Column

Westers machtsherstel is onmogelijk. Punt uit

‘De Verenigde Staten van Amerika zijn het machtigste land op aarde. Punt uit. Punt uit! Het is niet eens spannend. Wij spenderen meer aan ons leger dan de volgende acht landen bij elkaar.” Aldus president Obama in zijn State of the Union. Volgens hem gaat het in grote trekken goed met de Amerikanen. De economie groeit weer, de werkloosheid neemt af. Er zijn wel grote problemen, zoals het nog altijd groeiend bezit van vuurwapens en het aantal onschuldige slachtoffers. Maar we moeten ons niet op een dwaalspoor laten brengen. Donald Trump geeft een valse voorstelling van zaken. Amerika blijft de sterkste natie ter wereld. Misschien is het waar, maar wat doe je ermee? Met machtsbewustzijn op zichzelf worden geen problemen opgelost. Er horen een strategie en een tactiek bij, en een inzicht in de krachten van de tegenstander. Als het daaraan ontbreekt is er een groot risico dat het superieure machtsbewustzijn tot catastrofes leidt. Dat is door Obama’s voorganger George W. Bush bewezen. Hij en zijn neoconservatieve gezelschap verkeerden in de overtuiging dat het Irak van Saddam Hoessein binnen een paar maanden zou worden verslagen waarna de democratisering van het Midden-Oosten kon beginnen. Nadat hij zijn tweede ambtstermijn had voltooid, was de puinhoop groter dan ooit.

Kandidaten voor de opvolging waren Barack Obama en de Vietnamveteraan John McCain. De Republikeinse campagne onderscheidde zich door laster en leugens. Ik was toen in New York, ging na de uitslag de straat op en werd omhelsd door opgetogen Democraten. Obama was een man van de vrede. Een jaar later kreeg hij de Nobelprijs. Maar in de loop der jaren begon het meer en meer tegen te vallen. De chaos in Noord-Afrika en de Arabische wereld nam toe. Hij had de les van Bush geleerd. Geen grondtroepen meer naar de conflictgebieden. No boots on the ground. En voor de burgeroorlog in Libië had hij een nieuwe strategie bedacht: leading from behind. Het heeft niet geholpen. Tijdens Obama’s ambtstermijnen, terwijl hij chef was van het nog steeds machtigste land ter wereld, zijn de problemen toegenomen.

In de jaren van de Koude Oorlog was het allemaal eenvoudiger. Amerika stond onbetwist aan het hoofd van de vrije wereld en er was één tegenstander, de Sovjet-Unie. Goeie ouwe tijd. Daarna is de wereld geleidelijk gefragmentariseerd. De oorlogen van het machtigste land ter wereld tegen Afghanistan en Irak zijn mislukt. Amerika heeft niets kunnen doen aan de chaos in Syrië. Daaruit is geleidelijk IS gegroeid, de fanatieke terreurbende die de doodsvijand van de westerse wereld is en die nu ook elders toeslaat, in Turkije en Indonesië. Amerika bombardeert IS, de bondgenoten helpen mee en tot dusver is het vergeefs. Door de permanente dreiging van de terreur verandert intussen overal in het Westen het openbare leven.

En dan is er nog een factor waaraan de machtigste natie niets heeft kunnen doen: de niet aflatende stroom van vluchtelingen waardoor de politieke stabiliteit van de Europese bondgenoten in toenemende mate wordt aangetast. Ooit was de NAVO onder Amerikaanse leiding het machtigste bondgenootschap ter wereld. Die tijd is voorbij. Ook in Amerika groeit de wrevel over het gebrek aan successen in een steeds onoverzichtelijker wordende wereld. Ook daar belooft rechts de redding, de terugkeer naar glorieuze tijden. Maar de tijd waarin Amerika ook in de dagelijkse praktijk de machtigste natie was, is geschiedenis. En er is op het ogenblik geen politicus, geen staatsman ter wereld die het Westen in zijn macht kan herstellen. Punt uit.