‘Ariodante’: seks en intrige in bedompt Schots dorpje

Luca Tittoto (Re di Scozia) en Sandrine Piau (Dalinda) in Ariodante bij De Nationale Opera Foto Clärchen&Matthias Baus

Een bedwelmend banket van prachtmomenten – dat is Händels opera Ariodante in muzikaal opzicht. Theatraal? Ligt het lastiger. Drie uur lang volgt de ene prachtaria de ander direct op. Maar duetten en ensembles zijn schaars, en het libretto struikelt zo ongeloofwaardig van suïcidale wanhoop naar euforie en extase dat anno 2016 de door Händel volstrekt niet beoogde schaterlach regelmatig op de loer ligt.

De regie van Richard Jones, in 2014 te zien in Aix-en-Provence en nu door De Nationale Opera hernomen, geeft die librettozwakte een intelligente draai. Jones verplaatst Ariodante van het Schotland van de zestiende eeuw naar het Schotse platteland van de fifties. Het eenheidsdecor is een muffe cottage – met bloemetjesbehang, rijglaarsjes, wollen fair isle-spencers en quilts als (bedrieglijk) seksloze rekwisieten.

Concept: deze zuurstofarme gemeenschap is als mest voor al het enge gekonkel in de verhaallijn (liefde, lust, verraad, misverstand). Bij de meeste aria’s, waarin immers particuliere gevoelens worden geuit, kijkt een ensemble van dorpsgenoten zwijgend toe. Privacy bestaat hier niet. Dat het oorspronkelijke happy end voor liefdespaar Ariodante en Ginevra dus óók een grimmige draai krijgt, is daarna zo gek niet. Welke vrouw is er nou bereid de stuitende slapheid van vader en geliefde zo gemakkelijk te vergeten als Händel voorschrijft? Deze Ginevra in elk geval niet: ze rijgt haar laarsjes vast, steekt haar duim op voor een lift en is weg.

Jones’ concept klopt als een bus en maakt overtuigend duidelijk dat Ariodante gaat over tijdloze issues. Minder overtuigend is de soms stripboekachtig aangezette personenregie, die schuurt met de juist zo subtiele vitaliteit van Händels muziek. Een symbiotisch wondertje daarentegen zijn de poppenspelscènes tijdens de balletmuziek. Zes puppeteers bewegen met adembenemend ambachtelijk meesterschap handpopversies van Ginevra en Ariodante, wier liefde we hier motorisch levensecht zien uitmonden in eerst een kinderplaag – en later in Ginevra’s trieste, Lulu-achtige ondergang.

Het is te prijzen dat DNO met Concerto Köln weer een groot barokorkest heeft aangetrokken, dat onder Andrea Marcon energiek en binnen de lijntjes musiceert – waardoor je soms verlangt naar de vulkanischer en eigenzinniger aanpak in dit repertoire van dirigenten als Minkowski of Jacobs.

De cast is voortreffelijk, met Sarah Connolly fraai, elegant en intelligent in de (de broekenrol van) Ariodante; haar aria Scherza infida is een van de hoogtepunten. In sprankelcharisma wordt ze zelfs nog voorbijgestreefd door de krachtige, strakke en toch prachtig kwetsbare Ginevra van Annet Frisch.

In de dragende bijrollen is Sandrine Piau een fijngetekende, geloofwaardig tussen passie en verraad pendelende Dalinda en overtuigt ook Luca Tittoto zeer als vader (ofwel Re di Scozia).