Aan de verdachten hangt een luchtje, maar dat is geen bewijs

De rechtbank heeft drie verdachten van de moord op vastgoedbaron Endstra vrijgesproken. Aanwijzingen genoeg, maar juist de verklaringen van de belangrijkste getuige werden afgewezen.

Verdachte Ali N., hier in het midden op de voorgrond tijdens een zitting van de Amsterdamse rechtbank in 2014, is gisteren vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord op vastgoedbaron Wim Endstra. Illustratie Aloys Oosterwijk/ANP

Verdachten met een luchtje. Zo omschreef de Amsterdamse rechtbank maandag de drie mannen die terecht hebben gestaan voor de moord op Wim Endstra, de vastgoedbaron die in 2004 voor zijn kantoor werd doodgeschoten. Ondanks alle aanwijzingen in het dossier over betrokkenheid van de drie verdachten oordeelde de rechtbank dat er te weinig bewijs is voor een veroordeling.

De drie verdachten – de in Turkije geboren Ziya G. en de twee in Alkmaar geboren Turkse neven Ozgür C en Ali N. – wekten in het voorjaar van 2006 toevallig de aandacht van justitie nadat twee van hen waren aangehouden bij een vechtpartij. De beide neven werden eind dat jaar aangehouden en zaten een jaar in voorarrest. Ziya G. was naar zijn geboorteland gevlucht en is sindsdien niet meer in Nederland geweest.

Het langdurige onderzoek naar de rol van de verdachten bij de moord op Endstra leverde veel aanwijzingen op: vingerafdrukken, afgeluisterde telefoongesprekken. Maar ondanks de „zeer verdachte omstandigheden” is er onvoldoende hard feitenmateriaal om te bewijzen dat de verdachten erbij waren toen Endstra werd doodgeschoten. Bewijs dat ze de schutter zouden hebben geholpen, ontbreekt ook.

Abassov was de schutter

Toch is het langlopende onderzoek naar de moord op Wim Endstra niet voor niets geweest, oordeelt de rechtbank. Uit het gepresenteerde dossier blijkt duidelijk wie Endstra heeft vermoord: de Russische crimineel Namik Abbasov. Hij kwam in 2011 in beeld als de schutter. Zijn dna zat op het wapen waarmee Endstra werd doodgeschoten en op patronen die op de plaats van het delict werden gevonden. In een nabij geparkeerde auto werden sporen van Abbasov gevonden. Maar hij overleed voorjaar 2012 in zijn cel, in afwachting van zijn strafzaak. Daarmee kwam een eind aan het onderzoek naar de Rus. De rechtbank roemde de niet aflatende inspanningen van justitie en politie om de daders van de moord op Endstra te vinden.

Na de dood van Abbasov leek het er lang op dat de resultaten van het onderzoek naar de andere verdachten nooit aan de rechtbank zouden worden voorgelegd. Dat gebeurde toch, omdat justitie een nieuwe getuige vond: Hidir K., een Turk die de verdachten kent uit het criminele circuit.

De getuigenis van K. was controversieel. Hij is ook informant geweest van de politie en zou een forse vergoeding hebben gekregen om zijn veiligheid te regelen. Met diens verklaringen hoopten justitie en politie alsnog voldoende bewijs te hebben verzameld tegen de drie verdachten.

De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen van Hidir K. niet voor het bewijs konden worden gebruikt. Soms was hij inconsistent. Op bepaalde punten strookten zijn verklaringen niet met ander bewijsmateriaal. En de rechtbank vermoedt dat K. door zijn rol als informant soms over kennis beschikte die van de politie zelf afkomstig was.

De harde conclusie van de rechtbank: de verklaringen van K. kunnen op geen enkel punt worden gebruikt voor het bewijs. En daarmee is de zaak die justitie en politie hebben gebouwd tegen de verdachten afgehandeld: vrijspraak.

Vingerwijzing

Dat is niet zonder betekenis. Ook in twee andere grote strafzaken zijn K.’s verklaringen toegevoegd aan het strafdossier. De eerste is die tegen Willem Holleeder, die wordt gezien als de opdrachtgever van de moord op Endstra. De andere is het grote liquidatieonderzoek Passage, waarin Holleeders voormalige partner Dino S. een van de hoofdverdachten is.

Hoewel de rechtbank onderstreepte dat haar oordeel alleen betrekking heeft op de nu vrijgesproken verdachten, is het wel degelijk een vingerwijzing voor de zaken tegen de twee kopstukken uit de Amsterdamse onderwereld. Dat heeft alles te maken met het feit dat de rechtbank twee belangrijke bronnen van Hidir K. als onbetrouwbaar kwalificeert. Als justitie geen hoger beroep aantekent tegen dit vonnis, lijkt de rol van K. als getuige in de andere twee strafzaken uitgespeeld.

Wat overblijft is de kwalificatie aan het adres van de verdachten die de rechtbank uitsprak. Ze zei dat „het dossier een zeer onaangename geur verspreidt richting” de verdachten, en dat is allesbehalve vleiend te noemen.

Volgens de rechtbank heeft dat te maken met de relatie tussen de drie verdachten en Namik Abbasov. Uit het strafdossier blijkt dat de drie de schutter goed kenden. Zo zijn er foto’s gevonden van de verdachten met de overleden schutter en is regelmatig telefonisch contact vastgesteld tussen een van de verdachten en Abbasov. Maar dat is allemaal geen bewijs dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de moord op Endstra.

De rechters realiseren zich nadrukkelijk dat de vrijspraak van de verdachten moeilijk te verteren zal voor de nabestaanden van Wim Endstra, die op „vreselijke” wijze om het leven is gebracht. „De rechtbank kan hier enkel tegeninbrengen dat het veroordelen van iemand die daar toch mogelijk niets mee te maken heeft gehad, eveneens een grote tragedie zou zijn.”

Voor de familie van Endstra is de hoop op erkenning van haar leed nog niet voorbij. Willem Holleeder wordt immers nog vervolgd wegens zijn rol als opdrachtgever van de moord op de vastgoedbaron. Maar ook voor Holleeder, al veroordeeld voor afpersing van Endstra, geldt dat stinkende zaken niet automatisch tot een veroordeling leiden.