CBS: jongere tot 25 jaar doet vaak werk onder niveau

Ongeveer de helft van hoogopgeleide jongeren werkt op een lager opleidingsniveau.

Vacatures in de etalage van een uitzendbureau. Robin van Lonkhuijsen / ANP

Vooral hoogopgeleide jongeren tot 25 jaar doen vaak werk onder hun opleidingsniveau. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandagochtend.

In het derde kwartaal van 2015 had ongeveer de helft van de hoogopgeleide jongeren — die geen onderwijs meer volgden — een baan van een lager onderwijsniveau. Bij de middelbaar opgeleide jongeren had 16 procent een baan onder hun niveau. Dit gold een stuk minder voor werkenden van 25 jaar tot 35 jaar oud.

De resultaten van het CBS gelden voor vrijwel alle opleidingsrichtingen. Bij mensen tot 35 jaar uit de onderwijsrichtingen ‘dienstverlening’ werkt zelfs 57 procent in een baan onder z’n niveau, tegenover 45 procent van de 35-plussers. In de richting ‘techniek, industrie en bouwkunde’ gaat het om 39 procent, ten opzichte van 27 procent van de 35-plussers.

Vrouwen blijven achter

Vanaf 35 jaar ontstaat er een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen. Een op de drie hoogopgeleide vrouwen van 35 jaar en ouder werkt onder haar opleidingsniveau. Bij hoogopgeleide mannen vanaf 35 jaar is dat een op de vier. Bij middelbaar opgeleiden zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner.

Het verschil wordt vergroot als een vrouw kinderen krijgt, concludeert het CBS.

“Over het algemeen gaan vrouwen na het krijgen van hun eerste kind vaker in deeltijd werken. Ze geven aan dan minder vaak voor voltijdbanen te kiezen, onder meer om gezin en werk te combineren. Hierdoor bouwen ze minder werkervaring op, wat de carrièrekansen verkleint.”

Steeds moeilijker voor middelbaar opgeleiden

Onduidelijk blijft of steeds meer of juist minder jongeren onder hun niveau werken, volgens het CBS is vergelijking moeilijk. Wel becijferde het CBS dat in het eerste kwartaal van 2014 bijna 100.000 jongeren van 15 tot 27 jaar — die geen onderwijs meer volgden — werkloos waren. Voor middelbaar opgeleiden werd het toen steeds moeilijker om een baan te vinden van ten minste 12 uur per week, terwijl dat voor laagopgeleiden veel minder gold.