Misschien is het leven dan toch een feest

Eva Crutzen flitst en knalt, maar haar tweede voorstelling gaat net zo goed over stress als haar vorige. Ze maakt er de hooggespannen verwachtingen moeiteloos mee waar.

Eva Crutzens grote talent ligt voornamelijk in het met elastieken mimiek uitbeelden van bizar-komische typetjes.

‘Spiritus’ van Eva Crutzen begint als een vette videoclip, met knallen, beats, lichtshow en flitsende dans. De licht- en geluidseffecten zijn een terugkerende traktatie in deze eigentijds vormgegeven voorstelling, die stevig bijdragen aan het energieke, verkwikkende gevoel dat Crutzen weet op te wekken.

Maar de dynamische Crutzen is niet de powerwoman die ze lijkt. Net als in haar debuut Bankzitten gaat het in deze tweede voorstelling van de 28-jarige vooral over de stress die een leven vol ongebreidelde mogelijkheden voor twintigers met zich meebrengt. Groots en meeslepend moet het zijn en daar ga je maar van piekeren. „Als je tegenwoordig voor je 30ste nog nooit een burn-out heb gehad, moet je echt eens met iemand gaan praten.”

Dan moet je ook nog eens hard werken om jezelf te zijn en zorgen bij de ‘coole people’ te horen. Ter illustratie zingt ze een heerlijk liedje over gezien moeten worden op feestjes, begeleid door zoevende filterdisco van haar muzikant en geluidenman Jerry Bloem.

Haar grote talent ligt voornamelijk in het met elastieken mimiek uitbeelden van bizar-komische typetjes. Prachtig is de verzenuwde tennisvrouw, die er op los kakelt terwijl ze de ballen terugmept – met een centrale rol voor het geluidsdecor van krakende ledematen en dreunende slagen. Ook treffend is het verwrongen eendenbekje waarin ze haar gezicht plooit om een door plastische chirurgie mismaakte tante van zestig te spelen. Even makkelijk neemt ze je fysiek mee als ze speelt te moeten overgeven of juist de kick van een xtc-pil etaleert.

Hoogtepunt in dit beeldende cabaret is een terugkerend handpoppenspel met twee wintermutsen, die ze als twee Limburgse vrouwen kefferige gesprekken laat voeren. Dat klinkt ouderwets, maar Crutzen schakelt razend snel en maakt er een geestig en schijnend kunststukje van. Die scènes komen voort uit verhalen over haar Limburgse roots. Daarin is ze soms even zichzelf, als ze het eenvoudige leven van haar oma in Simpelveld opvoert als contrast voor het veeleisende moderne leven.

Na haar geslaagde debuut waren de verwachtingen hoog gespannen en Crutzen maakt die met haar elan en vlotte babbel moeiteloos waar. Al verliest Spiritus in de tweede helft iets aan spanning en coherentie, als het thema stress langzaam wegzakt. Dan begeeft ze zich op uitgesleten cabaretpaden, zoals de mislukkende survivalvakantie en een willekeurige opsomming van mensentypes die ze irritant vindt.

Het programma herpakt zich als ze eerdere types en opmerkingen nog een passend vervolg krijgen. Zo horen we alsnog hoe René Froger een liedje van Brel „verkracht” – de bron van de eerdere braakneigingen – en geeft ze een vrolijk-weemoedig vervolg aan de levenspijn waar één van de Limburgse handpoppen aan lijdt. Net als bij haarzelf is bij deze Ria de uiterlijke schijn bedrieglijk.

Het slot bevat een fraaie verrassing, die onderstreept dat Crutzen geen genoeg neemt met de doorsnee, statische vorm van cabaret. Waarna je opgepept de zaal verlaat – met het idee dat het leven toch wel degelijk een feest is.