Het BKO Quintet staat op het podium om te vernieuwen

Als Fassara Sacko het concert opent met bezwerende zang, doet dat denken aan een oproep voor het vrijdagsgebed in de stoffige straten van Bamako. Al snel vallen versterkte snaarinstrumenten bij, daarna percussie en dan is duidelijk: het BKO Quintet staat op het podium om te vernieuwen.

Het aardige is dat het Malinese vijftal dat niet doet met moderne instrumenten, maar met traditionele luiten en drums. Het verschil met de doorsnee Mali-formule is dat bij BKO (de internationale code voor Bamako) de nadruk ligt op groove en percussie. De hybride drumkit van Fransman Aymeric Krol is een vondst, hij heeft Afrikaanse drums een plek gegeven tussen de cimbalen van de gebruikelijke drumset.

Desondanks kwam het optreden moeizaam op gang in Utrecht. Het vijftal dat elkaar vond in de Malinese hoofdstad liet weinig ruimte voor spontaniteit. Pas toen technische mankementen dwongen tot improvisatie, kwamen de musici los en verkleurde het geluid van de zangerige griot-traditie naar percussieve afrobeat. Daarbij bleken de slagen van Ibrahima Sarr op de djembé overbodig en, door jarenlange inflatie van dit instrument bij elk denkbaar Afrikaans concert, gedateerd. Opwindender was het ‘slappen’ op de snaren van Nfali Diakité’s harpachtige instrument uit de animistische jagerstraditie. Het leek wel een bas in een funkformatie; het mogelijke begin van een nieuw urbaan geluid uit Mali, hofleverancier van de West-Afrikaanse muziek.