bosjes of een weiland in. „Stoppen bitch”, zei de man. En „Bek houden. Zie je dit? Ik heb een mes. Als je doet wat ik zeg, gebeurt er niks.”

De slachtoffers worden meerdere malen verkracht. Een slachtoffer zei dat het pijn deed. Dat moet ook, zei hij toen. Een van hen vlucht een nabijgelegen sloot in. Ze wacht tien minuten en gaat daarna op zoek naar hulp.

Een meisje wordt vastgebonden aan een boom. Als haar belager weg is, probeert ze de tiewraps om haar polsen los te branden. Dat lukt niet. Het duurt vier uur voor ze gevonden wordt. Het is het enige slachtoffer dat tijdens de zitting zelf een verklaring voorleest over de gevolgen van die avond. „Het was de koudste nacht van mijn leven”, zegt ze.

Na elke verklaring vraagt de rechter of T. er iets over te zeggen heeft. „Ik beroep me op mijn zwijgrecht”, zegt hij steeds. Zelfs op vragen naar zijn persoonlijke omstandigheden of over verklaringen die hij eerder heeft gedaan, wil hij nu niks zeggen.

„U heeft het recht te zwijgen en ik probeer u ook niet op andere gedachten te brengen”, zegt de rechter op enig moment. „Maar uw proceshouding is erg onbevredigend, met name voor de slachtoffers. Zwijgen hoeft niet in uw voordeel te zijn.”

Over de persoonlijkheid van T. wordt niet heel veel bekend. Volgens zijn ex-vrouw en familieleden ging hij geregeld fietsen of ‘scooteren’. Zijn dochter beschrijft hem als „agressief en onderdrukkend”. „Maar ze is erg boos op u, dus misschien is haar verklaring wat gekleurd”, zegt de rechter.

Misbruikt

T. zei eerder dat hij „vanwege zijn jeugd” een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) heeft. Hij zou fysiek en seksueel misbruikt zijn door zijn moeder en alcoholverslaafde vader. Psychologen en psychiaters die hem onderzochten zeggen geen kenmerken van PTSS te zien. Observatoren van het Pieter Baan Centrum, waar T. onderzocht is, zeggen dat hij zijn PTSS „instrumenteel inzet”.

Een van de laatste getuigenverklaringen is van een undercoveragent, die als medegevangene bij T. in voorarrest zat. Tegen hem zou T. gezegd hebben: „Normaal vertel ik dit aan niemand, maar ik ben de Utrechtse serieverkrachter. Ze vragen me naar zaken van twintig jaar geleden. Ik weet toch niet meer wat ik twintig jaar geleden heb gedaan.”

Vandaag volgen het pleidooi van de advocaat van T., en het requisitoir en de strafeis van het Openbaar Ministerie.