De scoop moest geheim blijven

The Huffington Post hield het nieuws over een gevangenenruil tussen de VS en Iran maandenlang stil.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry bij aankomst in de VS, na onderhandelingen met Iran in Wenen. Foto Kevin Lamarque/AP

Het was een gefrustreerde ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken die The Huffington Post aan het begin van de herfst aan een enorme scoop hielp. De VS en Iran spraken – aan de zijlijn van gesprekken over het nucleaire programma – in het geheim over een gevangenenruil waarbij onder meer de in 2014 opgepakte journalist Jason Rezaian betrokken was.

Maar de nieuwssite schreef dit weekend pas voor het eerst over de deal, toen die afgerond werd. Tegelijk met andere media. De scoop was maanden niet gedeeld met het publiek.

De ambtenaar, Chase Foster, liep destijds leeg tegenover buitenlandverslaggever Jessica Schulberg omdat hij het grondig oneens was met het Iran-beleid van president Barack Obama. De VS, vond hij, stellen zich in de onderhandelingen „slap, naïef en dom” op. Toen in juli het historische nucleaire akkoord met Iran werd gesloten, had zo’n gevangenenruil daar volgens hem onderdeel van moeten zijn. Nu zou de kans op vrijlating van de Amerikanen zonder twijfel verkeken zijn.

Dat was niet zo. Schulberg dook na de gesprekken met Foster (die vorige maand zijn baan bij het ministerie opzegde) dieper in de zaak en ontdekte dat onderhandelingen over een ruil nog steeds liepen – en zelfs elk moment afgerond konden worden.

Maar daarmee stuitte ze op een groot journalistiek dilemma. Schreef ze er niet over, dan zou ze de lezer doelbewust informatie ontzeggen. Schreef ze er wel over, dan zou ze de onderhandelingen verstoren en misschien zelfs levens in gevaar brengen. „De Iraniërs zeiden (...) herhaaldelijk dat de onderhandelingen zouden worden afgekapt als ze in de openbaarheid zouden komen”, schreef de site dit weekend in een groot stuk ter verdediging van waarom de lezer er al die tijd niets over mocht weten.

Of dat echt zo zou zijn? Ze wisten het niet. Misschien werd er gebluft. Maar het risico werd niet genomen: „We zijn niet slechts belangeloze toekijkers bij het nieuws, maar actieve deelnemers, of we het nu leuk vinden of niet. Dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee.”

Hoewel Foster alleen met Schulberg sprak, zouden ook The Washington Post (Rezaians werkgever) en The Wall Street Journal van de onderhandelingen geweten hebben. CNN gaf dit weekend toe ook op de hoogte te zijn geweest, maar net als de anderen niets te hebben gezegd om „te voorkomen dat de onderhandelingen werden verstoord”.

Wat opvalt, is dat The Huffington Post nu vrijwel alleen maar geprezen wordt voor de aanpak. Dat was in eerdere gevallen wel anders. The New York Times en The Washington Post domineerden decennialang, eigenlijk totdat de onthullingen van Snowden begonnen, het nieuws over nationale veiligheid, schreef The Huffington Post ook in de verantwoording. „En beide kranten kregen af en toe terechte en vernietigende kritiek als verhalen, die in het publiek belang waren, onder druk van de regering achter werden gehouden.”

Zo kreeg The New York Times felle kritiek na het nieuws uit 2011 dat een Amerikaan in Pakistan twee mannen had doodgeschoten en geen diplomaat bleek, maar onderdeel van een geheime CIA-operatie. Op verzoek van de regering-Obama hield de krant dat enige tijd stil. Het nieuws werd pas gemeld toen de regering liet weten dat het oké was.

Opmerkelijker nog was dat de krant in 2005 al meer dan een jaar wist dat George W. Bush de inlichtingendienst NSA had toegestaan om telefoongesprekken af te luisteren voordat het nieuws werd gepubliceerd. Ook dat was gedaan na een verzoek van het Witte Huis om erover te zwijgen.

Het verschil met dit meest recente geval kan zijn dat veel aannemelijker was dat berichtgeving de deal daadwerkelijk zou hebben laten instorten. Of dat de site het niet op verzoek van de regering, maar zelf besloot.

Of, dat kan ook, dat het een mede-journalist betrof wiens vrijheid (en wellicht leven) op het spel stond. De verklaring sloot af: „Al dat gepraat over principes en waarheidsvinding, het zijn slechts woorden totdat je geconfronteerd wordt met de zeer reële mogelijkheid dat het vertellen van de waarheid tot de executie van een collega kan leiden.”