‘We zijn dapper genoeg om concurrentie toe te laten’

Eurocommissaris Bulc (Transport) weigert Golfstaten stevig aan te spreken op de oneerlijke concurrentie door hun luchtvaartmaatschappijen. „Er zijn zo veel geruchten, moet ik daar allemaal naar handelen?”

Foto iStock

Bij het afscheid benadrukt Violeta Bulc nog een keer dat ze veel verwacht van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. „Nederland staat in Europa voor het gezonde verstand, dat kunnen we goed gebruiken.”

In het voorafgaande gesprek, op haar werkkamer in het Berlaymont-gebouw van de Europese Commissie, toont de Sloveense eurocommissaris voor Transport twee gezichten. Geestdriftig als ze spreekt over de verdiensten en mogelijkheden van de Europese luchtvaart. Berustend als ze spreekt over het gebrek aan enthousiasme in veel landen over de Europese Unie. „Het niveau van Europees bewustzijn is niet hoog genoeg. We moeten meer investeren in onze boodschap.”

Violeta Bulc. Beeld: EPA

Bulc presenteerde begin december haar Aviation Strategy, een groeiplan voor de Europese luchtvaartsector. Woensdag spreekt ze erover met de Tweede Kamer, donderdag met alle belanghebbenden op de Aviation Summit, een door Nederland georganiseerd symposium. De eerste reacties op het plan van Bulc waren kritisch: te voorzichtig, te vrijblijvend. Geen passend antwoord op de vermeende oneerlijke concurrentie uit de Golfstaten.

De kern van uw strategie is het sluiten van verdragen met twintig landen, waaronder China, Turkije en zes Golfstaten. Waarom zijn die verdragen zo belangrijk?

„De Europese luchtvaart is leidend in de wereld. We hebben een open en dynamische markt, duurzame producten, goede normen voor veiligheid, arbeidsvoorwaarden en milieu. Om mondiaal te kunnen groeien moeten we onze producten en normen verspreiden. De beste manier om dat te doen is namens de EU verdragen sluiten met andere landen.”

U wilt de liberalisering van de Europese luchtvaart exporteren?

„Precies! We moeten trots zijn op wat we hebben bereikt in Europa. We zijn dapper genoeg geweest om concurrentie toe te laten. Daarom hebben we nu easyJet, Ryanair, Wizz Air. De mobiliteit is enorm toegenomen, vliegen is een normale vorm van reizen geworden. Nu kunnen we onze regels buiten Europa uitdragen.”

Zo ziet de Europese luchtvaartstrategie eruit:

De onderhandelingen over die verdragen gaan nog wel even duren, u heeft nog geen mandaat van de lidstaten. Critici zeggen dat u nú iets moet doen aan de concurrentie uit de Golf.

„Ik hoop dat een aantal mandaten voor onderhandelingen rondkomen tijdens het Nederlandse voorzitterschap, dus het komende half jaar. Ik roep lidstaten op om verder te kijken dan een mandaat voor de Golfstaten. Ik vind het veel te beperkt om alleen naar die landen te kijken. Als je die concurrentie weet uit te schakelen, wat heb je dan gedaan? Niet veel. Ik wil de Golfstaten niet apart behandelen. Ik wil nieuwe markten creëren voor de Europese luchtvaartindustrie, niet markten beperken. We moeten het vertrouwen zien te winnen van partners wereldwijd, zodat ze met ons willen werken. Natuurlijk wil ik dat we allemaal met dezelfde regels werken.”

Wat kunt u verder doen om een gelijk speelveld te bewerkstelligen?

„Scherp onderhandelen over de verdragen. Alles draait om wederkerigheid: als ik iets aanbied, krijg ik er iets voor terug.”

En wat u aanbiedt is toegang tot de Europese markt.

„Ja, en daar krijgen we dus toegang tot andere markten voor terug. Europa heeft veel bereikt, maar de groei blijft nu achter. Die vindt nu plaats in China, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika. Dus moeten we iets doen om daar bij aan te sluiten.”

Niet-Europese maatschappijen mogen nu maximaal 49 procent van een Europese maatschappij bezitten. Biedt u ook een meerderheidsbelang?

„In de Aviation Strategy openen we de deur naar die mogelijkheid. Een groter bezit van Europese maatschappijen is inzet bij de onderhandelingen, maar alleen op basis van wederkerigheid in de verdragen.”

In navolging van de Amerikaanse lobby-organisatie Fair Skies is er nu een Europese tegenhanger, Europeans for Fair Competition. Zij willen hardere maatregelen van de Europese Commissie.

„Ik zal een heel pragmatisch antwoord geven: ik heb niet één klacht gezien. Mogelijk komt dat door de EU-regels voor bescherming tegen oneerlijke concurrentie. We gaan het melden van oneerlijke concurrentie komende maanden makkelijker maken. Maar ik heb nog geen bewijs gezien voor hun claim dat er echt sprake is van 40 miljard euro aan illegale staatssteun door de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar. Er zijn zoveel geruchten, moet ik daar allemaal naar handelen?”

U gaat dus geen juridische strijd voeren tegen vermeende staatssteun?

„Ik zie geen enkele reden om een oorlog te beginnen als ik de diplomatieke middelen nog niet heb gebruikt.”

Ook voor de Europese vliegvelden speelt het debat over oneerlijke concurrentie door vermeende staatssteun in Turkije en de Golfstaten. Hebben ze een punt?

„Ik ben heel trots op onze vliegvelden. Ze hebben een goede strategie, ze zijn goed georganiseerd. Ik moedig ze aan om in het buitenland te investeren. Niet alleen kennis exporteren, maar echt investeren: eigenaar worden van andere vliegvelden. Overal waar groei is en mogelijkheden zijn. We moeten mondiaal denken. Op de lange termijn verlies je altijd als je met subsidies werkt, dat is geen duurzaam bedrijfsmodel. Onze vliegvelden zijn nu nog in het voordeel, met nieuwe technologie, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheidscontrole.”

Ze hebben ook een groot nadeel ten opzichte van Dubai en Istanbul: beperkingen door milieu- en overlastregels.

„Daarom moeten we het naar een mondiale schaal tillen. Daarom zijn gesprekken binnen de VN-luchtvaartorganisatie ICAO over milieueisen zo belangrijk.”

U wilt een gelijk speelveld creëren door de Europese beperkingen te verspreiden, niet door de voordelen van anderen op te heffen?

„Ja, want ik geloof dat de Europese luchtvaart beter is toegerust voor duurzame ontwikkeling. Het is bijna een missie, ja. Onze luchtvaart is succesvol.”

Dat geldt niet voor de oude nationale maatschappijen. Lufthansa en Air France-KLM hebben het moeilijk.

„Ik nodig ze uit om te komen praten en help ze zoveel mogelijk om zich aan te passen. Niet om ze te beschermen, maar om ze succesvol te maken.”

Wat kunt u concreet voor ze doen?

„Ons plan steunt de maatschappijen, bijvoorbeeld door congestie op vliegvelden en in de lucht aan te pakken. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf doen, ze moeten hun bedrijfsmodel aanpassen. De klant betaalt, die kiest.”

Maatschappijen zeggen: op prijs kunnen we niet eerlijk concurreren want belastingen en veiligheidskosten van Europese vliegvelden zijn hoger dan elders.”

„Laten we daarover praten! We hebben in de Aviation Strategy al veel ideeën overgenomen van betrokken partijen. Maar het nadenken over oplossingen is niet gestopt. Mijn deur staat open.”

Budgetmaatschappijen zijn mede succesvol vanwege hun sobere arbeidsvoorwaarden. Past dat bij Europese normen?

„Daar zit wel een ontwikkeling in. easyJet uit het begin en easyJet vandaag zijn behoorlijk verschillende bedrijven. Klanten en werknemers moeten van zich laten horen, als dingen niet goed gaan.”

De Nederlandse regering wil tijdens het voorzitterschap voortgang maken met de eenwording van het Europese luchtruim, de Single European Sky (SES). Daar zit al ruim tien jaar weinig schot in. Waarom gaat dat zo moeizaam?

„Ik vind het heel moeilijk om te begrijpen waarom de lidstaten dit niet oppikken. Er zijn alleen maar voordelen. Als we het luchtruim niet langer per land opknippen zijn we verlost van de zigzag-vluchten. Dat scheelt vijf miljard euro per jaar en 50 miljoen ton aan CO2-uitstoot.”

Dus: waarom lukt het niet? Willen ze hun luchtverkeersleiding niet opgeven?

„Ik denk dat het onderdeel is van de algemene houding over Europa op dit moment. De lidstaten negeren de voordelen van de interne markt. Ze zouden dit moeten accepteren als een Europese oplossing voor een groot probleem, maar dat doen ze niet. Echte argumenten hebben ze niet, ze voelen zich er niet prettig bij. Maatschappijen en luchthavens moeten in hun landen meer pleiten voor SES. Die oproep ga ik ook doen in Amsterdam. Spreek je uit!”

Frustreert het u dat het zo langzaam gaat?

Lachend: „Ik ben een ondernemer, ik heb die spirit nog in me. Je leert in de ze baan wel om geduld te hebben.”