Beloon nieuw elan van Taiwan

Na een bruisende campagne heeft Taiwan zondag in vrije en vlekkeloos verlopen verkiezingen een vrouw uit de oppositie als president gekozen. De Chinezen op het vasteland, waar een vrouw in een politieke topfunctie sowieso ondenkbaar is, vernamen daar hoegenaamd niets over. Voor Beijing blijft Taiwan een afgedwaalde provincie die goed- of kwaadschiks ingelijfd dient te worden. Een felicitatie kon er niet vanaf. De regeringswissel is niet meer dan ‘een vluchtige wolk’; alleen de vooruitgang van China zal de toekomst van het eiland bepalen, zei het Chinese staatspersbureau.

De droom van het Ene China, waar Chinese communisten en Taiwanese nationalisten aan vast houden, al verstaan ze er sinds 1949 het omgekeerde onder, is weer iets minder waard. Met de keuze voor Tsai Ing-wen, en daarmee de stem tegen de compromisbereide nationalistische partij, geven de Taiwanezen een helder signaal dat ze zelf de koers van hun land willen bepalen. Het parlement, waarvoor eveneens werd gestemd, krijgt nu een meerderheid van Tsai’s DPP, die onafhankelijkheid nastreeft, en een reeks kleinere partijen, waaronder de progressieve Zonnebloembeweging. Taiwan is een vitale democratie, gefundeerd op een rechtsstaat. Jong Taiwan heeft de geesten van Mao Zedong en Chiang Kai-shek al lang terug in de fles geduwd.

De nieuwe president, die aantreedt op 1 mei, moet wel op eieren lopen. Enerzijds moet ze haar achterban bedienen die een zo groot mogelijke onafhankelijkheid en tegenwicht aan de rücksichtslose Chinese expansie in de regio eist. Anderzijds moet ze stabiele verhoudingen met Beijing nastreven, het gevolg van de ontspanning onder de vorige president, Ma. Die was er ook op economisch gebied, maar heeft minder opgeleverd dan verwacht.

President Xi van de Volksrepubliek staat voor een dilemma: de retoriek opvoeren, desnoods militair, waarmee hij de Taiwanezen verder van zich vervreemdt. Of: niets doen en laten zien dat streven naar onafhankelijkheid loont. Dat kan hij zich in eigen land noch daarbuiten moeilijk veroorloven. Het zou van staatsmanschap getuigen om de nieuwe Taiwanese president eens uit te nodigen voor een open gesprek, en die lange handdruk met haar voorganger, ‘meneer’ Ma, over te doen.

Intussen dient ook de internationale gemeenschap zich te beraden. Taiwan wordt door slechts 21 landen (en het Vaticaan) erkend. Het is hoog tijd een eind te maken aan het door China afgedwongen isolement van dit kleine, democratische en vreedzame land, te beginnen in internationale instellingen en op sportgebied.