Column

Zal Luk Percevals multicultitheater ook Molenbeek bereiken?

Klinkt goed: een multicultureel, Europees gezelschap in het hart van Europa, Brussel, en geleid door Luk Perceval: hoog in de boom van beste Europese regisseurs. Per 2018 moet het gebeuren aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, als Perceval zijn huidige habitat Hamburg verlaat om het hoognodige te doen: een theatervorm ontwikkelen die door nieuw publiek wordt omarmd. Multicultureel Brussel, stad van ‘Eurocraten’ en vluchtelingen, aldus Perceval, sméékt daarom.

Je kan het er moeilijk mee oneens zijn, maar de plannen wekken ook argwaan: top down gesmeed vanuit een all white, highbrow arty-farty kunstpaleis. Een ivoren toren, letterlijk. Het risico de plank mis te slaan is dan groot. Dat begint al met de koppeling van Eurocraten aan vluchtelingen: zou er één soort theater zijn dat beide groepen aanspreekt? En is dat dan het theater dat Perceval doorgaans maakt? Als voorbeeld van zo’n ‘pan-Europees’ project wordt de Vlaams-Duitse productie Front genoemd. Schitterende voorstelling, reuze geschikt voor Eurocraten, maar minder aansprekend voor dat ándere Brussel: de inwoners van wijken die we nu steeds in het nieuws zien.

Het doet denken aan Johan Simons, die als intendant van de Ruhrtriennale beweerde dat zijn hermetische productie Accatone heus óók inwoners van het arme stadje Dinslaken zou aanspreken. Waar burgemeester Eyüp Yildis woest om werd: die ziet de boel verpauperen en jongeren zwichten voor salafisme, terwijl begeerde subsidiemiljoenen naar champagnepremières voor kunstbobo’s gaan. De kloof tussen highbrow kunsttoneel en de echte wereld werd pijnlijk zichtbaar. Te hopen valt dat Perceval zijn plan beter doordenkt en met de juiste sociaal-maatschappelijke partners vormgeeft.

Ook hier is het nog zeldzaam, ‘nieuwe Nederlanders’ in klassieke kunstbastions, op toneel of in de zaal. Eén of twee acteurs in het ensemble is het maximum, en dat voelt nog vaak als netjes voldoen aan de overheidsrichtlijn. Een vanzelfsprekende mix ontstaat eigenlijk alleen bottom up: vanuit ‘multiculturele’ makers zelf: bij een grootstedelijk collectief als Likeminds, bij de Wijksafari die nestelt in probleemwijken (Molenbeek, idee?). Of bij Daria Bukvic, zelf ex-asielzoeker, die met drie ‘nieuwe Nederlanders’ nu de voorstelling Jihad maakt, voor een multicultureel puberpubliek. Authenticiteit, dat spreekt aan: het kennen van problemen, mores en tradities, het snappen van de codes en de taal. En wie denkt dat dat geen goeie kunst oplevert, moet zich schamen.