Het laatste, trage toevluchtsoord

Nederland vecht de Starbucks-uitspraak van de Europese Commissie aan in Luxemburg. Hoe functioneert dat Gerecht?

Foto Bloomberg

Een kartel waarvan Philips deel uitmaakte, kreeg 1,3 miljard euro boete. Microsoft moest 1,2 miljard euro aan de Europese Commissie betalen, Intel 1 miljard euro. België moet 700 miljoen euro aan extra belasting bij bedrijven ophalen.

Daarbij vergeleken leek het oordeel van de Commissie over een belastingdeal tussen Nederland en koffieketen Starbucks in oktober 2015 mild: de Belastingdienst moet 28 miljoen euro terughalen bij Starbucks, dat in Nederland zou hebben geprofiteerd van illegale staatssteun.

En toch tekende Nederland, dat belastingdeals heeft met tal van multinationals, onmiddellijk beroep aan. Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) vindt dat de fiscus geoorloofde afspraken heeft gemaakt.

Wie in beroep gaat tegen beslissingen van de Europese Commissie, komt terecht in een betonnen kolos in een buitenwijk van Luxemburg. Daar bij het Europees Hof van Justitie, zetelt ook het Europees Gerecht, dat klachten tegen de Commissie behandelt.

Of het op zijn taak is berekend, is onderwerp van debat. Hugh Mercer, een Britse advocaat die het Amerikaanse Microsoft – zonder succes – in de beroepszaak tegen hun megaboete vertegenwoordigde, is kritisch. Hij vindt het gerecht te traag, onderbezet en zet vraagtekens bij de competentie van sommige rechters. Het probleem met de rechters is volgens veel advocaten dat ze het product zijn van politieke benoemingen. Elk van de 28 EU-lidstaten mag zijn ‘eigen’ rechter nomineren.

„In sommige landen, zoals Nederland of het Verenigd Koninkrijk, is dat geen probleem”, zegt Mercer. „Maar niet in alle lidstaten is de rechterlijke macht onafhankelijk. Heeft Hongaarse regering bij haar aantreden niet alle rechters ontslagen?”

Sommige landen hebben ook de neiging theoretici naar voren te schuiven, zegt hij. „De laatste keer dat ik het checkte, was de helft van alle rechters ex-hoogleraar rechten of ex-ambtenaar. Sommigen hadden wellicht nog nooit een rechtszaal van binnen gezien voor ze naar Luxemburg kwamen.”

Kandidaten uit andere landen

Marc van der Woude, de Nederlandse rechter bij het Gerecht, erkent dat laatste punt. „Maar dat wil niet zeggen dat zo iemand niet goed kan functioneren”, zegt hij. Wel vraagt hij zich af waarom kleine lidstaten, die niet overlopen van Franssprekende juristen met EU-kennis, nooit eens kandidaten uit andere landen nomineren.

Dat kan werken, zegt Van der Woude in een verwijzing naar Liechtenstein, geen EU-lid. Liechtenstein moest ooit een rechter nomineren voor een internationaal tribunaal, maar stelde vast dat de jurist van hun keuze geen tijd had. „Ze hebben een Zwitserse rechtsgeleerde gekandideerd.”

De voertaal in het Luxemburgse hof, Frans, was ooit logisch. Maar in een unie van 28, waarin die taal nauwelijks nog wordt onderwezen? „Frans als voertaal beperkt het aantal mogelijke kandidaten enorm”, zegt Van der Woude. Zelfs in België communiceren jonge Vlamingen en Walen soms in het Engels met elkaar”, ziet hij.

Niettemin is de benoemingsprocedure in de praktijk geen handicap, meent Van der Woude. „Toen de regering-Orban in Hongarije aantrad en de voorgedragen kandidaat wilde vervangen, hebben de andere lidstaten gezegd: ‘Deze meneer blijft hier’.” Sinds hij in 2010 in Luxemburg werkt, heeft Van der Woude een hoop rechters zien komen. „Ze arriveren met het vlaggetje van hun land, maar dat vlaggetje leggen ze al snel af.”

Jacques Derenne, een Belgische advocaat die een boek schreef over het Gerecht, vindt dat de rechtbank zelf geen blaam treft voor de problemen die er zijn. Die worden volgens hem door de lidstaten veroorzaakt, „zoals alle problemen in de EU.”

De traagheid van het Gerecht, een probleem voor alle advocaten, ziet hij als een ordinaire geldzaak. „Als de lidstaten meer geld beschikbaar zouden stellen, zou het Gerecht sneller werken.” Dat geld komt er deze zomer. Het aantal rechters gaat dan van 28 naar 56. Maar er komt ook een werkgebied bij: arbeidsgeschillen tussen EU-ambtenaren en EU-instellingen.

De instantie werkt nu al sneller dan voorheen. Een ingewikkelde kartelzaak kon in 2010 acht jaar duren. Die periode is bijna gehalveerd. In december wonnen Air France-KLM en elf andere luchtvaartmaatschappijen een kartelzaak tegen de Commissie. De uitspraak kwam minder dan vijf jaar nadat de Commissie het Frans-Nederlandse concern een boete van 310 miljoen euro had opgelegd. Voor staatssteunzaken, zoals het Starbucks-beroep, is de duur teruggebracht tot drie jaar.

Trage rechtsgang

Veel experts denken dat Nederland de zaak tegen de Commissie kan winnen. Maar niet iedereen is die mening toegedaan. Jay Modrall, een Amerikaanse advocaat, zegt: „Het Gerecht neigt ernaar om de Commissie het voordeel van de twijfel te gunnen.” Maar daar gaat meestal heel wat tijd overheen. Modrall: „De Commissie kan jarenlang onderzoek plegen naar een zaak en duizenden pagina’s materiaal produceren.”

Die trage rechtsgang stelt de Commissie ook in staat haar beleid hangende een uitspraak ongewijzigd voort te zetten. Mercer, de advocaat van Microsoft: „Zolang het Gerecht geen uitspraak heeft gedaan in de Starbucks-zaak kan de Commissie doorgaan met het opleggen van boetes wegens staatssteun.”

Mercer vindt dat een zaak voor het Gerecht niet langer moet duren dan een jaar, een termijn die voor Van der Woude schier onhaalbaar is. „Je bent in een zaak al negen maanden kwijt door procedures en vertalingen.” De Nederlandse rechter, die er fijntjes op wijst dat advocaten ook duizenden pagina’s aan papier produceren, erkent: „Als het Gerecht de procedures en de controle daarop opnieuw zou moeten opzetten, zouden we het anders doen.”