‘Een gaswinner, die bedrijft geen wetenschap’

Gasexploitant NAM bepaalt het aardbevingsonderzoek in Groningen. Pervers, vindt de Belgische hoogleraar. Dat zegt hij de Kamer vandaag.

Manuel Sintubin (Sint-Niklaas, 1964) is hoogleraar geologie aan de KU Leuven. Auteur van De wetenschap van de aarde – over een levende planeet (2011). Zijn onderzoeksgebieden betreffen onder meer geodynamica, seismotektoniek en aardbevingsarcheologie. Hij volgt de ontwikkelingen rond het Groninger gasveld al jaren. De Belg schuift deze maandag aan bij een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over het Groningse gasbesluit. Daarbij komen ook burgemeesters, restaurateurs, de directeur van gaswinningsbedrijf NAM, bewoners en gedupeerden aan het woord.

Verbazing bij Manuel Sintubin, hoogleraar geologie aan de KU Leuven. Hij bezocht afgelopen december een wetenschappelijk congres in San Francisco over geïnduceerde aardbevingen: aardschokken veroorzaakt door mensenhanden. Er waren bijdragen over bevingen door schaliegasboringen, geothermie, afvalwaterinjecties, en CO2-opslag. Slechts één presentatie ging over de Groningse gasbevingen.

De Belgische hoogleraar kan maar één verklaring bedenken voor het schamele aantal wetenschappelijke publicaties. „Dat heeft te maken met wie de regie voert over het onderzoek. Bij al het aardbevingsonderzoek de afgelopen drie jaar in Groningen is de leiding in handen van de gasexploitant. Opdrachtgever is de Nederlandse Aardolie Maatschappij, joint venture van Shell en ExxonMobil.”

Maar dat schrijft de Mijnbouwwet toch voor? Wat is daar mis mee?

„Dat vind ik bijzonder, om niet te zeggen: pervers. Het gasproductiemodel staat centraal, de slager keurt zijn eigen vlees. Onderzoeksvragen worden gesteld vanuit het perspectief van zoveel mogelijk gas winnen en geld verdienen, niet vanuit wetenschappelijk oogpunt en veiligheidsperspectief. Doordat wetenschappelijke publicaties uitblijven, is de kwaliteit van het onderzoek niet gewaarborgd en ontbreekt het overzicht. Terwijl we door al onze ondergrondse ingrepen wel voor tovenaarsleerling spelen en experimenteren met de spanning van breuken in de ondergrond.”

Maar we hebben in Nederland het Staatstoezicht op de Mijnen.

Een schalks lachje: „Ook jullie toezichthouder toetst vanuit een exploitatieoogpunt. Dat gebeurt niet transparant. Het kringetje experts bij KNMI, TNO en de universiteiten is klein. Die doen de ene keer betaald onderzoek voor de NAM, een volgende keer vraagt de toezichthouder hun om advies. Dat zijn taken die elkaar bijten.

„Er zijn ook externe reviewers. Die kiest de NAM zelf uit en zij kijken mee achter gesloten deuren. Worden ze betaald? Geen idee. Alles is buitengewoon ondoorzichtig.”

Vandaag dringt Sintubin er bij de Tweede Kamer op aan om de leiding over het Groningse aardbevingsonderzoek te leggen bij onafhankelijke topwetenschappers in plaats van bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Zo gebeurt dat in de Verenigde Staten. Bijvoorbeeld in het Stanford Center for Induced and Triggered Seismicity.

Sintubin: „Het is nog niet te laat om het geweer van schouder te veranderen. Als je de knapste koppen van verschillende universiteiten de regie geeft, is de onafhankelijkheid van het onderzoek gegarandeerd. Dan benut je alle denkkracht om de juiste wetenschappelijke vragen te stellen en dubbel werk te voorkomen.”

Welke vragen moeten hoognodig worden gesteld?

„Men staart zich blind op de breukwerking en aardbevingen in het gasreservoir zelf, op 3 kilometer diepte. Ik zeg: onderzoek de breuken onder dat reservoir, in de diepere ondergrond. In Oklahoma en Kansas doen zwaardere bevingen door olie- en gaswinning zich altijd dieper voor. Zolang we niet uitzoeken hoe de spanning daar verandert, blijft meer duidelijkheid over de risico’s van zwaardere bevingen uit.

„Ander voorbeeld is aardbevingsschade. We moeten onderzoeken hoe de schadepatronen er precies uitzien. Daarbij moet je ook de fundamenten van het huis en de grondsoort eronder betrekken. Ik verwacht dat er minder rechtstreekse aardbevingsschade is dan we nu aannemen en meer zettingsschade door bodemdaling.”

En op welk dubbel werk doelt u?

„De dreigingskaarten. Eerst berekende de NAM de risico’s voor de verschillende delen van het aardbevingsgebied, daarna stuurde het KNMI een kaart met lagere seismische risico’s. De Groningers moesten daar zelf chocola van maken. Tel uit je winst. Ineens is iedereen aardbevingsexpert. Er worden conclusies getrokken die nergens op slaan. Politici doen aan cherry picking. Er ontstaat een aardbevingskakofonie. Ik vind: onderzoeksresultaten moeten door onafhankelijke aardbevingsexperts worden geduid. De nationaal coördinator moet daarvoor iemand benoemen.”

Is dit een sollicitatie?

„Haha, nee hoor. Maar elke keer als ik vanuit Leuven naar Groningen reis om een lezing te geven, vraag ik me af: waar zijn mijn collega’s?”