Tijdperk

Iedereen die ook maar enigszins in het androgyne spectrum verkeert, zal wel iets aan David Bowie te danken hebben, zo ook ik. In concreto: mijn haar. Ik heb van nature een heel saaie haarkleur. Ik heb het wel eens geverfd, maar liever doe ik dat niet, wegens uitgroei en te lui om daar dan weer iets aan te doen.

Vanwege de saaite van mijn haarkleur vragen kappers vaak: „Kleurtje erin?” Jaren geleden heb ik dit antwoord bedacht: „Nee, want ik heb precies dezelfde haarkleur als David Bowie.” Dat is waar, maar Bowie koos er nu juist voor om het daarom voortdurend te verven. Niet-verven wegens Bowie-gelijkenis slaat dus nergens op, maar het leerde mij: het maakt vaak niet uit wat voor argument je geeft, als je maar een argument geeft.

Bij de dood van David Bowie viel vooral de volgende zinsnede veel: ‘Einde van een tijdperk’. Het einde van een tijdperk is een uitdrukking die sterk aan inflatie onderhevig is. Bijna alles wat eindigt, is tegenwoordig het einde van een tijdperk. Waarom is dit zo’n aantrekkelijke uitdrukking? Ze geeft je de gelegenheid om de zaken ‘breder te trekken’. Er is niet alleen iets gebeurd, er heeft een ‘shift’ plaatsgevonden, een ‘game-changer’, en alles wat je verder nog zegt lijkt vanzelf een stuk belangrijker. David Bowies dood is niet alleen het einde van de jaren waarin David Bowie levend was, maar ook van... ja van wat eigenlijk? Van alles wat er was toen oude mensen nog jong waren. Meer kan ik er ook niet van maken.

Als je googelt op ‘einde van een tijdperk’ krijg je duizenden voorbeelden. De sluiting van dierenpark Emmen, een slecht presenterende voetbalploeg, de bierdouche op Noorderslag. Met een beetje goede wil kun je uit elk nieuws op de voorpagina wel een einde van een tijdperk destilleren. De massa-aanrandingen in Keulen? Duidelijk het einde van een tijdperk, waarin tolerantie het immigratiebeleid bepaalde.

Je komt er altijd mee weg. En dat is precies de reden dat het me tijd lijkt voor het einde van het tijdperk van eindes van tijdperken.