Twintig jaar zocht de politie hem. Elke vrouw was in gevaar

De angst was groot, de politie-inzet ook: geen middel bleef onbenut om de Utrechtse serieverkrachter op te sporen. Maar dat nu, na twintig jaar, een verdachte terechtstaat, berust min of meer op toeval.

Protest tegen de serieverkrachter in een tunnel bij De Uithof, 2002. Foto Bert Spiertz / Hollandse Hoogte

De dag dat iemand de Utrechtse politie tipte over „z’n vreemde collega”, was niet echt anders dan andere. Er kwamen immers tienduizend tips binnen over de ‘Utrechtse serieverkrachter’ en ze varieerden van „de meester op school” tot „een enge buurman”. De politie hoorde de bedoelde man, maar kon hem niet aanwijzen als dader. Al kon hij ook niet worden uitgesloten als verdachte, net als zo’n tweeduizend andere mannen. 

Pas jaren later zou blijken dat het DNA van die vreemde collega in verband gebracht kon worden met sporen op verschillende slachtoffers van de serieverkrachter. En dat Gerard T., naar wie de tip verwees, de enige serieuze verdachte in een van Nederlands grootste politieklopjachten ooit zou worden. Deze maandag begint in de rechtbank de inhoudelijke behandeling van de zaak die Utrecht zo lang in zijn greep hield.

Utrecht, 1995-1996. Zes jonge vrouwen worden verkracht in het bos- en weidegebied ten zuidoosten van Utrecht, vlakbij universiteitscentrum De Uithof. De dader gaat steeds hetzelfde te werk: hij grijpt alleen fietsende vrouwen van achteren vast, dwingt hen niet achterom te kijken en bedreigt hen – meestal met een stanleymes. Hij neemt zijn slachtoffers mee naar een afgelegen plek en verkracht hen. Bij twaalf andere vrouwen komt het niet tot verkrachting, hij randt hen aan.

Vadsige blonde man

Na het derde slachtoffer wordt duidelijk dat het steeds om dezelfde dader gaat. De politie heeft verder geen idee. Aan de hand van verklaringen van slachtoffers ontstaat een beeld: het gaat om een wat ‘vadsige’ blonde man, 25 tot 35 jaar oud, met een ringetje in zijn rechteroor.

In een opsporingsbericht dat vlak na het Journaal wordt uitgezonden, vraagt de politie aandacht voor een compositietekening van de dader. Het bericht heeft zijn weerslag: het idee dat er een man rondloopt die jonge vrouwen van hun fiets trekt, maakt veel mensen angstig.

Lees ook: Is Gerard T. de serieverkrachter? Geen antwoord en Seksistische grapjes op z'n facebook

Hoewel toen vrij ongebruikelijk, was het vrijgeven van die tekening een weloverwogen keuze, zegt oud-districtschef Lex Mellink nu. „We wisten dat het grote onrust zou veroorzaken.” De politie zei eigenlijk: mensen let op, er loopt iemand rond met kwade bedoelingen en wij kunnen u er niet tegen beschermen.

„Toch moesten we waarschuwen”, zegt Mellink. „Stel dat hij een nieuw slachtoffer maakte, terwijl wij al wisten dat het om een serieverkrachter ging en de bevolking niet. Mensen moesten alert zijn.”

Zelfverdedigingscursussen

Naast angst ontketent de melding ook saamhorigheid. Bedrijven in de oostelijke wijk Rijnsweerd passen hun werktijden aan en zetten pendelbussen in. Er komen zelfverdedigingscursussen voor vrouwen en de straatverlichting wordt verbeterd. Onder gezag van toenmalig burgemeester Ivo Opstelten wordt een bushalte bij de universiteit een paar honderd meter verplaatst, dichter bij sportcentrum Olympus. Zodat studenten niet door het donker naar de sporthal hoeven te lopen.

Marleen Haage, nu fractievoorzitter van de Utrechtse PvdA, herinnert zich de sfeer in die tijd nog goed. In 1999 wil ze van Arnhem naar Utrecht verhuizen om daar te gaan studeren. Verschrikkelijk, vindt haar moeder. „Daar zit die enge Uithofverkrachter.”

Inmiddels werkt Haage op de Uithof en fietst ze gewoon in het donker door het gebied. Dat was eind jaren negentig wel anders. Toen was de impact van de serieverkrachter nog duidelijk te merken.

Haage: „Geen van mijn studiegenootjes fietste in die tijd alleen door het donker terug naar de stad. Als we ’s avonds laat een tentamen hadden, spraken we met de meisjes af op elkaar te wachten. En als ik te lang gestudeerd had en er was verder niemand meer, liet ik mijn fiets staan en ging ik met de bus.”

Politie-agenten zoeken naar sporen van een serieverkrachter. Foto: ANP/ Freek van Beek

Fietspoolpunten

Langs de route die zij van de stad naar de universiteit moest fietsen, waren ‘fietspoolpunten’ gemaakt. Vandaar kon je samen verder fietsen, en er stonden alarmpalen die je in contact brachten met de politie. Mocht er iets gebeuren.

De zaak houdt niet alleen bewoners en studenten bezig, ook agenten kunnen moeilijk loskomen van de zoektocht . Bas van Delden, in die tijd leider van het onderzoek, houdt voor NRC een dagboek bij. De politie in de regio gaat voor het eerst staken, maar de leden van het onderzoeksteam besluiten unaniem niet mee te doen, schrijft hij. „De verkrachtingszaak leeft zo sterk bij de bevolking in onze regio dat niemand in het team het verantwoord vindt het onderzoek hiervoor te onderbreken.”

Politieagenten speuren zelfs in hun vrije tijd door het gebied. Mellink: „Ik keek continu uit naar mannen die aan het profiel voldeden. En mijn route naar huis liep helemaal niet langs die bossen, maar soms fietste ik om. Wie weet kwam ik hem tegen.”

Deze zaak was zo anders dan alle andere

De beroering die ontstond, was nauwelijks voor te stellen, zegt Mellink. „Maar deze zaak was zo anders dan alle andere zaken die we tot die tijd hadden gehad. Het was een serie en de slachtoffers waren volstrekt willekeurig. Elke vrouw was kwetsbaar. Ik liet mijn dochter echt niet alleen naar haar hockeytraining gaan.”

Serieverkrachters en -aanranders in Nederland

Rudi Boekhoven, nu met pensioen, heeft als burgemeester van Zeist in die tijd elke week een gesprek met districtschef Mellink over de stand van het onderzoek. Ook is er veel overleg met burgemeesters uit andere omliggende gemeenten. Boekhoven: „We hielden goed in de gaten wat er speelde onder de inwoners.” Mensen waren misschien bezorgd, maar echt paniek is er volgens hem nooit geweest.

Met hulp van lokale media en flyers roepen de burgemeesters mensen op alert te zijn. Ook in de omgeving van Zeist wordt uitgekeken naar een dader.

„Een keer dachten we beet te hebben. Er liep iemand langs het spoor bij Bosch en Duin, maar dat bleek hem toch niet te zijn.”

Geen enkele actie van de politie leidt tot een arrestatie. Mannelijke agenten verkleden zich als vrouw en lopen als ‘lokaas’ door de bossen. Er wordt volop gepatrouilleerd, vrijwel elke man die alleen in het gebied fietst, wordt aangesproken. Agenten onderzoeken bij videotheken wie er gewelddadige porno huurt. „Ons gebruikelijke repertoire was niet toereikend”, zegt Mellink. „Om gek van te worden.”

Onderzoek stopgezet

Voorjaar 2001 besluit de politie het onderzoek stop te zetten. De Utrechtse serieverkrachter heeft dan al vijf jaar geen nieuw slachtoffer gemaakt.

Nog geen half jaar later slaat hij weer toe. Hij dwingt een zestienjarig meisje achterop zijn scooter te gaan zitten. Hij neemt haar mee naar het bos, bindt haar met tiewraps en tape vast aan een boom en verkracht haar meerdere keren. Hij laat het meisje vastgebonden achter.

Opnieuw zet de politie 75 man op de zaak, maar weer zonder succes. Het roept vragen op, ook binnen het korps: hoe weet deze man zo lang uit handen van de politie te blijven? Alsof hij op de hoogte is van de controles binnen het gebied. In 2005 moet een aantal Utrechtse agenten DNA afstaan, omdat ze worden verdacht door collega’s. Geen van hen blijkt de dader te zijn.

Pas in 2014, bijna twintig jaar later, is er een doorbraak in het onderzoek. Gerard T., die een door de politie neergezette lokfiets steelt, wordt veroordeeld en moet DNA afstaan. Het materiaal levert een match op met de sporen die op de slachtoffers van de serieverkrachter zijn gevonden.

Eindelijk is er een verdachte in de Utrechtse serieverkrachtingszaak. Mellink: „En uiteindelijk is hij toch nog door een politiemiddel gepakt.”

Kijk hieronder de documentaire  over de Utrechtse serieverkrachter