13 nieuwe leden Akademie van Kunsten

De nieuwe leden van de Akademie voor Kunsten willen actief zijn: ‘Wij moeten ideologisch stelling nemen’.

Acht mannen erbij en vijf vrouwen in de Akademie van Kunsten. Drie jongere kunstenaars onder de veertig, zeven van middelbare leeftijd en drie zestigplussers. Vandaag maakt de Akademie van Kunsten de namen van twaalf nieuwe leden (van wie één duo) bekend. Langzaam komt de Akademie tegemoet aan eerdere kritiek op het gebrek aan verscheidenheid. Slechts 4 van de 19 leden van het eerste uur waren vrouw, er waren relatief veel mannen van boven de zestig.

Twee jaar geleden werd de Akademie van Kunsten, als onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, opgericht met als doel de band tussen kunst en wetenschap te vergroten. Bovendien moest het kunstenaars een stem geven in het maatschappelijk debat. Na de nieuwe benoemingen telt de Akademie 46 leden, van wie 29 mannen (of eigenlijk 31, omdat er twee mannenduo’s lid zijn) en 17 vrouwen.

Cultureel divers is de Akademie nog steeds niet. De op Curaçao geboren Tania Kross en Ramsey Nasr, deels van Palestijnse komaf, zijn de enige twee die niet een volledig Nederlandse achtergrond hebben. De Akademie zegt dat alleen de kwaliteit van de leden telt. Het nieuwe lid Jonas Staal vindt dat niet genoeg. „Gewoon quota invoeren”, zegt hij. „Representativiteit is nodig om ons beeld van kunst te verbreden.”

Opvallend is dat een paar kunstenaars met een activistisch profiel zijn aangezocht. Theatermaker Adelheid Roosen bijvoorbeeld, die met haar ‘wijksafari’ het theaterpubliek confronteert met mensen en stadsbuurten die het niet kent. „Vreugdevol”, noemt ze de uitnodiging. „Op een tof diner dat we onlangs met leden hadden zei voorzitter Barbara Visser – in mijn woorden – ‘Laat ons tot jouw wereld toe en neem ons op in jouw wereld’. Nou, dat doe ik graag.”

Staal heeft al plannen. „Ik heb eerder in Amsterdam met Hans van Houwelingen, die sinds vorig jaar lid is, en toenmalig wethouder Carolien Gehrels debatten met kunstenaars en politici in de gemeenteraad georganiseerd. De tweede keer duurde dat acht uur, waarin kunstenaars en progressieve politici samen voorstellen presenteerden van directe democratie tot migratie.” Die gesprekken waren ook „een soort politieke performance”, zegt Staal. Zoiets wil hij ook met de Akademie gaan doen. „De Akademie moet geen culturele lobbyclub worden, die met alle politieke partijen kan praten als er weer eens bezuinigingen zijn. Nee, de Akademie moet voortdurend in het debat aanwezig zijn. Wij moeten ideologisch stelling nemen. Kunstenaars zijn ook volksvertegenwoordigers. Buitenparlementaire mobilisatie is cruciaal.”

Beeldend kunstenaar Willem de Rooij noemt het mooie van de Akademie „dat er leden met allerlei verschillende achtergronden en karakters in zitten. Iedereen is vrij om binnen de Akademie daarmee te doen wat hij wil.” De Rooij, docent aan de Staedelschule in Frankfurt, wil zich met het debat over kunstonderwijs bezighouden. „De Akademie heeft zich in het debat over kunstonderwijs op basis- en middelbare scholen goed geroerd. Ik wil me vooral inzetten voor internationalisering van het hogere vakonderwijs. Daar zijn nog veel slagen te maken.”