‘Ik heb van Nederlanders geleerd: houd het kort’

Rodaan Al Galidi, geboren in Irak, zat negen jaar lang in een asielzoekerscentrum. Over het doden van geest en tijd schreef hij een wrang boek.

‘Terwijl het orkest Mozart speelde, speelde ik er op mijn djembé doorheen. Zo kijk ik nu aan tegen de romans die ik eerder heb geschreven.” Hoe ik talent voor het leven kreeg, van de in Irak geboren schrijver Rodaan Al Galidi, is inderdaad in weinig opzichten te vergelijken met zijn eerdere romans. Daarin ging het om onbestemde gebieden en personages, nu is alles klip en klaar.

In Hoe ik talent voor het leven kreeg vertelt Al Galidi hoe het leven er in Nederland aan toegaat vanaf het moment dat je asiel aanvraagt op Schiphol. Het resultaat is een confronterend portret van Hollandse gastvrijheid. Voor de asielzoeker waarschijnlijk een en al herkenning – over iemand die negen jaar lang in een asielzoekerscentrum zit, waarin honderden mensen veroordeeld zijn tot nietsdoen, zich melden en wachten op post van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

U kiest een fictionele aanpak, en toch is dit boek ook non-fictie, zo schrijft u in het voorwoord. Ging het u vooral om geloofwaardigheid?

„Vroeger werd er, wanneer ik iets vertelde over mijn verblijf in het asielzoekerscentrum, altijd gevraagd: is het waar? Dus om die vraag nu te voorkomen, dacht ik: ik geef maar meteen aan het begin antwoord op die vraag. Nederlanders willen liever weten of iets echt is gebeurd in plaats van of het mooi is geschreven.

„Er zijn vier sleutels naar de Nederlandse lezer: herkenbaarheid, geen overdrijving, geen eigen mening en vooral: houd het kort. Dat laatste is echt het belangrijkste voor een Nederlandse lezer. Dit boek is eigenlijk nog te dik, maar ik had met gemak 1500 pagina’s kunnen schrijven.”

Als die sleutels de Nederlandse lezers kenmerken dan is dat vrij treurig.

„Nee, helemaal niet, ik vind het fantastisch. De Nederlandse lezer zegt altijd houd het kort, krachtig en direct. Hierdoor heb ik nu mijn eerste leesbare boek geschreven. Het verschil is ook dat ik dit boek aanvankelijk voor één iemand schreef. Ik schreef hem op zijn verzoek brieven waarin ik vertelde wat ik had meegemaakt. De man – ik kan niet vertellen wie – zei: maak er een boek van, dit verdient het om gelezen te worden. Ik had hem nodig om dat te durven te vertellen en in de uiteindelijke versie is het briefelement eruit gehaald.”

Is deze directere stijl goed bevallen?

„Het is geen echte stijl, maar het resultaat is me wel goed bevallen. Vroeger kregen lezers mijn romans niet uit, ze kwamen er niet doorheen. Ze zeiden: er zijn te veel metaforen, teveel vijgenbomen, te veel olijven, te veel heiligen. Bij dit boek zeiden meelezers: ik kan niet stoppen, ik herken mezelf. Nu weet ik dat ik dus altijd de verkeerde weg heb genomen naar de lezer. Ik nam als het ware de stoptrein met alle mogelijke vertraging, en niet de intercity. De beste manier om naar de lezer te gaan is gewoon rechtstreeks.”

Is dat wat een schrijver wil, de snelste route maar de lezer?

„Absoluut. Ik ben blij dat ik nu geen tomtom meer nodig heb. Ik wil veel lezers.”

Dan is het extra mooi dat dit boek zo goed getimed is.

„Ik ben nooit een schrijver van actualiteit geweest. Ik schreef niet over vluchten uit Irak, maar bijvoorbeeld over een hoofdpersoon als schaap. Nu ook: ik begon hier drie en een half jaar geleden aan, toen er nog geen ‘tsunami’ aan asielzoekers was. De meeste verhalen over hen zijn gebaseerd op een middagje in een asielzoekerscentrum, of een gesprek met een asielzoeker. Dit verhaal is anders, omdat ik er jaren heb gewoond kon ik er een eerlijk portret van maken.”

Is uw boek een aanklacht?

„Nee. Kijk, ik kwam hierheen zonder uitnodiging. Asielzoekers die zijn uitgenodigd, worden goed behandeld. Ze komen ook niet terecht in een centrum, maar krijgen een appartement of een huisje. Asielzoekers die geld hebben, krijgen eerder een verblijfsvergunning, net als homoseksuelen. Een asielzoeker was eens een keer heel kwaad, en zei: als je aan iemand kan zien of hij homo is, waarom kan je dan aan mijn hersens niet zien dat ik een politieke vluchteling ben? Al met al: voor veel asielzoekers is Nederland goed, alleen niet voor ongenode gasten. Maar als dit boek al een aanklacht is dan is het tegen Saddam Hoessein, of tegen het lot dat ik in Irak ben geboren.”

Maar in uw boek schrijft u wel: Irak doodt het lichaam, Nederland doodt de geest.

„Dat is waar, maar Nederland heeft niemand opgehangen. Mijn filosofie is: vermoord mijn geest honderd keer, maar steek een mes in mijn lichaam en het is gebeurd.”

In uw boek pleegt een asielzoeker zelfmoord omdat hij het niet meer aankan.

„Dat komt omdat zijn geest niet getemd kon worden. Hij wilde ook niet beledigd worden. Sommige mensen kan je niet veranderen voor een andere maatschappij.”

Wat betekent het voor u, ook als schrijver, dat u dan kennelijk wél getemd kon worden?

„Als ik niet gecastreerd word, is het best. En ja, je hebt geen keuze als je uit een slecht land komt. Als je wilt blijven leven, moet je respecteren dat je getemd kan worden, ook als schrijver. In sommige landen noemen ze dat geïntegreerd. Maar het is geen integreren, het is temmen, en dat moet je accepteren.”

Wat betekent het getemd zijn voor uw schrijverschap?

„Mijn schrijverschap is anti-eenzaamheid en anti-leegte. Ik schrijf alleen als ik niks te doen heb. Schrijven is een soort vulling, ik vind het drie keer niks. Ik ben niet iemand die drie maanden in een huisje ergens gaat zitten om te schrijven. Ik heb zoveel meegemaakt, ik kan altijd overal schrijven en daardoor is schrijven het vullen van de tijd. Daarnaast lees ik geen zware literatuur meer en ik zoek ook geen goeie boeken meer op, maar zangvogels. Ik lees liefdesverhalen, thrillers, nieuws over Messi, Ronaldo. Dit maakt mijn leven luchtiger.”

Sinds wanneer verkiest u zangvogels boven boeken?

„Sinds ik het asielzoekerscentrum heb verlaten, wil ik niet langer dan een uur in mijn hoofd blijven. Ik ben een overlever, dit is de enige manier om het te redden en niet te blijven hangen in situaties. Ik moet door.”

Behalve dat er humor in zit, is dit ook een boos boek. Een andere stijl, accent op geloofwaardigheid in plaats van mythische verhalen. Wat betekent het schrijven van dit boek voor u?

„Het schrijven ervan heeft mijn geest opgeruimd, daarvoor was mijn hoofd een kringloopwinkel. Ik ga nu verder met een tweede boek waarin de hoofdpersoon in Nederland woont. Hoe wordt hij behandeld in Nederland? Is het Nederlandse volk het ‘systeem’ of niet? En dat ga ik in die zelfde directe stijl doen.”

Is een boek van bijna vijfhonderd pagina’s ook uw antwoord op het gegeven dat u twee jaar geleden zakte voor uw inburgeringsexamen?

„Ik was enorm verbaasd toen ik daarvoor zakte. Ik wist alles van de Nederlandse cultuur, dacht ik. Ik ken veel schrijvers en journalisten. De enigen die ik niet goed ken, zijn Nederlandse voetballers. De toets ging alleen over twee Marokkanen. Ik zeg tegen die vrouw: ik wil Nederlander worden, geen Marokkaan. Antwoordt ze: ga nu maar aan het werk, zoveel tijd heb je niet. Daar heb je het weer: houd het kort.”

In de Amsterdamse Stadschouwburg is er volgende maand een benefietavond waarin schrijvers optreden om geld in te zamelen voor Nederlandse prentenwoordenboeken voor kinderen in asielzoekerscentra. Is dat een goed idee?

„Kinderen in asielzoekerscentra de Nederlandse cultuur bijbrengen, is hetzelfde als een kanarie leren een kat te zijn. Als die kinderen jarenlang in een asielzoekerscentrum zitten, willen ze echt geen Nederlander meer worden. Geef ze liever nieuwe kleren in plaats van een boek. Nu moeten ze het met afgedragen kleren uit de kringloop doen en worden ze uitgelachen in de klas. De kinderen schamen zich voor hun gescheurde schoenen. Als je wilt dat ze integreren, zorg dan dat ze de kans hebben er hetzelfde bij te lopen als hun klasgenoten.”

Hoe staat u tegenover mensen die nu bijvoorbeeld een Syrisch gezin opnemen?

„Ik vertel je een verhaal uit eigen ervaring: Maria is een vrouw van in de zeventig. Ze vroeg me toen ik in het asielzoekerscentrum woonde: wat is jouw droom? Ik zei: om weer ergens op bezoek te kunnen. Ik ben jarenlang nergens meer naartoe geweest. Het zwembad, de kroeg die mis ik niet, maar ik mis de warmte van ergens op bezoek gaan. Dat je binnenkomt zonder dat er een receptie is. Ze zei: geregeld, jij komt morgen op bezoek. Dat vergeet ik nooit meer.

„Ik denk dat als je een Syrisch gezin opneemt, dat dat de mooiste verblijfsvergunning en eeuwigste inburgeringscursus denkbaar is. Daar worden ze Hollanders van, geen Nederlanders.”

Wat is het verschil?

„Hollanders zijn mensen die alles tot in de puntjes geregeld hebben, zelfs wanneer ze de hond uitlaten. Als je maar één gaatje in je agenda hebt, dan ben je Hollander, heb je er een paar in je agenda dan ben je een Nederlander.”

Wat hoopt u bereikt te hebben met het boek?

„Dat mensen het grappig vinden, maar ook dat de IND het leest of de mensen die in de centra werken nu denken: misschien moeten we dingen anders doen, een kleine verandering aanbrengen. Ik ben niet iemand van grote gebaren en grote revoluties. Kijk maar naar de Arabische revolutie of de Russische: dat was niks. Je kan beter voorzichtig iets omwentelen.”