Veganisme verspreiden via yoga

Zonder Sharon Gannon zouden we nog in de yoga-Middeleeuwen leven. De lunch is thuis: eten op een plek waar ook dode lammetjes gegeten worden, is „een no-go”.

De yogamethode van Sharon Gannon wordt beoefend door beroemdheden als Madonna en Sting. „De ware yogi is veganist.” Foto Ringel Goslinga

Zondagochtend, half tien, een voormalig kerkgebouw in Amsterdam. In bakjes op bijzettafels: vijgen, dadels en rozijnen. Op de grond: rijen yogamatjes. Tweehonderd mensen – vooral vrouwen – maken de spieren los. En dan, om tien uur precies, verschijnt een tengere vrouw op het podium. Eenvoudige witte broek, blote voeten, zachte zangerige stem. Dit is Sharon Gannon (64), de yogakoningin uit New York. Zonder haar, schreef The New York Times, zouden we nog in de yoga-Middeleeuwen leven. Zij maakte yoga „hip en cool” en haar yogastijl is uitgegroeid tot één van de bekendste wereldwijd. En zij werd net zo beroemd als haar discipelen; popsterren Madonna en Sting, actrice Uma Thurmann, model Kristy Turlington en hiphopproducer Russell Simmons (Beastie Boys, Public Enemy, LL Cool J.)

Wierook, kaarsen, muziek uit een houten blaasbalgorgeltje, samen zingen in een vreemde taal. Wacht even, dit lijkt erg op wat mensen vroeger deden in dit gebouw op zondagochtend. Alleen doen ze nu de downward dog. In een driehoek staan op handen en voeten. Sharon Gannon loopt door de zaal, pratend door een draagbaar microfoontje, hier en daar duwt ze een heup of rug recht. Gaandeweg wordt de muziek luider. Ze laat ons staan, zitten, draaien, opstaan en weer liggen, in de lijkhouding. En tot slot laat ze ons roepen dat we ‘happy vegans’ zijn. De zaal aarzelt. Zij spoort aan. „Zijn jullie nu aan het eten? Nee? Dan is op dit moment iedereen veganist.”

De yogastijl van Sharon Gannon – Jivamukti yoga – is geen lichaamsbeweging, geen sport, zelfs geen levenstijl, maar een levensovertuiging. Sharon Gannon heet ook wel de ‘queen of vegan’, voor haar is yoga onlosmakelijk verbonden met veganisme. En dat is geen dieet, zegt zij. „Zo van: ik hou meer van chocola dan vanille. Of ik eet liever geen vis.” Nee, haar veganisme is principieel. Geen vlees of vis, geen zuivel, geen eieren, geen boter, wol, lijm of leer. Niks waarvoor een dier is gemarteld, bestolen, vernederd, verkracht, en tenslotte vermoord.

Best lastig om een geschikte locatie te vinden om met haar te lunchen. In Amsterdam zijn er drie veganistische restaurants, allemaal dicht. Een ander restaurant wordt op de valreep gevetood door de Nederlandse Jivamukti-organisatie. „Eten op een plek waar ook dode lammetjes en eendjes gegeten worden, is een no-go”, mailen ze. De oplossing is: afspreken in het appartement waar Sharon Gannon logeert, en daar zal een kok speciaal voor ons koken. „Voor veel mensen is uit eten gaan verwennerij,” zal Sharon Gannon later zeggen. Voor haar niet. Koken is een daad van liefde, zegt zij. Een offer. „De intentie waarmee eten wordt bereid is heel belangrijk.” En je weet het maar nooit als je in een restaurant eet. Misschien is er wel stress in de keuken, of is de kok chagrijnig. De privékok is Nederlandse, oud-leerling van Sharon Gannon en nu zelf Jivamukti-docent in Lissabon.

Smoren in vriendelijkheid

Sharon Gannon begroet me met open armen en twee wangkussen. Het is half vier ’s middags, de tafel in het appartement is gedekt, ze heeft even tijd om te eten en moet dan door naar een satsang, een vragenuur waarin leerlingen haar vragen kunnen stellen. Ik vraag of ze niet te moe is, ze is al weken op toernee. Ze lacht een Mona Lisa-glimlach. „Alles gaat goed, dank je, ik ben dankbaar hier te zijn.” Smoren in vriendelijkheid is haar handelsmerk. Zij noemt het compassie. „Aardig zijn leidt tot compassie, en compassie is essentieel voor verlichting, het ultieme doel van yoga.”

Mededogen met álle levende wezens. Sharon Gannon is prominent lid van Peta, met twee miljoen leden de grootste dierenrechtenorganisatie wereldwijd. Ze is een activist, zegt ze, en een fanatieke ook. Maar ze heeft allang afgeleerd een boze activist te zijn. „Ik was drie. Ik woonde in Florida met mijn moeder, vader en broertje. We kwamen thuis. Ik rende naar de deur. Op de veranda lag een rood met geel wezen te zonnebaden. Zo prachtig. Het hief zijn kopje om me iets in te fluisteren. Ik hoorde mijn moeder gillen. En toen kwam mijn vader aanrennen met een koevoet en sloeg het dier in tweeën, dwars door z’n rug. Het was een koraalslang.” Later, op de katholieke kleuterschool leerde ze dat mensen van God niet mochten doden. Maar die hamburgers dan? En de hotdogs en pasteitjes die haar moeder maakte? „Hoe kon het dat wij dieren dood maakten? Mijn moeder begreep het probleem niet. Deze dieren, zei ze, zijn bedoeld om op te eten.”

Ze werd danseres, zangeres, muzikant, performancekunstenaar. En tot haar dertigste was ze af en aan vegetariër. Maar toen zag ze, in de bioscoop, The Animals Film, een beroemde Britse documentaire uit 1981 over hoe mensen dieren ‘gebruiken’. Eendagskuikens die door een machine op een lopende band worden gestort, manke koeien die met stokken de veewagen worden ingeslagen, nerveuze aapjes met elektrodes op hun schedel in een laboratorium. „Na twee uur en dertien minuten film was mijn leven voorgoed veranderd.” Ze was niet de enige die na het zien van die documentaire vegetariër werd. Zij werd vervolgens veganist (helemaal geen dierlijke producten meer) en zwoer dat ze er „alles aan zou doen het lijden van dieren te stoppen”. Ze verspreidde haar geloof met woorden en argumenten. „Vrienden vonden dat ik overdreef. Dat ik te emotioneel was. Ik voelde me weer drie.”

Gebroken rugwervel

Niet praten, maar yoga zou haar manier worden om haar „ethische veganisme” te verspreiden. Yoga ontdekte ze bij toeval – na een val van de trap brak ze een rugwervel. Over wat er toen gebeurde heeft ze boeken vol geschreven, maar waar het op neer komt, is dat yoga niet alleen weldadig en bevrijdend was voor haar lichaam, maar ook voor haar geest. Plus, ze vond in de oorspronkelijke, voor-Christelijke yogaleer aanknopingspunten om een vleesvrije levensstijl te propageren. De yogi’s in India waren (en zijn) bijna allemaal vegetariër en ze konden ook goed uitleggen waarom.

Sharon Gannon ging in de leer bij enkele van die grote yogameesters en ontwikkelde, met haar partner David Life, een yogamethode die een combinatie is van de bekende lichaamshoudingen, muziek, meditatie én activisme. „Spiritueel activisme” noemt zij het. Niet drammen, maar liefdevol overreden. Je kunt, zoals het Animal Liberation Front, dieren bevrijden uit laboratoria, desnoods met geweld. Haar vorm van activisme is, zegt Sharon Gannon, ook effectief.

In New York zijn er nu twee grote Jivamukti-scholen, en op twee uur rijden van de stad hebben Sharon Gannon en David Life een Jivamukti-heiligdom gebouwd in de bossen rond hun woonhuis. Er zijn filialen in Berlijn, Sydney, Londen en Moskou. Iedereen die een Shivamukti-lerarenopleiding heeft gevolgd – die duurt een volle maand – mag een eigen filiaal beginnen. Daar is geen toestemming voor nodig en er hoeft ook niet voor te worden betaald, zoals bij sommige andere nieuwe yogastromingen (Bikramyoga bijvoorbeeld). In Nederland zijn geen ‘officiële’ scholen, maar in Amsterdam en Eindhoven zijn er wel yogastudio’s waar Jivamukti-docenten lesgeven.

Sharon Gannon vouwt haar handen in bidhouding en ‘chant’, een soort zingzeggen. Een uitgebreide manier van ‘Here zegen deze spijze’ zeggen. Op ons bord bruine bonen, witte rijst, een schijfje tomaat. Op tafel: veganistische kazen. Bereid zonder melk. Lees haar boek Yoga and vegetarianism, waarin ze schrijft over kalveren die direct na de geboorte ruw worden gescheiden van hun moeder. Hoe vervolgens ijzeren zuignappen de koe leegzuigen om de mens te voorzien van melk. Ze verwijst naar geheime opnames die dierenactivisten verspreiden. En ja, als je de beelden ziet van veehouders die de zuigbehoefte van kalfjes misbruiken voor eigen gerief, twijfel je bij het zuivelschap in de supermarkt. Je hoort Sharon Gannon zeggen dat we ons voeden met leugens, dat we bloed aan onze handen hebben ook al slachten we geen beest meer zelf en dat je je alleen feminist kunt noemen als je opkomt voor de rechten van álle vrouwen, dus ook die van de koe, de zeug, de merrie en de teef.

„Draai je bovenlichaam”, zei Sharon Gannon die ochtend in de yogakerk. „Twist. Twist.” Ruggen draaiden, de buik, darmen. Eerst linksom, dan rechtsom. „Weet je waarom?,” vraagt ze nu. Ze wijst op haar buik. „Daar zit je vierde chakra.” Wie het vaak genoeg doet, schoont het lichaam op en zal op den duur geen mens of dier meer kwellen.

In de antieke yoga-sutra’s vond Sharon Gannon de bevestiging dat de ware yogi veganist is. Er zijn vijf ‘ethische restricties’: doe anderen geen pijn, bedrieg niemand, besteel niemand, verkracht niet en wees niet hebberig. Klinkt bekend. En toch wringt er iets. Is het niet decadent om te zeggen: dit weiger ik te eten. Om vervolgens heel veel moeite te doen om dierlijke producten te vervangen door voedingssupplementen en proteïneconcentraten? Sharon Gannon: „Een koe melken is meer werk dan naar de winkel gaan om gistvlokken te kopen.” [Nutritional yeast is een kaasvervanger.]

Maar is veganisme niet een uitwas van overdaad? Er is zoveel eten, wij kunnen kiezen wat we laten staan. Dat kan niet iedereen. Ze glimlacht, natuurlijk glimlacht ze, en zegt: „Heb je geen geld, eet dan brood. Alles beter dan vlees.”