Zo wordt de verwarring over de p-waarde alleen maar groter

In zijn brief (Wetenschap 9 januari) probeert Maarten Broers de verwarring weg te nemen die er zou bestaan over het toetsen van een nulhypothese. Ik ben bang dat bij sommige lezers de verwarring, zo die al bestond, eerder is toegenomen. De p-waarde, of overschrijdingskans, is de kans op de gevonden uitkomst, of een nog onwaarschijnlijker waarde, als de nulhypothese (in het voorbeeld geen deeltje) juist is. Is deze kans héél klein dan besluit men tot verwerping van de nulhypothese. M.a.w. de conclusie is: het deeltje bestaat. Uiteraard zal in zo’n belangrijke zaak het experiment elders worden herhaald. Het verwarrende in het betoog van professor Broers zit in de zin: „Dan gaan we berekenen wat de kans is op nog zo’n ‘toevallige’ vondst als we het experiment vele malen zouden herhalen.” Dat doen we helemaal niet. Het gaat om dit ene experiment! Hier wordt het frequentiequotient (het aantal keren A dat een uitkomst optreedt, gedeeld door N, het aantal herhalingen) verward met de kans op die uitkomst.