De wereld redden vanuit de Zwitserse bergen

Vijf dagen lang vergaderen belangrijke politici en topmanagers in Davos over wereldproblemen. Is dat nog wel van deze tijd?

Terras van het Intercontinental Hotel in Davos, waar vandaag het World Economic Forum begint. Foto Matthew Lloyd/Bloomberg

Veel imposanter worden deelnemerslijsten niet. Van de bazen van bedrijven als Google tot regeringsleiders, directeuren van goede doelen, de beroemdste hoogleraren van de wereld en zelfs Hollywoodsterren als Leonardo DiCaprio: ze komen allemaal naar Davos. In dat Zwitserse bergdorp begint dinsdag de jaarlijkse vergadering van het World Economic Forum. Op de officiële agenda staan de grote wereldproblemen van het moment: van groeiende ongelijkheid tot robotisering en het vluchtelingenprobleem.

Een indrukwekkende lijst bezoekers en gespreksonderwerpen, maar de afgelopen jaren klinkt steeds vaker de vraag: is het idee achter Davos inmiddels niet wat uit de tijd aan het raken? In de jaarlijkse vergadering van de machtigen der aarde zit namelijk een aantal interessante paradoxen. 

De macht van de machtigsten brokkelt af

Het grote thema in Davos dit jaar is ‘de vierde industriële revolutie’: de snel veranderende wereld door nieuwe technologieën als robots en digitalisering. Interessant, want juist door die nieuwe technologische ontwikkelingen en start-ups raakt een groot deel van de Davos-deelnemers zijn macht snel kwijt. Denk aan Shell, dat worstelt met de opkomst van duurzame energie, of banken, die vrezen voor de opkomst van jonge bedrijven in financiële technologie (‘fintech’).

En toch gaan de machtigen der aarde nog steeds één keer per jaar op een Zwitserse berg zitten om de toestand in de wereld met elkaar te bespreken, en samen de problemen op te lossen.

„Dat is geen paradox”, zegt Paul Polman, topman van Unilever en al jaren nauw betrokken bij de organisatie van Davos. „Het wordt juist belangrijker om op deze manier samen te komen: politiek wordt door die nieuwe ontwikkelingen veel ingewikkelder. Het wordt moeilijker om mondiale issues te managen. Er is een gebrek aan wereldwijde bestuurbaarheid, leiderschap. En dat is reden tot grote zorg.” Juist in Davos kunnen er nog wereldwijde afspraken gemaakt worden, zegt Polman.

Daan Roosegaarde, technologieondernemer en kunstenaar, was er vorig jaar voor het eerst bij. Ik dacht eerst ook dat het een beetje een golfclub voor oude mannen was. Maar dat is het toch niet. En er liepen veel meer jonge mensen rond dan ik had verwacht.

Vorig jaar was weliswaar een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de nieuwe economische orde, Uber, niet aanwezig. Maar dit jaar is de taxi-app toch bij de club gekomen, net als Airbnb en veel andere start-ups. Ook heeft het World Economic Forum sinds 2011 speciale programma’s om meer getalenteerde jonge mensen naar de vergadering te krijgen. Er komen dit jaar vijftig mensen van onder de dertig jaar, op een totaal van 2.500 deelnemers.

NRC-redacteur Wouter van Noort twittert vanuit Davos:

De Nederlandse delegatie is voornamelijk blank, man, vijftig plus en baas van een van de grote multinationals. Philips, Shell, DSM, en Heineken domineren de lijst. Premier Mark Rutte is er ook bij. Maar er gaan ook drie Nederlandse start-ups mee: het nieuwe onlineopleidingsinstituut THNK, de start-up Plant-e uit Wageningen, die energie opwekt uit planten, en de oprichter van het restaurant Instock, dat een bijdrage wil leveren om voedselverspilling tegen te gaan.

De 1 procent rijksten heeft het over ongelijkheid

In een exclusief skioord, waar een kop koffie soms een paar tientjes kost en een hotelkamer makkelijk 1.000 euro per nacht, gaan de deelnemers het hebben over groeiende ongelijkheid. Dat schuurt.

OxfamNovib becijferde maandag dat de rijkste 62 mensen van de wereld inmiddels evenveel geld hebben als de 3,5 miljard armsten. „Hoewel wereldleiders steeds meer spreken over de noodzaak om deze ongelijkheid aan te pakken, is het gat tussen de rijksten en de rest van de wereld de afgelopen twaalf maanden spectaculair gegroeid”, sneerde de hulporganisatie.

De setting van Davos lijkt behoorlijk te botsen met het onderwerp, zeker gezien het enorme aantal cocktailparty’s, luxe diners en borrels. In Davos zijn veel mensen samen uit de groep van 1 procent rijksten van de wereld. Vandaar dat WEF-oprichter Klaus Schwab zich vaak waarschuwend uitlaat over al te veel uiterlijk vertoon en decadentie.

„Dat past ook helemaal niet bij de geest van Davos”, zegt Paul Polman. „De mensen die echt dingen voor elkaar krijgen hebben helemaal geen tijd daarvoor.” Maar volledig tegenhouden kan de organisatie het niet, zeker nu het aantal jonge deelnemers toeneemt. Onder hen circuleren nu al allerlei tips over hoe je intensief borrelen het best kunt combineren met het officiële programma.

Ze denken aan de wereld maar ook aan zichzelf

Na de financiële crisis groeide de kritiek dat Davos vooral is bedoeld als plek voor zelffelicitatie en grote woorden. Intussen zagen de deelnemers de crisis niet aankomen, en wisten ze ook de excessen van hun collega’s niet te voorkomen. Voor wie zitten de deelnemers er eigenlijk: voor zichzelf of voor de wereld?

„Er zijn altijd drie Davos-conferenties”, zegt Polman. „Eén van de mensen die gezien willen worden, één waar de deals worden gesloten en één van de mensen die echt wat willen veranderen.”

Hij zit bij de derde groep, vindt hij zelf. Maar het ene Davos hoeft het andere niet per se uit te sluiten. Polman heeft bijvoorbeeld afspraken op de agenda staan over ontbossing, duurzame landbouw, en hygiëne. Unilever heeft als een van de grootste inkopers van landbouwproducten en als een van de grootste verkopers van producten voor lichamelijke verzorging ook belangen bij goede afspraken op dat gebied. Eigenbelang is geen vies woord tijdens de conferentie. „Davos zit vol met hippies”, zegt Daan Roosegaarde. „Maar wel hippies met een businessplan.”