Ze maakte ‘ iets moois’ van prostitutie

Fernande Grudet (1923-2015), dreef in Parijs onder de naam Madame Claude een callgirl-bureau van reputatie. Tot de belastingdienst aanklopte.

Fernande Grudet stierf vorige maand in eenzaamheid, 92 jaar oud, in Nice. Maar vergeten was zij niet: in geen Franse krant ontbrak een nostalgische necrologie voor ‘Madame Claude’, dit symbool van het optimistische, economisch groeiende en vrijmoedige Frankrijk van de naoorlogse decennia, die nu nostalgisch Les trente glorieuses worden genoemd. Ze was de beroemdste hoerenmadam aller tijden.

De makers van een tv-documentaire merkten in 2011 dat Grudet over haar leven veel gelogen heeft: over haar groot-burgerlijke afkomst, een verzetsverleden en een verblijf in concentratiekamp Ravensbrück bijvoorbeeld. Ze was in werkelijkheid een arm meisje uit de provinciestad Angers, dat in 1945 in Parijs in de prostitutie ging werken, en het in deze branche vér bracht. Want de legende rond Madame Claude berust absoluut op waarheid. Vanaf 1950 ongeveer was zij de spil van een honderden ‘meisjes’ tellend netwerk van luxe prostituées – callgirls genoemd, want het woord escort was nog niet uitgevonden. Aan de telefoon – immer opgenomen met de woorden ‘allô, oui?’ – bemiddelde ze tussen welgeschapen mannequins en actrices die het nét niet gemaakt hadden, of vrouwen uit de betere kringen op zoek naar avontuur en geld enerzijds, en het puikje van de Franse politieke-, economische- en kunstwereld anderzijds. Ook een keur van buitenlandse prominenten maakte deel uit van de klantenkring, wilde het gerucht: president Kennedy, de Libische leider Khaddafi, Fiat-baas Agnelli, de sjah van Perzië en talrijke Arabische prinsen. De jetset dus, ook al zo’n in onbruik geraakt woord. Voor menig meisje lag een voordelig huwelijk met een enthousiaste klant in het verschiet.

Maar Madame Claude had geen huwelijksbureau. Ze toucheerde op z’n minst 25 procent van alle omzet en bediende zich van de oudste truc van het pooierdom: je zorgt dat de vrouwen een schuld opbouwen, die ze je moeten terugbetalen voordat ze het vak verlaten. De directrice zond haar meisjes naar de plastisch chirurg, ter vervolmaking van neuzen, borsten, lippen. Ze kleedde ze in jurken van grote couturiers. Ze gaf ze een abonnement op het populair-wetenschappelijke maandblad Historia, zodat ze tijdens het werk iets te vertellen zouden hebben. De investering kon alles bij elkaar aardig oplopen.

‘Proxénitisme' – in het Nederlands heet dat prozaïsch ‘gelegenheid geven’ – was en is in Frankrijk een strafbaar feit. Weliswaar had Frankrijk vanaf de negentiende eeuw een naam op te houden op het gebied van luxe-prostitutie, maar de befaamde Maisons closes waren in 1946 al door de wetgever verboden. Dat Madame Claude zo lang, ongestoord door de zedenpolitie, haar gang kon gaan, en zelfs een publieke beroemdheid werd, hing – werd gefluisterd – samen met de klandizie van president Georges Pompidou (1969-1974) en doorvertelde slaapkamergeheimen van heinde en ver waarmee de Franse spionage zijn voordeel deed.

Les trente glorieuses waren ook de jaren van de seksuele revolutie in Frankrijk, waarbij een zekere voorbeeldwerking uitging van het libertijnse gedrag in de betere kringen, zoals je in de succesfilm Emmanuelle van Just Jaeckin uit 1974 kunt zien: een lange reeks gefortuneerde, onberispelijk geklede en ernstig kijkende heren vergrijpt zich daarin aan onze landgenote Sylvia Kristel, alsof dat heel normaal is. Dezelfde regisseur maakte in 1976 de soft-erotische film Madame Claude, aan het script waarvan mevrouw zelf meewerkte en die een van de weinige bronnen is op haar leven. Jaeckin zei vorige maand op de radio dat ze een van de kilste persoonlijkheden was die hij ooit had ontmoet. „Ze was uitsluitend in geld geïnteresseerd, en haatte mannen.”

Toen de film uitkwam, woonde Fernande Grudet onder valse naam in de Verenigde Staten. Ze was gevlucht, omdat de nieuwe regering onder president Valéry Giscard d’Estaing minder libertijns was ingesteld en de belastingdienst op haar afstuurde. In 1985 keerde ze naar Frankrijk terug, in de naïeve veronderstelling dat de belastingdienst haar vergeten zou zijn. Processen en maanden gevangenisstraf werden haar deel – de laatste maal in 1992, toen ze een poging had gedaan het oude métier weer op te vatten.

Ter bestrijding van de boete gaf ze toen voor veel geld haar enige interview, aan het weekblad Paris Match. „Ik heb van iets lelijks, prostitutie, iets moois gemaakt”, zei ze en het moet gezegd: geen der ‘meisjes’ heeft zich ooit beklaagd. Uit dit vraaggesprek komt ook haar bekendste uitspraak: „Twee dingen zijn altijd een succes: eten en seks. Ik had geen talent voor de keuken.”

Anno 2015 neemt een Franse president, op weg naar een geheime ontmoeting met zijn nieuwe maîtresse, achterop de brommer plaats, hopend dat hij met een helm op niet herkend zal worden. Les trente glorieuses zijn lang voorbij.