Toerist

Georgina Verbaan

Het is best lastig om een toerist te zijn. Je hebt namelijk ineens geen verplichtingen. Dat werkt het tegenstrijdige, onrustige slenteren in de hand – je bent continu verbaasd over van alles en dat noopt tot abrupt stoppen, staren en stil of minder stil verwenst worden. En je bent je er ook nog eens van bewúst dat je als toerist het dagelijks leven van de lokale mens (of het dier) verstoort met je tempo en je rugzak. Vrouwen, zo zie ik ze in Amsterdam ook vaak rondtorsen, hebben nogal eens de neiging de lokale mens tegemoet te treden met een hemelse glimlach. Dat is vermoeiend voor de lokale mens.

Ik weet dat, omdat ik in Amsterdam de lokale mens ben. Met grote regelmaat staat er een smuilende toerist met haar spiegelreflexcamera voor mijn deur wanneer ik met een vogelnest op mijn hoofd een vuilniszak buiten zet. Klik klik, hemelse lach. Dat esoterische gegrijns is waarschijnlijk een mengsel van waanzin (Ik ben vrij, niet aan werk denken, ik ben vrij, geniet van de omgeving, oh ja mailtje sturen naar Henk, alwéér vergeten dat gesprek aan te vragen, jezus waarom loopt hij niet eens door? Deze hele wandeling voelt aan als ons 23-jarig huwelijk. Oh ja vakantie, kijk eens wat een authentiek vrouwtje met een heel ruraal gezicht. Klik.) en schuldgevoel.

Het is als 24 uur met, maar dan zonder

Want hoewel zo’n glimlach iets heel neerbuigends heeft, komt hij waarschijnlijk voort uit het besef dat er iets scheef is aan het feit dat je zelf even niet met vuilniszakken zeult, maar wel speciaal vrijgenomen hebt om te kijken hoe andere mensen, die niet vrij zijn, het doen. Het is niet leuk om toe te geven, maar ik loop ook waanzinnig grijnzend rond. Ik voelde het toen ik mijn gezicht betastte na een paar uur te hebben rondgedoold in Marrakech.

Hoewel ik mezelf had kunnen bedwingen om non-stop foto’s te maken van mensen die schaakstukken met hun tenen maken en van al die dingen die men hier graag kunstig opstapelt, zoals kleden, dozen met ontbijtgranen en karkassen van dode dieren, voelde ik me toch een stomme westerse toerist. Dat probeer je dan als vanzelf op te vangen met zo’n grimas, wat alles eigenlijk alleen maar erger maakt. Dan maar de hammam in. Als je vier dagen de tijd hebt om te ontspannen moet je een beetje haast maken. In de hammam stap je een tijdsvacuüm in. Je weet dat je naakt gescrubd gaat worden, en dat je thee en een massage krijgt, maar de tijd die je tussendoor hebt om na te denken over schurftmijt, voorvallen uit je jeugd, het uitdijende heelal en het verschijnsel tijd an sich is werkelijk oneindig. Het is als 24 uur met, maar dan zonder. Ontspannen is niet iets dat je niet zonder al te veel oefening moet proberen, blijkbaar.

Tijdens het eten ’s avonds draaiden ze een easy listening Love lifts us up where we belong. Ik keek naar een zwijgend echtpaar dat met het leegdrinken van hun flesjes bier hun wallen leek te vullen. Ze keken afwisselend van hun bord naar de einder. ‘The road is long, there are mountains in our way, but we climb a step every day, love lifts us up where we belong’. De man keek over zijn wallen heen mijn richting uit. Ik grijnsde.