De dolblije losers van de Powerball-loterij

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: de winkel van het winnende Powerball-lot.

Mensen die loten kopen zijn idioten zonder benul van wiskunde, hoor je vaak, maar kijk ze eens glunderen! En de mensen op de foto hebben de loterij niet eens gewonnen. Sterker, technisch gezien zijn dit losers.

Waarom hebben ze hun mobieltjes in de aanslag voor selfies? En waarom wijst de bebrilde kassaman met zijn vinger naar de hemel? Heeft hij dan wel de loterij gewonnen?

Ook niet. Dit is een 7 Eleven-supermarkt in een voorstadje van Los Angeles, waar een van de drie winnende loten is verkocht van de Amerikaanse Powerball-loterij. Die spuwde woensdag 1,59 miljard dollar uit, dat is omgerekend 1,46 miljard euro. De vetste jackpot in de geschiedenis van de mensheid.

Geen toeval. De organisatie van de loterij had de kans dat de jackpot viel kleiner gemaakt, 1 op de 270 miljoen. Gevolg was dat de jackpot steeds maar niet viel en dus bleef groeien. En met de groeiende pot groeide de mediahype. En dus de lotenverkoop. Mooie paradox: doordat de kans op winst kleiner was, kochten meer mensen loten.

Met als winnaar de staatskas, want die krijgt ongeveer de helft van de pot.

Loterijnieuws gaat over winnaars. Je ziet Gaston Starreveld van de Nationale Postcode Loterij nooit aanbellen bij de mensen die de loterij verloren. Grote cheque in zijn hand, ‘Jahaha, alstublieft, 50 euro in de min! En wat gaat u met dat bedrag niet doen?’ Deur, na deur, na deur.

Van de echte winnaars van de Powerball zijn echter ook geen beelden. Drie mensen hadden het juiste lot, ze blijven liever anoniem. Om toch blije mensen te kunnen filmen, togen de tientallen cameraploegen woensdag alvast naar dit winkeltje, dat een van de winnende loten had verkocht.

Ja, de eigenaar van de winkel krijgt een bonus van een miljoen. En daar zal hij, de bediende, vast ook wat van terugzien. Maar het blijft een fooi vergeleken bij die 1,5 miljard.

Op de foto zie je dus mensen die de Powerball niet gewonnen hebben. Die niettemin blij zijn omdat ze dichtbij de winnaar verkeren. Het is weerspiegelde rijkdom. Het zijn blije losers, goede verliezers.

Loterijen heten ook wel een ‘domheidsbelasting’. Want alleen domme mensen zouden stukjes papier kopen die een dollar kosten maar waar je gemiddeld ongeveer 50 cent voor terugkrijgt. Slimme mensen kunnen rekenen. Zij kopen aandelen.

Dat mensen slecht zijn in wiskunde, is inderdaad een bedreiging voor de democratie. Het maakt mensen bang voor onheil dat hen niet treft (terrorisme) en verschaft hoop op geld dat uitblijft (de loterij, pensioenen).

Maar lotenkopers zijn niet per se dom. Er zijn twee goede redenen om deel te nemen.

Ten eerste gaan loterijen niet om het geld. Je koopt loten om te dromen. Een Powerball-ticket kost slechts 2 dollar, maar verschaft je het privilege om eindeloos te dagdromen van een ander leven. Prima deal.

Loten zijn net als romans en films: aanknopingspunten voor fantasie. Het is dromenhandel. Loterijen draaien dus om iets efemeers als een ervaring — een prachtige, gedeelde ervaring: hoe meer mensen inleggen, hoe groter de droom mag zijn.

Ten tweede is er voor sommigen wel degelijk een zakelijke reden om te investeren in loten. Dat betreft de groep die geen andere opties heeft. Als je in de VS arm geboren wordt, blijf je meestal arm. Je hele leven! Uitzichtloos. De universiteit is te duur. Je kunt geen geld lenen bij de bank want je hebt alleen je gympen als onderpand. Je kunt geen aandelen kopen want je hebt al een brood gekocht. Je hebt geen opties. Wel kun je een brood minder eten en de 2 dollar besteden aan een loterij.

„De loterij is in feite een perfect rationele investering voor iemand die een leven tegemoet ziet van sleur en onzekerheid”, schrijft Kim Phillips-Fein in een mooi artikel in het Amerikaanse tijdschrift The Baffler (‘Lotteryville, USA’).

Zo bezien is het logisch dat het juist de armen zijn die de meeste loten kopen. Ten eerste omdat zij gezien hun omstandigheden meer behoefte hebben aan fantasie. Ten tweede omdat loten kopen voor deze groep een rationele gooi naar sociale mobiliteit is. Een belegging.

En ze hoeven niet te winnen, om blij te zijn. Want ze hebben even gedroomd. Zoals je voor 4,99 euro de Elle kunt kopen om je te vergapen aan plaatjes van kleren en sieraden. Mensen willen zich vergapen.

Je ziet hetzelfde mechanisme in de politiek. Het zijn juist de mensen op de bodem die op een miljardair of een populist willen stemmen. Omdat ze geen opties zien. Omdat hij hoop geeft, ook al is het weggegooid geld. Hun stembiljet is een kraslot. Dom? Het gaat ze niet om geld, maar om de droom.