George Maat onheus behandeld

Forensisch antropoloog George Maat moest boeten voor zijn lezing over MH17-slachtoffers, maar kreeg excuses. De minister hield mogelijk een politierapport achter dat hem al vrijpleitte. Dit schreef NRC op 19 augustus in een commentaar over de zaak.

Op 9 april van dit jaar hield emeritus hoogleraar anatomie George Maat, op verzoek van een Maastrichtse studievereniging, een voordracht voor studenten gezondheidswetenschappen over het identificatieproces van slachtoffers van vlucht MH17. Maat was als deskundige betrokken bij het Landelijk Team Forensische Opsporing dat de stoffelijke overschotten van MH17-slachtoffers onderzocht.

Wetenschapper Maat had dezelfde lezing, voorzien van illustraties al eerder, op 10 en 13 maart, voor studenten gegeven. Het verschil was dat op 9 april niet alleen potentiële aanstaande vakgenoten van Maat in de zaal zaten, maar ook buitenstaanders. Iets waarvan de fysisch antropoloog vooraf niet op de hoogte was. Hij verkeerde in de veronderstelling een presentatie te geven aan (aanstaande) vakgenoten.

Dat bleek niet zo. De lezing was door de Studie Vereniging aangekondigd op Facebook en onder de aanwezigen bevonden zich twee medewerkers van de televisiezender RTL4. Die maakten heimelijk geluidsopnamen welke dienden als bron voor een uitzending van RTL Nieuws, twee weken later. Daarin werd melding gemaakt van de „enorme inbreuk op de privacy van de nabestaanden”.

Het gevolg? Verontwaardigde reacties alom, inclusief die van de toen nog maar net aangetreden minister van Veiligheid en Justitie Van der Steur (VVD), die sprak van een „buitengewoon ongepast en onsmakelijk” optreden van wetenschapper Maat. De samenwerking van Maat en het forensisch opsporingsteam werd stopgezet.

Minder ministeriële daadkracht voor de bühne en meer oog voor de feitelijke omstandigheden was beter geweest.

Des te betreurenswaardiger is het dat minister Van der Steur zich ook in de maanden die op het incident volgden niet wat meer heeft opengesteld voor de nuance. In een brief aan de Tweede Kamer van 15 juni en in antwoorden op vragen van het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) begin deze maand over de kwestie wentelt Van der Steur zich nog eens in zijn eigen discutabele gelijk. „Maat heeft niet de discretie en zorgvuldigheid betracht die van een wetenschapper mag worden verwacht”, aldus de minister. Ook vorige week liet hij weten geen reden voor excuses aan Maat te zien.

Maar waaruit die zorgvuldigheid diende te bestaan, is hoogst onduidelijk. Want dezelfde minister meldt de Kamer ook dat het bij het Landelijk Opsporingsteam „ontbreekt aan duidelijke kaders, afspraken en criteria met betrekking tot het geven van lezingen”. Kortom, dáár zit het probleem en niet bij een gerenommeerd en internationaal gerespecteerd wetenschapper die meer oog had voor zijn vak dan voor onduidelijke afspraken.