‘Hormonen zorgen dat ouder niet op kind rolt’

Dat zei een moeder wier kinderen bij haar in bed slapen tegen de Volkskrant

De aanleiding

Steeds meer ouders schijnen in één bed te slapen met hun kinderen. Ze doen dat om praktische redenen, maar ook uit idealisme: de fysieke nabijheid van de ouders zou kinderen helpen om zich veilig te hechten. Attachment Parenting heet dat in de VS, waar ‘cosleeping’ heeft geleid tot heftig debat. Tegenstanders wijzen daarbij op de verhoogde kans op wiegendood bij baby’s die met hun ouders in één bed slapen. Van wiegendood is sprake als een baby plotseling en door onbekende oorzaken overlijdt. In het magazine van de Volkskrant werden vier Nederlandse stellen geïnterviewd over samen slapen. Toen de risico’s – zijdelings – aan de orde kwamen, zei een moeder: „Ik geloof dat je hormonen ervoor zorgen dat je niet op je kind gaat liggen.” Dit checken we.

Waar is het op gebaseerd?

Desgevraagd sturen de ouders een e-mail met verwijzingen naar allerlei websites, die zich baseren op het werk van de Amerikaanse cultureel antropoloog James McKenna (Notre Dame University). McKenna heeft veel gepubliceerd over cosleeping in westerse en niet-westerse samenlevingen, ook in gezaghebbende wetenschappelijke tijdschriften. Op de website van McKenna, die niet reageert op e-mail, staat niets over de hormoonhypothese. Wel schrijft hij dat er gevallen zijn waarbij wiegendood optrad bij samen slapen. Volgens McKenna was er in die gevallen doorgaans ook sprake van ander risicogedrag (drinken en roken door ouders) en kan de sterfte niet alleen aan cosleeping worden toegeschreven. Baby’s zouden in geval van gevaar ook wegkruipen.

En, klopt het?

„Nee, helaas niet. Bij baby’s jonger dan vier maanden vergroot het samen slapen de kans op wiegendood”, zegt kinderarts Adèle Engelberts. Zij is bestuurslid van Landelijke werkgroep Wiegendood van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Engelberts: „In de eerste levensmaand vergroot samen slapen de kans op wiegendood negen keer in vergelijking met apart slapen, in de tweede maand vier keer en in de derde maand 1,7 keer.”

Andere risicofactoren zijn roken door de moeder, vroeggeboorte, oververhitting (warme dekbedjes) en slapen op de buik. Dat blijkt uit vele onderzoeken in de afgelopen decennia, waarvan de resultaten vorig jaar nog eens zijn bevestigd in een overzichtsartikel in het gezaghebbende medische tijdschrift The BMJ. Het gaat hierbij om „relatieve risico’s”, benadrukt Engelberts: „De absolute kans op wiegendood is klein in Nederland.” Hier treft wiegendood 1 op de 10.000 baby’s, in de VS is dat vijf tot tien keer zo vaak.

Slapen in één bed is wel bevorderlijk voor de borstvoeding, die de kans op wiegendood weer – iets – verlaagt. „Ook als je daarvoor corrigeert, verhoogt samen slapen het risico”, zegt Engelberts.

Van een hormonaal waarschuwingssysteem bij de moeder heeft Engelberts nooit gehoord. Hetzelfde geldt voor evolutiebioloog Elisabeth Sterck (Universiteit Utrecht).

Hoe het samen slapen bij mensen de kans op wiegendood vergroot weten we niet, dat het zo is wel. Daarom schrijft de wiegendoodrichtlijn die in Nederland al zo’n tien jaar van kracht is voor: laat een kind de eerste drie maanden niet in het ouderlijk bed slapen. „Laat de baby het eerste half jaar slapen in een apart bedje vlak bij het ouderlijk bed”, zegt Engelberts. „Dit is ook bewezen veiliger dan de baby laten slapen in een aparte kamer.” Het beste is als ouders en kind samen apart slapen.

Conclusie

Zolang de baby nog geen vier maanden is, verhoogt het slapen in het ouderlijk bed de kans op wiegendood. Een hormonaal waarschuwingssysteem bestaat niet. De uitspraak is onwaar.