Verborgen in de gaten van de waarneming

Een van de grootste misverstanden over wetenschap is dat wetenschappers alles onderzoeken. Bovenal wordt onderzocht waarmee – op de een of andere manier – geld te verdienen is, mensen te genezen of te begrijpen zijn. Geologie zou lang niet zo’n rijke wetenschap zijn zonder olie-industrie. Zonder medische toepassingen was de microbiologie veel kleiner gebleven. En zonder nationalisme waren er lang niet zoveel historici geweest. Zonder oorlog was er nu veel minder kernfysica.

Maar soms worden verrassende verschijnselen niet onderzocht omdat niemand ze ziet. Verderop in deze bijlage beschrijft Hester van Santen het wonderlijke bestaan van een van de grote takken van het aardse leven – de archaea. Onder een microscoop niet te onderscheiden van een bacterie maar volkomen anders. Pas in de jaren zeventig werden ze ontdekt door de Amerikaanse microbioloog Carl Woese, dankzij genetisch onderzoek.

Woese zag er een ‘derde domein’ van het leven in. Nu geeft iedereen hem daarin gelijk. Maar zoals Van Santen schrijft: het was zo’n baanbrekend inzicht dat het nog lang duurde voor het serieus genomen werd.

En dan nog, tot voor kort werden die ‘bacteriën maar dan anders’ beschouwd als een vrij marginaal verschijnsel, iets voor hete bronnen in de diepzee of onder het Zuidpoolijs. Ook weer een misverstand, omdat op andere plekken niet eens naar archaea werd gezocht. Nu dat allemaal een beetje opgehelderd is blijken de archaea overal te zitten. En vorig jaar werd zelfs ontdekt dat wij, eukaryoten (wezens met celkernen) wel eens van die archaea kunnen afstammen.

Wordt er nu enorm veel nieuw onderzoek gestart om deze ineens evolutionair ‘nauwe’ verwanten nader te bestuderen? Nee hoor. Want nog nooit is er een ziekmakend archaeon ontdekt. Gek eigenlijk.

Als zo’n hele tak van leven zo lang vrijwel onopgemerkt kan blijven, dan kunnen er diep verborgen in de grote gaten van onze waarnemingssystemen ook nog wel veel vreemdere levensvormen bestaan. Maar ja, daar kan niemand nog iets van zeggen.