Rechters zijn boos: laat rechtspraak met rust

Een noodkreet van verontruste rechters krijgt bijval van veel collega’s. Ze wijzen grote veranderingen in de rechtspraak af.

Foto ANP

Meer dan een derde van alle rechters wil niet bezuinigen op rechtspraak, wijst alle veranderingen en organisatorische ingrepen af en zegt met nadruk dat de rechtspraak tot 2018 „met rust gelaten” moet worden. Dit blijkt uit een enquête van een groep verontruste rechters onder vakgenoten. Van de 2.450 rechters antwoordden er 852, en vooral instemmend. Zij scharen zich daarmee achter een opiniebijdrage die de initiatiefnemers eerder publiceerden in het Nederlands Juristenblad. In dat artikel werd de „bedrijfsmatige aanpak” binnen de rechtspraak gehekeld als „doorgeslagen”. Dat zou hebben geleid tot een te grote focus op doorlooptijden en productiedoelen. 

In het Meerjarenplan van de rechtspraak is bijvoorbeeld afgesproken dat in 2018 alle zaken 40 procent korter moeten duren dan in 2013. De rechtspraak is tegelijk bezig het eigen werkproces te digitaliseren, waardoor veel medewerkers en gebouwen overbodig worden. De rechtspraak heeft net een ingrijpende herindeling achter de rug, die 19 arrondissementen met 50 gerechten terugbracht naar 11 arrondissementen met 32 locaties.

Door al deze veranderingen zijn gerechtsbesturen en magistraten van elkaar vervreemd, constateren de opstellers van de enquête. Rechters vinden dat ze binnen hun organisatie te weinig worden gehoord en dat hun inbreng niet wordt gewaardeerd.

Zo mogen rechters niet meer zelf inschatten hoeveel tijd ze voor een zitting mogen reserveren. Specialistische kennis bij rechters speelt steeds minder een rol bij het toedelen van zaken. Dat leidt tot frustraties, over gebrek aan ‘speelruimte’ en aan tijd voor studie en reflectie. Voor opleiding van nieuwe rechters is „in sommige afdelingen” onvoldoende tijd.

Van de 852 respondenten, uit 17 gerechten, is 91 procent bezorgd over de bezuinigingen. Bijna 90 procent is bezorgd over de schaalvergroting en de recente herindeling; 87 procent vindt dat er te veel nadruk ligt op bedrijfsvoering en te weinig op kwaliteit. Bijna 90 procent zegt dat de rechter te weinig wordt geconsulteerd en de organisatie te weinig transparant is. Meer dan 90 procent heeft zorgen over de digitaliseringsoperatie.

De initiatiefnemers van de zogeheten Tegenlicht-enquête willen nu in gesprek met de Raad voor de Rechtspraak en de Vereniging voor Rechtspraak. Op „enig moment” willen de rechters ook met de politiek praten.

De groep rechters zegt dat de rechtspraak al lang onder zware financiële druk staat: de „bodem is al lang bereikt”. Verdere besparingen noemen zij „ontoelaatbaar”. De samenstellers van de enquête beschouwen de herindeling van de gerechten, digitalisering van het werkproces en opvoeren van de productie als de facto bezuinigingen. De bezuinigingsopdracht van 8 tot 9 procent van het budget voor de komende jaren had de Raad voor de Rechtspraak nooit mogen aanvaarden en dient terug te worden gegeven, vindt de groep. In 2014 kostte de rechtspraak iets meer dan 1 miljard euro. Eerder leidde het voornemen van de Raad om zeven rechtbanklocaties gedeeltelijk te sluiten, tot zoveel weerstand dat er weer snel van werd afgezien.