Wilders overtroeven, dat lukt ze niet

De andere partijen in de Tweede Kamer weten soms niet meer hoe ze Geert Wilders van repliek moeten dienen.

Geert Wilders, afgelopen week. „Hij weet als geen ander hoe hij wanhoop en angst moet aanspreken.” Foto Robin Utrecht

Vrouwen moeten legaal pepperspray kunnen kopen in Nederland, om zich te kunnen verdedigen. Het was een plannetje van PVV-leider Geert Wilders, dinsdag in reactie op de aanrandingen in Keulen. De media pikten zijn voorstel niet bijster fanatiek op. Dus twee dagen later, donderdag, kwam Wilders met iets extremers. Hij gaat volgende week op de markt in Spijkenisse „legale verdedigingsspray” uitdelen, kondigt hij aan op Twitter. „Verzetsspray. Tegen islamitische testosteronbommen.” Dit scoorde online beter.

„Geert Wilders is nooit te overtroeven in wanstaltigheid”, verzucht ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. „Hij weet als geen ander hoe hij de wanhoop en angst waar mensen mee zitten, moet aanspreken.” Andere partijen, zegt Segers, moeten vooral laten zien dat Wilders niet die ene vluchtheuvel in de politiek is waar mensen hem voor aanzien. „Islam en vrijheid ís een ongemakkelijke combinatie, dat zie ik ook. En natuurlijk moeten we de zorgen van mensen in volkswijken adresseren. Maar langs de weg van de hoop, niet via de wanhoop van Wilders.”

Geert Wilders is al maanden issue owner van het vluchtelingendebat. Hij profiteert in opiniepeilingen van de hogere aantallen vluchtelingen in Nederland en de zorgen die daarover leven. Het is soms om moedeloos van te worden voor de andere partijen, al zeggen ze dat niet graag hardop. Hoe moeten ze omgaan met die man die virtueel de grootste partij van Nederland aanvoert, de grenzen wil sluiten en het land wil „de-islamiseren”?

Voor de VVD is dit de lastigste vraag. Die zitten rond immigratie en asiel het dichtst tegen Wilders aan. Alleen: hún partij draagt regeringsverantwoordelijkheid, ook nog eens met een linkse partij. Wilders roept wat hij wil en dat kán een coalitiepartij nu eenmaal niet. We moeten Wilders niet te hard aanpakken, denken ze ook. Zoiets voelen zijn kiezers als aanval, terwijl ze die graag nog eens de oversteek terug naar de liberalen zien maken.

Premier Rutte en VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra hebben beiden het eerste kwartaal van dit jaar als deadline genoemd waarin de instroom van vluchtelingen naar beneden móét. Als dat niet gebeurt, komt er „opvang zonder asiel”, zei Zijlstra. De feiten – hanteerbare aantallen asielzoekers – moeten Wilders maar van repliek dienen, hoopt de VVD.

‘Links’ voelt evengoed ongemak. SP-stemmers lopen virtueel over naar de PVV. Binnen de partij bestaat discussie: moet de SP méér opkomen voor vluchtelingen dan nu gebeurt, of juist meer doen met de ‘Nederlandse’ zorgen? Vorig weekeinde stapte Kevin Levie op als afdelingsvoorzitter van de SP Rotterdam. Met onder meer als reden dat de SP landelijk „maandenlang besloot zijn vingers niet te branden” aan het vluchtelingendebat. Partijleider Emile Roemer noemt dit „onzin”. „Alleen hebben wij een genuanceerd verhaal en dat haalt minder makkelijk de krantenkoppen.” Roemers analyse in het kort: Wilders steunde het „afbraakbeleid” van het eerste kabinet-Rutte, met grote bezuinigingen op de sociale woningbouw en de zorg. „Daar maken Nederlanders zich nu terecht zorgen om. Al helemaal nu er ineens wél veel aandacht voor een heel andere groep mensen is.”

Voor partijen als D66 en GroenLinks, maar ook de ChristenUnie, ligt het vraagstuk-Wilders iets simpeler. Hun electoraat heeft amper overlap met dat van de PVV. D66-leider Alexander Pechtold profiteerde in het verleden maar al te graag van zijn positie recht tegenover Wilders. Het CDA ligt electoraal juist weer dichter bij Wilders, maar koos een middenweg en voelt zich daar senang bij: sobere opvang is geen doel, maar onvermijdelijkheid.

Intussen werken bijna alle partijen met de aanname dat de publieke opinie Wilders’ kant opschuift. Dat klopt niet, zegt politiek socioloog Matthijs Rooduijn van de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar hoe inwoners van West-Europese landen tegen immigratie aankijken. Uit zijn eerste analyses blijkt dat vooral hogeropgeleiden de afgelopen jaren positiever zijn gaan denken over immigratie. Lageropgeleiden zijn er een beetje negatiever over gaan denken. „Maar de mening van hogeropgeleiden is sterker positief veranderd dan dat die van lageropgeleiden verslechterde. Dat geluid hoor je nauwelijks.”

Ook eerdere onderzoeken laten zien dat niet alle Nederlanders de komst van vluchtelingen zien als een „tikkende tijdbom die ons hier in Nederland bedreigt”, zoals Wilders zegt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelde in december vast dat het aantal mensen dat vindt dat er te veel buitenlanders in Nederland wonen, in de afgelopen tien jaar is gedaald. Meer dan de helft van de Nederlanders, 55 procent, vindt dat de meeste moslims respect hebben voor anderen. Dat was in 2004 nog 33 procent. Deze resultaten zijn van februari 2015, dus van vóór de sterke stijging van het aantal asielaanvragen vorig jaar. Maar de tendens is de andere kant op dan politieke partijen uitdragen. Uit dit onderzoek blijkt ook dat meer dan 60 procent van de PVV-stemmers vindt dat Nederland „zeer of enigszins soepel” verblijfsvergunningen moet afgeven aan politieke vluchtelingen.

Zulke feiten tegen Wilders gebruiken in het debat zou beter werken dan hem negeren of meegaan in zijn taalgebruik, denkt onderzoeker Matthijs Rooduijn. „Als je hem inhoudelijk serieus neemt, kan hij de claim van buitenstaander moeilijker waarmaken.” Neem wat CDA-leider Sybrand van Haersma Buma deed, oktober vorig jaar. Hij confronteerde Wilders met zijn steun aan een wet die grootschalige bouw van asielzoekerscentra mogelijk maakt. En ja: Wilders haperde.

Zulke momenten zijn eerder uitzondering dan regel, hoor je bij de andere partijen. Wilders is verbaal harder, maar meestal ook slimmer dan de rest en dus ongrijpbaar. Nee, geven ze toe, váák gebeurt het niet dat partijen elkaar overtuigen. Maar de anderen wisselen tenminste nog argumenten uit, en daar komt het bij Wilders bijna nooit van.