Hoe de buren je vijanden worden

Wat beweegt de Oekraïners? Tim Judah laat het zien aan de hand van een boeiende mix interviews, reportages, geschiedenis en politiek.

Nationalisten in Kiev op 1 januari 2016 ter herdenking van de Oekraïense politicus Stepan Bandera (1909-1959), een van de leiders van de nationalisten in Oekraïne Foto AFP/Genya Savilov

In de jaren negentig maakte de Britse journalist Tim Judah naam door zijn verslaggeving over de oorlogen in het uiteengevallen Joegoslavië. Toen in 2014 een soortgelijke oorlog uitbrak in Oekraïne, liet hij zich opnieuw meeslepen door zijn fascinatie: hoe vreedzaam samenlevende mensen opeens elkaars vurige vijanden worden.

Judah wil de lezer laten ruiken en voelen wat Oekraïne is en wat de inwoners beweegt, juist ook buiten de hoofdstad Kiev. In plaats van een chronologisch relaas maakt dat van In Wartime een mix van mensen, verhalen, reportage, flarden geschiedenis en politiek. Judah spreekt betrokkenen van hoog tot laag aan weerszijden van de barricaden, van Lviv via de Donbas en Odessa tot aan het afgelegen Oekraïense stuk Bessarabië tussen de Donau en de Dnestr. Hij interviewt de in Chicago geboren minister Natalie Jaresko die ‘Oekraïne zoals het zou kunnen zijn’ probeert te realiseren. Maar ook soldaten en moeders, vluchtelingen en vissers: de menselijke kant van het Oekraïne-conflict.

De van nature Russisch-gezinde, door en door corrupte Oekraïense president Viktor Janoekovitsj verkoos een associatieverdrag met de Europese Unie boven meedoen met Poetins Euraziatische Unie, legt Judah uit. Daar deelde Moskou immers de lakens uit zonder tegenspraak te dulden. Zware Russische druk kreeg hem op de knieën.

Betogers op het Kievse Majdan-plein hoopten dat samenwerking met de EU de allesoverheersende corruptie kon beteugelen. Toen Janoekovitsj hen met geweld uiteen wilde drijven, kwamen in februari 2014 meer dan honderd mensen om. De dodelijke kogels werden hoogstwaarschijnlijk afgevuurd door scherpschutters in opdracht van de president, al is inmiddels wel duidelijk dat ook aan de andere kant wapens zijn gebruikt. Na de moordpartij vreesde Janoekovitsj voor zijn leven; hij nam de benen en dook op in Rusland. Het parlement koos een nieuwe regeringsploeg.

Putsch

Zo raakte Moskou de controle over Oekraïne kwijt, want die liep via Janoekovitsj. Het Kremlin bestempelde de machtsovername in Kiev tot een putsch en annexeerde in strijd met alle regels en afspraken het Krim-schiereiland. Judah vergelijkt het met de Servische houding in de jaren negentig tegenover de Kroaten: voor de Russische propaganda bestond de Oekraïense regering voortaan uit fascisten en neo-nazi’s.

Een opstand in Oost-Oekraïne volgde. Ondanks Poetins ontkenning was volgens Judah duidelijk dat dit niet kon gebeuren zonder bemoeienis van de Russische veiligheidsdiensten. Kiev was eerst verbouwereerd, maar allengs werden het Oekraïense leger en vooral de vrijwilligersbataljons sterker. Toen de ‘volksrepublieken’ in het nauw raakten, stuurde Moskou in het geheim troepen om ze op de been te houden. Oekraïense soldaten werden massaal neer gemaaid.

Judah laat bewonderaars van Stepan Bandera, de Oekraïense collaboratieleider uit de Tweede Wereldoorlog, aan het woord en soldaten van het Azov-bataljon dat de pro-Russen bij Marioepol bestrijdt; de symboliek die ze gebruiken lijkt het beeld dat Moskou graag van de ‘fascistische’ Oekraïners schetst soms te bevestigen. ‘Oekraïne’s Achilleshiel’ noemt hij deze ‘giftige erfenis’, een ‘verbijsterend schot in eigen doel’. [...] ‘De schuld voor de Oekraïense oorlog ligt vooral bij Vladimir Poetin, maar zulke dingen hielpen Oekraïne niet.’ Maar het is juist Rusland dat in de greep is geraakt van een nationalistische euforie en waar de bevolking zich om de ene en enige onbetwiste leider heeft geschaard, voegt Judah eraan toe.

In Wartime biedt een mozaïek van een oorlog van Oekraïne tegen Rusland, die tevens elementen bevat van een burgeroorlog. Anders dan de meeste pro-Oekraïense literatuur wil Judah ook de rebellen begrijpen. Die dachten eveneens een onafhankelijkheidsoorlog te voeren, zegt hij, ‘beide zijden vochten voor hun grenzen’. In de Donbas leefde de gedachte dat de Oekraïense economie zwaar op de mijnen en fabrieken daar leunde, maar Kiev wilde juist af van het subsidiëren van de verroeste en de energie slurpende kolen- en staalindustrie van Oost-Oekraïne.

Nogal wat bewoners zagen volgens Judah in eerste instantie wel iets in de volksrepublieken. ‘Als zij hadden geweten dat die steun tot oorlog en de nu waarschijnlijke economische dood van hun regio zou leiden, zou de geschiedenis heel anders zijn verlopen.’ Bijna de helft van de 4,5 miljoen inwoners was in de lente van 2015 gevlucht. Voor de achterblijvers zijn de omstandigheden penibel. Het maakt de Donbas tot een ‘schemerzone zonder enig serieus economisch toekomstperspectief’, aldus Judah.

Als de Russen komen

Het door Poetin gepropageerde ‘Nieuw-Rusland’ zou zich oorspronkelijk van Charkov via Odessa tot Transnistrië uitstrekken. Het gebied zou Moskou net zo makkelijk in de schoot vallen als de Krim, was de gedachte. ‘Als de Russen komen geven ze ons gas, verdubbelen onze pensioenen en maken ons leven beter’, legt Stepan uit Bolgrad aan de Donau-monding Judah uit. Van de regering in Kiev verwachtten ze weinig. Maar toen ze de ellende in de Donbas zagen, bedachten de meesten zich. In plaats van een bloeiend Nieuw-Rusland leverde het waanbeeld van een ‘Russische wereld’ van Oekraïners die zich één voelen met de Russen een miserabel ‘bevroren conflict’ op. Poetins minimumprogramma is nu voorkomen dat Oekraïne een aantrekkelijk land met een stabiele democratie wordt.

‘We waren broedervolken, tot de annexatie van de Krim dat veranderde’, aldus Nadja en zus Galja uit Kiev. Poetin heeft miljoenen voorheen vriendschappelijke Oekraïners tegen zich in het harnas gejaagd. Met obstructie ook van binnenuit moeten die nu hervormen en trachten te voorkomen dat veelbelovende jongeren het voor gezien houden. Ze moeten niet alleen Rusland en de door Rusland gesponsorde rebellen weerstaan, aldus Judah. In een race tegen de klok moeten zij redden wat er te redden valt om hun land weer in het rechte spoor te brengen.