Leg die hooligans nu eens het zwijgen op

Spreekkoren moet je overstemmen met een geluidsband, schrijft Ad van Liempt. En de daders moeten een stadionverbod krijgen.

Foto ANP

FC Utrecht heeft geruime tijd als tactiek tegen beledigende spreekkoren (die meestal over de moeder van de scheidsrechter gaan) een geluidsbandje ingezet. Op vol vermogen klonk dan massaal gejuich en geschreeuw door het stadion, hoewel het spelverloop daar weinig aanleiding toe gaf. Het was wel effectief: de spreekkoren werden overstemd. Het had ook wel iets komisch: als het volume werd teruggenomen, begonnen de spreekkoren opnieuw, en ging het bandje weer voluit. Je merkte dat de schreeuwers na een paar pogingen ontmoedigd werden en van lieverlee maar weer in relatieve rust naar de wedstrijd gingen kijken.

Overstemmen, is dat dus de oplossing? Het is effectief, maar niet principieel. Het zou natuurlijk verkieslijker zijn de daders op te sporen, te straffen met langdurige stadionverboden en daarmee het wangedrag definitief uit de stadions te verdrijven. Maar bij deze opzet staan nogal wat praktische bezwaren in de weg. De opsporing vereist specifieke, dure apparatuur om daders van beledigende spreekkoren te detecteren, vervolgens is een tamelijk intensief rechercheonderzoek nodig om zaken rond te krijgen en ten slotte heeft een stadionverbod nogal wat handhavingsproblemen. Het is niet heel moeilijk om op de seizoenkaart van iemand anders een wedstrijd te bezoeken, en aan de meldplicht op een politiebureau zitten ook nogal wat haken en ogen.

Wat dan wel? Wedstrijden stilleggen? Clubs straffen door ze zonder publiek te laten spelen? De plannen voor harde maatregelen buitelen na de gebeurtenissen van zondagmiddag in Den Haag – Ajacied Bazoer werd slachtoffer van oerwoudgeluiden – weer over elkaar heen. En je kunt de tegenargumenten (‘de goeden moeten weer onder de kwaden lijden’) al van verre zien aankomen. AD-voetbalverslaggever Sjoerd Mossou zei zondag in Studio Voetbal dat het hem opviel dat zo weinig clubbesturen onomwonden stelling nemen tegen het wangedrag van hun supporters. Daar heeft hij wel een punt, maar ook daar staat wel iets tegenover. Ze praten er nooit in het openbaar over, maar mensen die in het betaald voetbal aan de weg timmeren (bestuurders, directieleden, trainers) hebben allemaal dezelfde zwakke plek: ze kennen de verhalen over doodsbedreigingen van collega’s of zijn er zelf het slachtoffer van geweest. Dat leidt tot terughoudendheid.

Bij FC Utrecht faalde vorig jaar, in de wedstrijd tegen Ajax, het systeem van overstemmen: op de Bunnik-side klonk een bijzonder akelig lied over SS’ers en joden. Het klonk zo zacht dan bijna niemand het hoorde, de bestuurders op de eretribune niet, en mijn vriendenclubje in Vak P ook niet. De volgende dag bleek het liedje gefilmd en op internet verspreid, en het leidde tot een waterval aan gebeurtenissen die eindigde bij de kort gedingrechter en met een kater voor alle betrokkenen. Twee maanden geleden liet de eigenaar van FC Utrecht, Frans van Seumeren, zich ontvallen dat hij zich misschien ooit wel zal terugtrekken als die racistische spreekkoren in het Utrechtse stadion niet ophouden. Zo’n dreigement zou wel eens disciplinerend kunnen werken op de aanhang van deze club met chronische geldzorgen. Voor ADO Den Haag lijkt zo’n aanpak minder voor de hand te liggen: misschien kan de Chinese eigenaar Wang beter dreigen met aanblijven.

Het valt overigens wel op dat het gehalte aan humor in de spreekkoren in de stadions sterk afneemt. ‘Jol die weet de uitslag al’, hoorde je jaren geleden over de scheidsrechter, die verdacht was van betrokkenheid bij matchfixing. De creativiteit is er een beetje af bij onze hooligans. Wat gebleven is, is de neiging om de publiciteit te halen, door de rest van de wereld te treiteren: eerst met discriminatie van joden, nu met discriminatie van zwarte voetballers. Het is een duivels dilemma – hoe massaler we erop aanslaan, hoe aantrekkelijker het voor hooligans wordt. Ik ben voor een tweesporenbeleid: reageren met waterdichte stadionverboden, maar ook met dat simpele geluidsbandje, dat afdempt en ontmoedigt.