Neergang dwingt FNV tot ondernemender keuzes

Ton Heerts vertrekt voortijdig als voorzitter van vakcentrale FNV op een moment dat de positie van de bond zwakker is dan ooit. De ledenaantallen dalen: vorig jaar 37.000 minder. Volgens CBS-cijfers waren er toen iets minder dan 1,1 miljoen leden. Als gevolg van de groei van het aantal banen is de zogeheten organisatiegraad, dat is het aantal vakbondsleden ten opzichte van de werkende bevolking, gestaag gedaald tot onder de 20 procent. Dat zijn historisch lage percentages.

Bij een reeks recente collectieve arbeidsovereenkomsten was de FNV niet van de partij, soms omdat grote werkgevers met andere bonden afspraken maakten. Maar in één groot overleg, over het raamakkoord vorig jaar van overheidswerknemers, stapte de FNV er zelf uit. Vervolgens verloor de bond twee rechtszaken hierover.

FNV heeft dankzij het sociaal akkoord van vakbonden, werkgevers en kabinet eind 2013 wel beduidende invloed gehouden op sociale wetgeving.

De neergang van de FNV is een trend waar meer ledenorganisaties tegen vechten. Omroepen, kerkgenootschappen en politieke partijen kampen ermee dat mensen minder belangstelling hebben voor een ‘vaste’ binding en liever ad hoc betrokken zijn. De dalende organisatiegraad van de vakbonden is verder geen exclusief Nederlandse trend. In vrijwel de hele westerse wereld gebeurt dat. Het werk in sectoren (industrie, scheepsbouw) waar vakbonden traditioneel sterk waren, is gekrompen. Verder is sprake van een verschuiving naar individualisering en ondernemerschap. Dat is hier zichtbaar in de opkomst van zelfstandigen zonder personeel. De FNV heeft in deze aardverschuiving de boot gemist.

Verschillende FNV-bonden zijn de laatste tijd op verschillende fronten strijdbaarder. Dat zie je terug in wat meer stakingsacties, maar ook in rechtszaken om wanbeleid (Meavita).

De opvolger (m/v) van Heerts staat voor lastige keuzes. Situaties als afgelopen zomer waarin de FNV-leden bij de overheid in de kou staan omdat hun vertegenwoordigers het cao-overleg afbraken kan een vakbond zich niet permitteren. Dat is niet de belangenbehartiging waarvoor de bond is opgericht.

Een strijdbare vakbeweging zou het ideale toneel zijn voor een nieuwe voorzitter (m/v) uit de SP-organisatie. Minder loonmatiging, meer actie. Dat zal meer controverse opleveren met werkgevers en in de gevestigde overleginstituten (SER) die op consensus zijn gericht. De opvolger van Heerts zal in elk geval een ondernemender organisatie moeten vormgeven om bestaande leden te binden en nieuwe te vinden.