Zo denkt Europa over asielzoekers

Nederland is gastvrijer geworden, maar lang niet zo gastvrij als veel andere Europese landen.

Duitsland en Zweden zijn het meest gastvrij voor asielzoekers

Er is weinig twijfel over: als je hoogopgeleid bent en rijk, voel je je minder snel bedreigd door de komst van migranten dan wanneer je laagopgeleid bent en arm. Laagopgeleiden maken zich sneller zorgen over het verlies van de eigen ‘cultuur en identiteit’, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in vijftien Europese landen dat deze maandag wordt gepresenteerd.

Maar het zijn juist de mensen met een middelbare opleiding, ook in Nederland, die het minst gastvrij zijn voor asielzoekers, ontdekte het SCP. Van de ondervraagden in Europa met die achtergrond vindt 62 procent dat hun regering niet te ruimhartig moet zijn bij het toelaten van vluchtelingen. Dat geldt voor 57 procent van de laagopgeleiden.

Het SCP, dat gegevens gebruikt uit de langlopende studie European Social Survey, is niet nagegaan waarom dat zo is. Onderzoeker Jeroen Boelhouwer noemt concurrentie als mogelijke verklaring: middelbaar opgeleiden willen cultureel en economisch bij de hogeropgeleiden horen – nieuwkomers kunnen zo’n stijging in de weg zitten. „Middelbaar opgeleiden hebben misschien ook meer te verliezen dan lager opgeleiden.”

Hoogopgeleiden staan in verreweg de meeste Europese landen het meest open voor vluchtelingen: 49 procent vindt dat je niet al te moeilijk moet doen over hun komst. Alleen in Estland is dat anders. Daar denkt maar 17 procent van de hoogopgeleiden er zo over. Bij de laagopgeleide Esten zijn het er meer: 23 procent.

De meest recente gegevens zijn van begin 2015, van vóór de komst van grote aantallen Syrische vluchtelingen. Uit het onderzoek blijkt dus niet hoe Europeanen nu op asielzoekers reageren. Het laat wel zien wat de houding was in de Europese landen op het moment dat de vele Syriërs kwamen: vruchtbare (of wat minder vruchtbare) grond voor een ‘welkom’ – in elk geval in het begin. Of afkeer.

De SCP-onderzoekers laten zien dat in bijna alle onderzochte landen de bereidheid om asielzoekers op te nemen sinds 2002 is gegroeid. Wat opvalt: bij de cijfers over geluksgevoel en vertrouwen in democratie, de instituties of in andere mensen, scoort Nederland ongeveer net zo hoog als de Scandinavische landen. Maar níét als het gaat om de gastvrijheid voor vluchtelingen. We zijn gastvrijer dan in 2002, het jaar van de moord op Pim Fortuyn, maar nog steeds niet héél gastvrij in vergelijking met de meeste andere Europese landen.

Begin 2015 vond 30 procent van de Nederlanders dat er niet te moeilijk moest worden gedaan over asielopvang. Alleen België (27 procent) en Tsjechië (21 procent) kwamen lager uit. De bereidheid was veel groter in landen als Zweden (60 procent) en ook Polen (63 procent).

Maar de ondervraagde Polen dachten bij ‘asielzoekers’ kennelijk niet aan vluchtelingen uit moslimlanden. Als het om moslims gaat, staat Polen bij de onderste drie in de bereidheid om hen op te vangen, met Estland en Tsjechië. En dan staat Nederland juist in het midden, samen met Zwitserland, Denemarken, Slovenië, België.

Zweden, dat nu de grenzen probeert dicht te houden, had begin vorig jaar de meest open houding voor moslims. Meer dan 80 procent van de Zweden vond dat er ‘een aantal of veel’ moslims opgevangen moesten worden als ze in nood waren.

Hoogopgeleiden in alle onderzochte landen hebben minder moeite met de komst van moslimvluchtelingen dan middelbaar en lager opgeleiden. Ook in Estland. Volgens het SCP is er meer onderzoek nodig om vast te stellen of dat komt omdat hoogopgeleiden denken dat ze cultureel, religieus en economisch niet veel te vrezen hebben van moslimvluchtelingen.

Uit de SCP-studie blijkt dat in 2002 de Europese landen niet zo verschillend dachten over het effect van de komst van migranten op de eigen economie. Begin 2015 was dat heel anders. In Duitsland was de overtuiging gegroeid dat er een positief effect is. In de meeste andere landen waren de ondervraagden juist negatiever gaan denken over de economische gevolgen, vooral in de Oost-Europese landen, maar ook in Nederland. Boelhouwer: „De werkloosheidscijfers zullen zeker meespelen, die daalden in Duitsland en stegen in Nederland.”