Drie verdachten van moord op Endstra vrijgesproken

Belangrijke getuigenissen en verklaringen worden niet als bewijs toegelaten.

De technische recherche bij de auto van Willem Endstra op de Apollolaan, in 2004. Foto Maurice Boyer/NRC

De rechtbank Amsterdam heeft drie verdachten van de moord op vastgoedbaron Wim Endstra maandag volledig vrijgesproken. Volgens de rechtbank was er onvoldoende bewijsmateriaal dat de verdachten aanwezig waren op het moment van de moord.

Ondanks aanwijzingen dat de verdachten bevriend waren met de vermoedelijke schutter, kon ook niet worden vastgesteld dat ze hebben geholpen bij het voorbereiden van de moord op Endstra, die op 17 mei 2004 voor zijn kantoor werd doodgeschoten. De drie werden verdacht van het medeplegen van de moord. Het Openbaar Ministerie had tot 16 jaar geëist.

Verklaringen onbruikbaar

Het strafdossier verspreidt wel “een onaangename geur richting verdachten”, vond de rechtbank. Dat het ondanks alle aanwijzingen niet tot een veroordeling kwam heeft met een paar dingen te maken:

  • Op de eerste plaats is informatie van getuigen over de aanwezigheid van de verdachten op de plaats delict op zo’n manier verzameld, dat die niet als bewijs kon worden toegelaten. Tal van andere verdachte omstandigheden konden daar in de ogen van de rechtbank niets aan veranderen.
  • De verklaringen van getuige Hidir K., een Turkse crimineel die lid was de groep rond de drie verdachten, waren niet consistent genoeg om als bewijs te kunnen dienen. In sommige gevallen zat er teveel verschil tussen de verklaring van Hidir K. en de andere bewijsmiddelen in het dossier.
  • Op andere punten waren de bronnen waarop Hidir K. zich baseerde niet betrouwbaar. Bovendien constateerde de rechtbank dat een deel van de informatie waarover Hidir K. beschikte vermoedelijk afkomstig was van de politie. Hidir K. is een informant geweest van een speciale politie-eenheid die informatie verzameld in de onderwereld. Het is volgens de rechtbank niet onaannemelijk is dat Hidir K. tijdens die contacten informatie heeft gekregen die hij later zelf heeft gebruikt. Hoewel nadrukkelijk werd gesteld dat de geloofwaardigheid van de getuige Hidir K. in het algemeen niet ter discussie staat, achtte de rechtbank de verklaringen van Hidir K. in de zaak Endstra niet bruikbaar voor het bewijs.
Twitter avatar jmeeus12 Jan Meeus Of de verdachten bij voorbereidingen of voorobservaties van #endstra zijn betrokken valt volgens de rechtbank niet vast te stellen
Twitter avatar jmeeus12 Jan Meeus De rechtbank oordeelt dat informatie die Hidir K. van drie van zijn bronnen heeft gekregen kan niet tot bewijs worden toegelaten #endstra
Twitter avatar jmeeus12 Jan Meeus Volgens de rechtbank zitten er diverse ongerijmdheden in het verhaal van Hidir K dat de betrouwbaarheid twijfelachtig is #endstra

Klap door dood Abbasov

De rechtbank sprak wel haar waardering uit voor het werk van politie en justitie in deze zaak, waaraan twaalf jaar lang hard is gewerkt. Door de dood van de Russische crimineel Namik Abbasov, volgens de rechtbank vrijwel zeker de moordenaar van Endstra, is veel van het harde werk van politie en justitie voor niets geweest. Ook voor de nabestaanden moet dat volgens de rechtbank een grote teleurstelling zijn.

Het dna van Abbasov kwam overeen met het dna op het moordwapen, kogelhulzen en een rode jas die bij de plaats delict was gezien. Toen Abbasov eind 2011 werd aangehouden in Polen, trof de politie op zijn computer foto’s aan van hemzelf en Ziya G. Na zijn uitlevering aan Nederland zweeg Abbasov tijdens verhoren, maar tijdens pauzes liet hij af en toe wat los. Zo zei hij tegen een gevangenbewaarder dat zijn advocaat werd betaald door de groep rond Holleeder.

Justitie leek daarmee niet alleen de uitvoerders van de moord in beeld te hebben, maar ook de opdrachtgever: Willem Holleeder. Hij was in 2007 al veroordeeld voor de afpersing van Endstra. De uitlatingen van Abbasov konden niet meer in de rechtbank worden getoetst: in april 2012 overleed hij in zijn cel aan de gevolgen van een herseninfarct.

Aparte strafzaak

Endstra werd te midden van een slepend conflict met twee kopstukken uit de Amsterdamse onderwereld – Willem Holleeder en John Mieremet - op 51-jarige leeftijd doodgeschoten. Het vonnis van maandag gaat over de drie verdachten die de liquidatie volgens het Openbaar Ministerie hebben uitgevoerd: de twee Turkse neven Ali N. en Ozgür C. en hun baas volgens justitie Ziya G.

Ali N. en Ozgür C. werden in december 2006 aangehouden. Ziya G. verbleef op dat moment in Turkije en wordt bij verstek berecht. De uitspraak is tegenvaller voor het Openbaar Ministerie in twee andere strafzaken die nog lopen. Zowel in de zaak tegen Willem Holleeder als in het grote liquidatieproces zijn de verklaringen van Hidir K. ingebracht als bewijs. Gezien het harde oordeel van de rechtbank in de zaak Endstra is de bruikbaarheid van zijn verklaringen in die zaken op zijn minst twijfelachtig.

De advocaten van de drie verdachten waren blij met de vrijspraak. Zij hadden tijdens hun pleidooi de betrouwbaarheid van Hidir K. nadrukkelijk in twijfel getrokken. Het is nog onduidelijk of het Openbaar Ministerie in hoger beroep gaat. Een woordvoerder verklaarde dat die beslissing pas wordt genomen na bestudering van het vonnis van de rechtbank.