De messentrekker is verjazzd

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Mijn vroegere Amsterdamse buurman belt me met een verzoek. Of ik een bezoek wil brengen aan het graf van Lotte Lenya. „Wiens graf?”, vraag ik. „Lotte Lenya”, zegt hij, „de zangeres van de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht.”

Ik herinner me het lied Die Moritat von Mackie Messer dat op gezette tijden uit buurmans huis klonk. De schelle stem van Lotte Lenya, met de Berlijnse rollende r, die zingt: „Ja, de haai heeft scherpe tanden. Scherpe tanden, die je ziet. Mackie Messer heeft een stiletto. Maar dat mes dat zie je niet.”

De rillingen liepen steevast over mijn rug bij dit lied. Maar niet bij mijn, overigens beminnelijke, vroegere buurman, die vernoemd is naar deze beroemde messentrekker.

De figuur Mackie ontstaat in de achttiende eeuw in Engeland als Macheath, de hoofdrol in de populaire The Beggar’s Opera geschreven door John Gay. Hij is een soort Robin Hood, een romanticus die steelt van de rijken en de buit verdeelt onder de armen.

Brecht maakt iets geheel anders van dit gegeven in het Duitsland van eind jaren twintig. Macheath is nu Mackie de Messentrekker. Geen held meer die geweld afwijst, maar een vrouwenbedrieger, hoerenloper en huurmoordenaar, die tegen betaling nergens voor terugdeinst. Het stuk is een grote parodie op de decadente Weimarrepubliek. Kurt Weill zet het op muziek. Zijn vrouw Lotte Lenya heeft precies de rauwe, ongeschoolde stem die bij het lied hoort. Het wordt een groot succes en is overal in Europa te zien.

Maar Duitsland is inmiddels erg onveilig geworden. De nazi’s verbieden de Driestuiveropera in 1933, het jaar waarin Weill en Lenya net als vele andere kunstenaars en wetenschappers het land ontvluchten en uiteindelijk naar de Verenigde Staten emigreren.

Ook Mackie Messer verlaat Duitsland en vestigt zich als Mack the Knife in Amerika, alwaar hij zijn debuut maakt op Broadway in de Threepenny Opera. Daar staat hij op de bühne, gekuist en wel, grotendeels ontdaan van zijn wilde haren. De vergiftigende en verkrachtende huurmoordenaar is veranderd in een aardige meneer. Het draaiorgeltje, met zijn eentonige maar zo angstaanjagende eenvoud, is vervangen door een zwoele big band. Lotte Lenya zingt ook in New York het lied, maar het gevoel van krassende nagels over het schoolbord is totaal verdwenen. In Amerika geen foxtrots en tango’s. Mackie is verjazzd.

Het lied wordt pas echt bekend door Louis Armstrong, die in de jaren vijftig de gruwelijke tekst met een lach op zijn gezicht zingt. Op zichzelf heeft deze versie nog wel iets. Niet om aan te horen is de hit van Bobby Darin een paar jaar later. Een gelikte, ingestudeerde en zielloze feel good boodschap. Overigens ben ik vast een van de weinigen die het lelijk vind. Darin won een Grammy met zijn vertolking.

Maar als je denkt dat het niet erger kan, is daar de reclame voor McDonald’s uit de jaren tachtig. Mack the Knife is verbasterd tot Mac Tonight. Toegegeven, het maanmannetje met de stem van Louis Armstrong heeft iets engs, maar het haalt het niet bij de angstaanjagende gestalte van Mackie Messer die de stem van Lotte Lenya oproept.

Mount Repose heet het kerkhof aan de voet van New York City. Daar ligt Lotte Lenya naast haar geliefde Kurt Weill. Op zijn grafsteen staat een partituur. Ik stel me voor dat Lotte vanuit haar eeuwige rustplaats voor hem zingt met haar schelle, maar o zo echte stem. Namens buurman Mackie leg ik een bloem tussen hen beiden in.