CBS: Tussen 55 en 65 jaar grootste risico op armoede

Veel Marokkaanse huishoudens onder armoedegrens, gepensioneerden hebben het goed.

De Voedselbank, zoals hier in de Amsterdamse wijk De Baarsjes, zit allerminst om klandizie verlegen. Foto ANP / Bas Czerwinski

Nederlanders die richting pensioengerechtigde leeftijd gaan, lopen volgens het CBS het grootste risico langdurig in armoede te moeten leven. Gepensioneerden hebben de financiën daarentegen het best op orde.

Het CBS onderzocht de Nederlandse inkomens over 2011 tot en met 2014. Het blijkt dat langdurige armoede – minstens vier jaar achtereen onder de lage-inkomensgrens – het meest voor komt in de groep Nederlanders tussen 55 en 65 jaar. Ook veel huishoudens met Marokkaanse achtergrond hebben het relatief moeilijk. Eind 2015 maakte het CBS bekend te verwachten dat het aantal armen de komende jaren zal dalen.

De lage-inkomensgrens vertegenwoordigt een vast koopkrachtbedrag dat jaarlijks wordt aangepast aan de prijsontwikkeling. In de groep tussen 55 en 65 jaar neemt het aandeel dat onder die grens komt toe doordat een deel afhankelijk raakt van een uitkering. Eenmaal 65-plus blijkt de financiële huishouding een stuk beter op orde: een volledige AOW-uitkering is hoger dan de armoedegrens en bovendien hebben de meeste ouderen een extraatje uit bijvoorbeeld een aanvullend pensioen of eigen vermogen.

Na het studentenhuis

Armoede die korter duurt dan vier jaar komt het meest voor onder twintigers die na het verlaten van het studentenhuis nog geen baan hebben gevonden. Zodra ze werk vinden, verandert hun situatie snel: door toenemende werkervaring schuiven ze door naar beter betaalde functies.

Eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen komen minder makkelijk uit een weinig rooskleurige inkomenspositie: 10,6 procent had in 2014 al minstens vier jaar achtereen een laag inkomen.

Armoede bij 1 op 3 ‘niet-westerse huishoudens’

Ook “niet-westerse huishoudens” hebben vaak een laag inkomen: 32 procent had in 2014 te maken met armoede en dat is vier keer zo vaak als autochtone gezinnen. Langdurige armoede komt bij hen bijna zes keer zo veel voor als onder autochtone Nederlanders.

Van de vier traditionele migrantengroepen – Marokko, Turkije, Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba - hebben huishoudens waarvan de hoofdkostwinner een Marokkaanse achtergrond heeft het meest te maken met langdurige armoede: 14,8 procent. Volgens het CBS leven Marokkanen relatief vaker van een uitkering dan Surinamers, die met een aandeel van 7,6 procent de minste huishoudens onder de lage-inkomensgrens kennen.